Een vrouwelijke toets in de Universiteitshal

Kunstenares Anne-Mie Van Kerckhoven licht het nieuwe kunstwerk toe

12 december 2016
Artikel
Auteur(s): Gilles Michiels
Vandaag stelt de KU Leuven een kunstwerk ‘met feminiene toets' voor in de Promotiezaal van de Universiteitshal. We spraken kunstenares Anne-Mie Van Kerckhoven tijdens het productieproces.

Het kunstwerk, dat gepaard gaat met de voorstelling van het genderrapport, moet de vrouwelijke beeldvorming ook in het hart van de universiteit inpassen. Vicerector Diversiteitsbeleid Katlijn Malfliet zette samen met professor Kunstwetenschappen Katlijne Van der Stighelen haar schouders onder het project. ‘Wij kregen in de Promotiezaal dikwijls de opmerking van buitenlandse bezoekers dat hier enkel mannen aan de muur hangen. Het is de bedoeling om dat feminiene op een subtiele en meerlagige manier in te brengen.’

Congruentie

Kunstenares Anne-Mie Van Kerckhoven vervaardigde het werk. ‘Ik wil iets toevoegen aan de visuele veelheid die hier al aanwezig is. Ik heb me gebaseerd op het bestaande en zal daar het kunstwerk in aanbrengen. Het moet er zo uitzien alsof het er altijd gehangen heeft, zodat het een meerwaarde geeft aan dat wat al in de zaal hangt en het tegelijkertijd in een breder perspectief plaatst.’

Rector Torfs beaamt het belang van die congruentie: ‘Het is mooier om met een symbolisch kunstwerk, gemaakt door een vrouw, een kritische kanttekening te plaatsen dan met een geforceerde ingreep. Als we het portret van kardinaal Mercier door dat van de eerste vrouwelijke professor vervingen, zouden we de geschiedenis retroactief herinterpreteren.’

‘Het kunstwerk gaat meer over gelijkheid dan over het vrouwelijke afzonderlijk’

Anne-Mie Van Kerckhoven, kunstenares

Het kunstwerk zal ingewerkt worden binnen de met houten profielen ingelegde balustrade van het balkon in de Promotiezaal. Die bestaat uit negen panelen waar in een spiegelend oppervlak, negen teksten aangebracht zullen worden. De vormen in de balustrade zullen een overkoepelende tekening construeren. In het middelste paneel komen de eerste zes woorden van de stichtingsbul van de Universiteit. Ook Utopia krijgt een plaatsje, met een zin waarin Thomas More stelt dat vrouwen ook priesters mogen worden. Al toont Van Kerckhoven zich geen fan van het boek: ‘Het is eigenlijk heel paternalistisch, meer een dystopie dan een utopie.’

Engelentaal

De teksten in het kunstwerk zullen geschreven worden in het Utopiaans. Van Kerckhoven refereert die taal aan het Enochiaans, een gecodeerde engelentaal, die zowel mannelijk als vrouwelijk is. De kunstenares vindt het zelf belangrijk wat de teksten betekenen, maar niet per se dat je ze ook kunt lezen.

‘Nu hangen er ook rectoren van wie weinigen de naam nog kennen. Je moet weten dat in het onderbewuste geen gender aanwezig is. Het kunstwerk gaat meer over gelijkheid, de eenheid binnen de dingen, dan over het vrouwelijke apart. Zoals wit licht bestaat uit alle kleuren van het spectrum.’

Van Kerckhoven zal in het kunstwerk ook naar enkele vrouwen refereren. Een blikvanger is Maria de Jodin, een befaamde scheikundige uit Alexandrië die in de derde eeuw voor Christus onder meer het retort (een in de alchemie gebruikt glazen vat) en het bain-marie systeem uitvond en later de patrones van de alchemisten werd.

Andere panelen zullen verwijzingen bevatten naar Margaretha van Oostenrijk, Maria Theresia van Oostenrijk en Isabella van Spanje, drie vrouwen die een grote rol speelden in de geschiedenis van de universiteit. Rond de precieze inbreng van de eerste vrouwelijke alumna en de eerste vrouwelijke professor aan de universiteit werden op het moment van het gesprek nog volop opzoekingen gedaan.