'Het voelt alsof de maatschappij zich nu wat aangepast heeft aan mij'

Hoe beleven studenten met ziekteangst en smetvrees de pandemie?

31 maart 2021
Artikel
'Een opluchting' en 'rustgevend', zo beschrijven studenten met ziekteangst en smetvrees de pandemie. Tegelijk is er minder afleiding van angstige gedachten - een blik op het leven van twee studenten.

Hoewel de pandemie een onmiskenbare psychologische impact heeft, reageren niet alle studenten onverdeeld negatief. 'Het is voor mij een opluchting dat ik mensen geen hand meer moet geven', bekent Tom*, voormalig student rechten met smetvrees.

'In de horeca worden de tafeltjes ontsmet, in elk openbaar gebouw is er ontsmettingsmiddel aanwezig om je handen te ontsmetten, deurklinken worden eindelijk eens schoongemaakt door een kuisploeg …', zo legt Tom uit. 'Het klinkt misschien wat onlogisch, maar het voelt alsof de maatschappij zich nu wat aangepast heeft aan mij.'

Ook voor Nona, een rechtenstudente met ziekteangststoornis, had de pandemie niet enkel een negatieve invloed. 'Het is heel vreemd om te zeggen, maar het gaat eigenlijk beter met mijn hypochondrie,' geeft ze aan. 'De eerste lockdown vond ik eigenlijk niet zo heel erg, want het was mooi weer en ik kon gewoon gaan wandelen en in mijn tuin zitten. Dat was voor mij rustgevender dan op kot zijn, in een drukke stad.'

Ziekteangststoornis? Smetvrees? Qué?

De psychische problemen van Tom en Nona waren al aanwezig voor de pandemie. Hun beleving van de pandemie en de lockdowns werd er vanzelfsprekend door beïnvloed.

Nona en anderen die lijden aan een ziekteangststoornis, in de volksmond ook wel hypochondrie genoemd, hebben de neiging om ogenschijnlijk onschuldige lichamelijke verschijnselen als symptomen van een ziekte of een aandoening te interpreteren. Die overtuiging en angst kunnen zelfs zo sterk zijn dat het hun dagelijkse leven belemmert.

'Iedere keer dat ik naar het toilet ging, of wanneer ik de douche in- of uitging, begon ik gewoon te poetsen, uit schrik dat ik iets zou oplopen of iemand anders iets zou aandoen'

Tom, student met smetvrees

'Soms gebeurt het dat ik lichamelijke verschijnselen van stress heb. Ik denk dan dat het om symptomen van een ernstige ziekte gaat, zoals kanker. Dan pieker ik erover dat het tot mijn dood kan leiden, waardoor ik juist nog meer stress krijg en die lichamelijke symptomen nog verergeren,' vertelt Nona. 'Mijn angstaanvallen kunnen soms zo hevig zijn dat ik vrees dat het om een psychose gaat, en dat ik schrik heb om opgenomen te worden en er dus in te blijven.' 

Angst kan je op een spectrum plaatsen, gaande van een normale menselijke emotie tot een disproportionele reactie op het voorwerp van angst met aanzienlijk lijden als gevolg. Het verschil tussen gezonde angst en een angststoornis is dus gradueel.  

Smetvrees, een vorm van obsessief-compulsieve stoornis, is net als de ziekteangststoornis gerelateerd aan angst. De irreële angst om besmet te raken, proberen mensen met smetvrees te neutraliseren door compulsieve gedragingen te stellen zoals overmatig hun handen wassen en ruimtes en oppervlakken schoonmaken.

'Je voelt niet dat de andere studenten je medestudenten zijn, er is geen gevoel van verbondenheid meer. Alle dingen die mogen vallen weg, het enige wat nu nog bestaat is "moeten"'

Nona, student met ziekteangst

Het gaat in zo'n geval veel verder dan gewoon heel hygiënisch of voorzichtig zijn. Zo vertelt Tom het volgende: 'Toen ik op kot zat, en het sanitair en de keuken moest delen, was dat veel te moeilijk. 'Iedere keer dat ik naar het toilet ging, of wanneer ik de douche in- of uitging, begon ik gewoon te poetsen, uit schrik dat ik iets zou oplopen of iemand anders iets zou aandoen.'

Angst tussen die vier muren

Hoewel het leven voor beiden minder ingrijpend lijkt te zijn veranderd dan voor andere studenten, was het afgelopen jaar ook voor Tom en Nona niet uitsluitend rozengeur en maneschijn. 

De angst om anderen te besmetten treedt nu bijvoorbeeld meer op de voorgrond. 'Het typische aan het coronavirus is dat je schrik hebt om je ouders of grootouders te besmetten, en dat je dat graag wil vermijden, dat je mensen zou besmetten die tot een risicogroep behoren,' geeft Tom aan.

Nona deelt die angst om mensen ziek te maken. 'Ik heb geen schrik om zelf aan covid te sterven, maar ik ben wel bang voor de langetermijngevolgen van covid, bijvoorbeeld vermoeidheid, schade aan hart en longen, en misschien zelfs hersenschade,' voegt zij daaraan toe.

'Een geluk bij een ongeluk, zo zou ik de situatie het best kunnen omschrijven'

Tom, student met smetvrees

Tijdens de pandemie is het voor haar moeilijker om die angst van zich af te zetten: 'Nu is er amper iets om op terug te blikken of iets om naar uit te kijken, waardoor angstige gedachten niet naar de achtergrond verdwijnen en dus verder blijven woekeren.' 

Ook de overgang naar online onderwijs ervaarde zij als lastig en psychisch vermoeiend. 'Je voelt je heel alleen, ook al zit je daar met 100 andere studenten in een online les. Je voelt niet dat de andere studenten je medestudenten zijn, er is geen gevoel van verbondenheid meer. Alle dingen die mogen vallen weg, het enige wat nu nog bestaat is 'moeten'.'

Vaker videobellen, meer begrip

Verder waren de psychische problemen van Tom en Nona al heel intens en allesoverheersend vooraleer de pandemie begon. Daardoor heeft covid geen overwegend negatieve impact gehad op hun dagelijkse leven. 'Ik doe eigenlijk nog steeds dezelfde dingen als het jaar voor de pandemie begon,' legt Tom bijvoorbeeld uit. 

Sinds de pandemie ervaart hij zelfs meer begrip van anderen voor zijn conditie: 'Een geluk bij een ongeluk, zo zou ik de situatie het best kunnen omschrijven. Voor mij is het niveau van sociaal contact ook ongeveer gelijk gebleven. Ik ga niet ontkennen dat de pandemie mij initieel geen stress gegeven heeft, maar ik heb mij daar inmiddels bij neergelegd.'

'Mijn angst voor de dood is constant aanwezig, die stopt nooit'

Nona, student met ziekteangst

De stop in fysieke psychologische hulpverlening en de bijhorende overschakeling naar online contact met psychologen en psychiater voelde ook eerder aan als een opluchting, vertelt Tom: 'Voor mij is het eigenlijk beter om niet fysiek naar een psycholoog te moeten gaan en een deur te moeten openen, in een kantoor te moeten vertoeven waar al andere mensen geweest zijn … Door te videobellen kan ik vrijer spreken, omdat ik mij meer op mijn gemak voel.'

Studeren met de wervelwind in je hoofd

Studeren met om het even welke psychiatrische problematiek is niet vanzelfsprekend, en dat geldt dus ook voor studenten met (ziekte)angst of smetvrees. 'De smetvrees stond het studeren in de weg, omdat het te intens werd,' geeft Tom toe. Hij verloor te veel tijd en energie door zijn aandoening, waardoor studeren haast onmogelijk werd.

Ook Nona deelt die ervaring. Ze heeft niet echt de indruk dat de angst haar ooit loslaat. 'Mijn angst voor de dood is constant aanwezig, die stopt nooit. Het gekke is dat als ik bijvoorbeeld naar mijn examen wandel en daar stress voor heb, ik echt schrik heb voor mijn examen. Maar vanaf dat ik dan afgegeven heb en terug naar buiten ga, heb ik opnieuw schrik voor de dood.'

Het leek voor haar haast onmogelijk om die angst van zich af te schudden. 'Ik moest mijzelf constant met rationele argumenten proberen te overtuigen dat de kans dat ik aan een bepaalde kanker zou sterven niet zo groot was, omdat die kanker nu eenmaal niet in mijn familie voorkwam.'

'Als ik praat over mijn angst of hypochondrie, heb ik niet altijd het gevoel dat ik serieus word genomen'

Nona, student met ziekteangst

Voor Tom is het evenmin evident om zichzelf af te leiden als hij angstig is of stress ervaart. Toch probeert hij dat wel: 'Als ik het heel moeilijk heb, zoek ik die wel, om even mijn gedachten te verzetten, zodat ik daarna kan bekijken wat ik het best kan doen om de crisis op te lossen, en terug beter te worden.'

Gezond leven, praten en (soms) pillen

Een regelmatige levensstijl, gekenmerkt door voldoende eten, slaap, beweging en medicatie, helpt Tom om zijn ziekte in toom te houden. Daarnaast heeft hij ook (psychologische) begeleiding. 'Voldoende praten is belangrijk. Om de twee weken heb ik contact met een psycholoog. Verder heb ik ook een psychiater. Ik heb ook een begeleidster van Covias die bijna iedere week of om de twee weken eens langskomt. Die komt met mij praten en helpt specifiek als ik moeilijkheden heb.'

Wat professionele hulpverlening betreft, heeft Nona een hobbelig parcours afgelegd. Momenteel gaat ze niet naar een psycholoog, al zou ze dat wel willen. Ze geeft aan dat het een hele opgave is om een psycholoog of psychiater te vinden die bij haar past. In het verleden had ze daar al slechte ervaringen mee: 'Als ik praat over mijn angst of hypochondrie heb ik trouwens niet altijd het gevoel dat ik serieus word genomen.' Daarom mist Nona vaak de moed en de energie om hulp te zoeken.

'Gedeeld leed is sowieso lichter. Het helpt wel om te weten dat je niet alleen bent'​

Nona, student met ziekteangst

Nona onderstreept tot slot het belang van een openlijke communicatie met je omgeving over je ziektebeeld, om zo het taboe errond te doorbreken. 'Ik wil gewoon dat mensen die hetzelfde probleem hebben, weten dat ze zich daar niet over moeten schamen,' verklaart ze. 'Gedeeld leed is sowieso lichter. Het helpt wel om te weten dat je niet alleen bent.'

*Dit gaat om een gefingeerde naam.