Koning Middelmaat

Splinter

11 oktober 2015
Splinter
Auteur(s): Gilles Michiels
Door je eigen muziek amateuristisch te noemen en het gros van onze muzikanten slecht, maak je je als artiest niet populair in Vlaanderen.

Zoveel heb ik geleerd uit de reacties die ik kreeg op het interview van Simon Grymonprez en mezelf met Bony King. (zie Veto 4202)

De Splinter die ik hier uit mijn vingers probeer te peuteren, gaat vooral over het waarom van die reacties. Misschien overtreed ik met zo’n commentaar in de kantlijn van mijn eigen interview een ongeschreven journalistieke regel, maar een splinter haal je er beter uit vóór hij ontsteekt.

Als je als interviewer een fijn gesprek voert met een aangename persoon, wil je dat die persoon op je lezers dezelfde indruk maakt. Bram Vanparys is zo iemand. Hij draagt het hart op de tong, zwijgt als hij iets niet weet, is schuchter zonder gênant en zelfzeker zonder arrogant te zijn. Dat velen die laatste nuance niet in het interview lazen, zegt veel over mijn kwaliteiten als interviewer, maar misschien ook iets over het publiek.

In de eerste plaats is Bony King immers een artiest die een bepaald idee heeft van goede muziek en daar met zijn eigen werk zo veel mogelijk aan wil beantwoorden. Wie dat niet doet, noemt hij amateuristisch. Een middelmatige band die gewoon graag wekelijks samenkomt om nog eens dezelfde vier akkoorden te oefenen bij dezelfde strofes, refreinen en die ene occasionele bridge, is voor hem niet leuk of gezellig, maar gewoon middelmatig.

Hoewel die houding niet per se arrogant hoeft te zijn –Vanparys verweet zichzelf amateurisme- gaat er wel een bepaalde serieusheid van uit. En laat jezelf openlijk serieus nemen nu één van de grote taboes geworden zijn in een tijd waarin valse zelfrelativering tot nieuwe levensstijl lijkt gepromoveerd.

Ja, we lachen toch met selfies, hashtags en Astrid Bryan-Engels en doen er volop aan mee, net om ermee te lachen. We ergeren ons aan de online onzin van Het Laatste Nieuws en blijven die aanklikken. We kijken en duimen infantiele muziek die we niet goed maar gewoon grappig vinden naar een Youtube-top die de onze niet is. Op die manier verheffen heel veel mensen een soort popcultuur tot een norm die ze zelf niet serieus nemen. Een historicus zal zich binnen tweehonderd jaar toch eens afvragen van wie die norm dan eigenlijk was. Van de massa, zullen wij zeggen.

Zelf kiezen we als de eeuwige uitzondering die we zijn liever sporadisch voor die gezellige en sympathieke middelmaat van anderen. Van woorden als ‘pretentieus’ huiveren we, want je zou maar eens proberen om serieus iets groots te willen maken. Je moet jezelf kunnen relativeren, toch? Dat we zelf ook wel eens uitgelicht willen worden in de massa, zeggen we echter niet. Ironie is zo populair vandaag omdat ze ons een plaats geeft zonder dat we die moeten uitspreken.

Onze mening over iemand die oprecht goed wil zijn en het amateurisme van zijn jongere zelf en anderen aanduidt, zegt vooral iets over onze eigen houding. Bram Vanparys legt de lat hoog en zegt: “Kijk, ik ambieer een niveau dat ik soms haal en soms niet, en heel veel anderen ook niet.” In een tijd van gemaakte bescheidenheid is zo’n stem misschien niet geliefd, maar op z’n minst oprecht.

De Splinter bevat een persoonlijke mening van een schrijver. Ze bevat niet de mening van de redactie.