Kortverhaal: Prelude

Kleine kunst

05 oktober 2020
Artikel
Auteur(s): Arne Van Lautem
Kunst hoeft niet monumentaal te zijn om iets te vertellen. 'Kleine kunst' herbergt woordkunst in zijn fijnste vorm, om in te verzinken, te overpeinzen en van te genieten.

Boven aan de bron waar
twee parallelle oevers zich na kilometers afscheiding
verbonden zien,
ligt een driehoekige vlakte, die onregelmatig begroeid is met gras.
De bron en de vlakte vormen één; een plek
die sinds mensenheugenis aanbeden wordt; een plek ook
die verschillende namen draagt.
En hoewel ze haar hoedanigheid vooral dankt aan de waterrijke wel
die de kiem van alles vormt,
schuilt haar kracht en luister in de flora 
die als een warme, beschermende deken over de aanpalende meent ligt.

Aan modeverschijnselen of afkeurend stemgeluid heeft deze plek weinig boodschap.
Zij doorstond de tand des tijds in haar oervorm;
niet voor niets vinden slechts enkelingen van het romantische slag hun weg naar dit gebied.
Wanneer ook mij, een bewonderaar,
na lang en gepassioneerd aandringen
de zegen tot toetreding te beurt valt,
beuk ik de poorten naar het plekje open om me aldaar,
als abrupt bevangen door de slangenkop van de Gorgon,
gedwee neder te vlijen
op het Monetiaanse gras.

De grond voelt zacht en broeierig aan wanneer
ik mijn vermurwde aangezicht opdring aan het oppervlak.
Ik spreid mijn handen uit en maak lichte, plukkende zwaaibewegingen door de gekroesde grasmat.
Met lijf en leden kam ik het hele gebied uit;
van de taak die me zachtjes wordt ingefluisterd kwijt ik me met brille.
En als mijn verkenningstocht van deze kleinschalige toendra op z'n einde loopt,
daal ik, nahijgend van de inspanning,
zuidwaarts af,
om me te laven aan het water dat nu
bij bosjes uit de bron stroomt.