Grensagenten moeten geen universiteitje spelen

Splinter

22 november 2021
Opinie
Auteur(s): Thomas Maes
Een duidelijk kader voor de controle op visumstudenten ontbreekt. Dat zet de deur open voor wantoestanden. Een grenscontrole die de academische kennis van studenten test, is bovendien niet wenselijk.

Op een warm welkom in België kon de Congolese student Junior Masudi niet rekenen. Hij was aanvaard aan de Waalse Université Catholique de Louvain (UCL), maar bij zijn aankomst besloot de grenspolitie hem te arresteren. Een 17-daagse opsluiting en pogingen tot repatriëring volgden. Achteraf bleken de redenen voor opsluiting ongegrond. Na heel wat publieke druk mocht Junior alsnog het Belgisch grondgebied betreden.

Twijfels over zijn academische kwaliteiten en de betaling van het inschrijvingsgeld aan de UCL lagen aan de grond van de beslissing van de grenspolitie. Die tweede reden oogt wankel. UCL-studenten krijgen nog maandenlang de tijd om het volledig inschrijvingsgeld te betalen. Bovendien kon de UCL bevestigen dat de inschrijving wel degelijk geldig was.

Ook de eerste reden doet de wenkbrauwen fronsen, onder andere in het parlement. Zo toont de zaak dat de grenspolitie de academische kennis van studenten ondervraagt. De antwoorden van zo’n ondervraging kunnen zelfs meespelen in een beslissing tot uitzetting.

Bij gebrek aan een transparante procedure kunnen wantoestanden en willekeur de kop opsteken

Internationale studenten vinden als nooit tevoren de weg naar België. In die context is een helder en transparant kader onmisbaar. Zowel universiteit als student zijn gebaat met een duidelijke procedure en meer transparantie over hoe de grenscontrole beslist welke studenten binnen mogen.

Nochtans is het niet bekend welke criteria de grenspolitie hanteert om studenten te weigeren. Staatssecretaris Mahdi liet weten dat dat geval per geval beoordeeld wordt, maar hulde zich verder in stilte.

De zaak Junior toont dat je kan worden geweigerd, zelfs al heb je een geldig inschrijvingsbewijs en visum op zak. Zonder transparante procedure kunnen wantoestanden en willekeur de kop opsteken. Dan is het moeilijk om je overtuigend te verdedigen tegen beschuldigingen van structureel racisme.

De grenspolitie mag bij visumstudenten controleren of ze effectief naar België komen om te studeren. Alleen, recent blijkt die controle niet meer enkel een check van de benodigde documenten, maar ook een toets van academische kennis in te houden.

Daar wringt het schoentje. Academische kennis is de beginvoorwaarde voor een studentenvisum. Het is niet wenselijk dat de grenspolitie die opnieuw in vraag stelt, en legaal gezien onduidelijk of dat wel mag.

Het is niet duidelijk of de grenspolitie zelfs de expertise heeft om academische kennis te evalueren

Academische kennis wordt een eerste keer grondig nagekeken door de hoger onderwijsinstelling, wanneer die beslist of een student zich mag inschrijven. Bij de KU Leuven controleren er zo wel zes mensen of de kwalificaties van solliciterende studenten niet frauduleus zijn.

Na de universiteit controleert ook het bureau studenten van Dienst Vreemdelingenzaken nog eens of de academische kwalificaties in orde zijn. Pas daarna kan er een visum komen. Toch kan de grenspolitie dat oordeel (rond academische kennis) nog overrulen. Dat is verbluffend, zeker omdat het niet geweten is of de grenspolitie de expertise in huis heeft om academische kennis te evalueren. Duidelijkheid daarover is dringend nodig. 

Ook qua communicatie lijkt daarnaast het een en ander fout te zitten. Universiteiten en het bureau studenten van de Dienst Vreemdelingenzaken zijn geoefend in het bekijken van toelatingscriteria. Overleg met een van hen had, in het geval van Junior, zijn opsluiting kunnen vermijden.

Een student arresteren zonder te weten hoe de regeling rond inschrijvingsgeld precies in elkaar zit, is meer dan klunzig. Hoe kan het dat de grenspolitie de toelatingsvoorwaarden per onderwijsinstelling niet beter moet kennen voor ze overgaat tot arrestatie?

Wat was het mooi geweest als de zaak Junior zou leiden tot een opheldering van het mandaat van de grenspolitie, een scherpere controle op hun werking en een Dienst Vreemdelingenzaken die communicatief én transparant is. Helaas, voorlopig was het resultaat enkel een nodeloze 17 dagen opsluiting.