EU houdt vast aan Open Access vanaf 1 januari 2021

Europese Commissie en Coalition S willen geen betaalmuren meer voor publiek gefinancierd onderzoek

09 december 2019
Artikel
Auteur(s): Pieter Jespers
Vanaf 1 januari 2021 moeten onderzoekers in Open Access gaan om de steun van de Europese Commissie te krijgen. 'Probleem is dat men dat op een heel korte termijn wil realiseren.'

Als onderzoeker wil je de resultaten van je onderzoek publiceren. Op die manier kunnen andere wetenschappers er verder mee aan de slag en heeft de onderzoeker impact op zijn vakgebied. En dat is belangrijk, want hoe vaker geciteerd door andere onderzoekers, hoe meer kansen op promotie voor de wetenschapper.

De volgende wetenschapper die jouw onderzoek wil gebruiken – waaronder de auteur zelf (!), want die heeft de copyright aan het tijdschrift overgedragen als hij erin wil publiceren – moet betalen aan de uitgever van het tijdschrift waarin dat artikel werd gepubliceerd. Dit heet Closed Access. De lezer betaalt voor toegang, in vele gevallen via de bibliotheek van zijn of haar onderzoeksinstelling.

In alle geuren en kleuren

Green Open Access werkt via zogenaamde repositories. Daarop kunnen wetenschappers de preprint en postprint (voor en na peer review; maar zonder lay-out) stockeren. Voor de KU Leuven is dat Lirias. Uitgeverijen gedogen de repositories, maar bepalen wel welke versie en leggen een embargo op van zes of twaalf maanden na publicatie waarna het op de repository in Open Access mag verschijnen.

Non-profit Gold Open Access is the real deal. Hierbij betaalt de wetenschappers een authorsfee, zodat geen enkele lezer moet betalen om zijn/haar artikel te raadplegen. Deze fee dekt enkel de kosten die aan de publicatie verbonden zijn voor de uitgeverij. Er is geen winstmarge voor het bedrijf.

For-profit Golden Access is echter veel populairder bij de grote uitgeverijen. Hierbij wordt ook de authorsfee opgehoest, maar die ligt een pak hoger. De winstmarge voor de uitgeverij wordt hier wel ingecalculeerd.

Vanaf 1 januari 2020 moet men in Open Access gaan om Europese steun te krijgen

Jean-Claude Burgelman, Advisor Open Access Envoy (EC)

De meeste   – zeker The Big Five: Elsevier, Springer, Wiley-Blackwell, Taylor & Francis en SAGE – zijn nu hybride: Closed Access enerzijds en Open Access anderzijds. Zo eten ze van twee walletjes: fees bij de auteur voor publicatie en subscriptions bij de bibliotheken voor toegang. En dat terwijl de uitgever het artikel dikwijls niet laat peer-reviewen (evaluatie door vakgenoten). Dit gebeurt vaak onbezoldigd door de redactie of connecties van het tijdschrift zelf. Uitgevers staan wel in voor de lay-out, de omzetting naar PDF-formaat en tot slot voor de online publicatie en promotie. En het is net die promotie die wetenschappers overhaalt om de kosten toch te overwegen.

Europees geld

De Europese Commissie (EC) wil dat het Europese wetenschapsfonds enkel nog onderzoeksprojecten steunt die in Open Access zullen worden gepubliceerd. 'Wat wij als funder doen, is een verplichting opleggen', zegt Jean-Claude Burgelman, Advisor Open Access Envoy bij de EC. 'Vanaf 1 januari 2021 moet men in Open Access gaan om onze steun te krijgen. De manier waarop je dat doet, is niet aan ons om te zeggen.'

Burgelman vindt het de logica zelve: 'Stel: jij legt een autostrade aan van Brussel naar Oostende. Als ik de dag nadien ook naar Oostende wil, leg ik nog een autostrade aan naar Oostende. De dag nadien legt nog iemand een autostrade aan. Dat is toch absurd. Een Open Access artikel wordt volgens studies bovendien twee tot drie keer meer gelezen.'

'Europa heeft een onderzoeksfonds van ongeveer 10 miljard euro per jaar', stelt Burgelman. 'Als je alle FWO’s in Europa bij elkaar neemt, behelzen wij daarvan maar 5% wat betreft budget. Aan die 95 andere procenten hebben wij niets te zeggen. Wat wij wel doen, is proberen via alle beleidsmiddelen die wij hebben andere landen ook op dezelfde lijn te krijgen.'

Coalition S

Plan S vraagt ook Open Access tegen 1 januari 2021. Coalitie S, die het plan moet implementeren, bestaat hoofdzakelijk uit publieke funders, zoals het openbare wetenschapsfonds in Nederland. Het Belgische FWO is niet betrokken. Demmy Verbeke, hoofd van de KU Leuven bibliotheken Artes, verklaart waarom: 'Het probleem is dat men op een heel korte termijn Open Access wil realiseren en men ervan uit gaat dat dit alleen via de commerciële spelers kan. Dan kan het niet anders dan dat het ontzettend duur zal zijn.'

Voor de Biomedische Wetenschappen is het moeilijk om een alternatief te bieden met eenzelfde impactfactor

Demmy Verbeke, hoofd Artes bibliotheek

Coalitie S wil haar doelstelling bereiken via zogenaamde Transformative Agreements. Dit zijn contracten tussen instituten, dikwijls nationale of regionale groeperingen van bibliotheken of universiteiten en uitgevers. Johan Rooryck, vertegenwoordiger van Coalitie S, legt uit: 'Ze zorgen ervoor dat abonnementsgeld van bibliotheken wordt ingezet voor publish-and-read deals

Stel: een bibliotheek betaalt aan publisher X 1 miljoen euro voor toegang tot bepaalde tijdschriften. Dan hebben de gebruikers van de bibliotheek het recht om tijdschriften van X in te kijken. In plaats daarvan zegt de bibliotheek tegen X: 'Dat miljoen mogen jullie houden, maar in ruil willen wij niet alleen toegang om artikels te lezen, maar ook dat al onze onderzoekers gratis in Open Access kunnen publiceren in die tijdschriften.' 

Ook moeten deze akkoorden openbaar zijn en expliciteren hoeveel betaald wordt voor wat. De voorbije twintig jaar zijn de kosten bij de uitgevers ruim boven inflatieniveau gestegen, zonder dat men vaak weet waarom.

Verzet

Het nadeel van deze akkoorden is dat ze moeilijk zijn af te sluiten op zo'n korte tijd, zegt Verbeke: 'De impactfactoren van de tijdschriften die legaal eigendom zijn van uitgevers wegen door, in die mate dat zij eigenlijk de macht hebben omdat ze weten dat onderzoekers zullen willen blijven publiceren in deze tijdschriften.'

'Wij hebben het Fonds voor Fair Open Access binnen de KU Leuven. We kunnen daardoor ook heel goed traceren dat we hiermee onderzoekers echt helpen en reëel ondersteunen binnen de Humane Wetenschappen en Wetenschap & Technologie. Maar vooral in de Biomedische Wetenschappen is het nog een heel grote uitdaging om tot een alternatief te komen. Daar moeten we eerlijk over zijn', stelt Verbeke nog.

Artikels moeten gewaardeerd worden voor de inhoud, niet voor het tijdschrift waar ze in staan

Johan Rooryck, vertegenwoordiger Coalitie S

De onderhandelingen hierover leiden daardoor snel tot heftige vechtpartijen tussen consortia en uitgeverijen. Zo zijn prijsonderhandelingen met Elsevier afgesprongen in Duitsland, Zweden en Californië, waardoor de specifieke consortia nu niet kunnen publiceren in elk van Elseviers tijdschriften. Een vrees die dus ook hier leeft.

Toch is er sinds eind vorige maand een eerste stap gezet met de Open Access deal tussen Elsevier en Carnegie Melon Institute for Technology. Deze universiteit heeft echter veel minder publicaties bij het tijdschrift, waardoor een gelijkaardige deal in Californië over 'industriële marktprijzen' viel. Over de bedragen in de publish and read deal mogen de universiteiten niet communiceren.

Mentaliteitswijziging nodig

'Vandaag heerst nog steeds de prestigecultuur van de tijdschriften en de zeer conservatieve impact-citatie cultuur. Wij willen die cultuur veranderen opdat artikels gewaardeerd worden voor de inhoud en niet voor het tijdschrift waarin ze staan', vindt Rooryck.

Burgelman zeg bovendien dat de overgrote meerderheid nooit de toptijdschriften haalt: 'Neem nu Nature, dat 1200 tot 1300 artikels per jaar publiceert. Je kan je wellicht voorstellen wat voor trechter dat is.' Rooryck gaat verder: 'Ik heb het zelf aangetoond met mijn tijdschrift dat het perfect mogelijk is om een tijdschrift over te brengen van Elsevier naar Open Access, met geen spatje prestigeverlies. Wij hebben gewoon de hele community – lezers, reviewers en redacteurs – overgebracht naar een nieuw Open Access tijdschrift.'

Ook de KU Leuven probeert dat: 'KU Leuven Bibliotheken investeert in non-profit initiatieven. Het is mogelijk om het even kwalitatief te doen, even betrouwbaar en toch aan een veel lagere prijs. En hoe meer we daar succesverhalen brengen, des te overtuigender het verhaal wordt dat we niet naar de commerciële uitgevers moeten', zegt Verbeke.