Online onderwijs niet vanzelfsprekend voor studenten met auditieve functiebeperking

'Je moet zelf zorgen dat alles in orde komt'

30 november 2020
Artikel
Online lessen en de mondmaskerplicht maken het er voor studenten met een auditieve functiebeperking niet gemakkelijker op. Er is ondersteuning, al gaat het vaak om een kluwen van actoren.

Het is niet uitzonderlijk dat een les dezer dagen verloopt via een PowerPoint en een audiofragment, zonder levendige mimiek of gezichtsuitdrukkingen van de professor. 'Soms moet ik wisselen tussen de PowerPointpresentatie en het beeld van mijn professor', vertelt Klaas Coninx, student met een auditieve functiebeperking.

Voor studenten met een auditieve functiebeperking is deze manier van onderwijs een hele opgave: 'In een normale les verloopt 30% van onze communicatie door non-verbale communicatie van de professor, dus mimiek en lipbeeld bijvoorbeeld. Dat valt weg', klinkt het bij Klaas. Zo zorgt de mondmaskerplicht voor moeilijkheden bij studenten die steunen op liplezen. 

'Aan de KU Leuven zijn er 41 studenten met een auditieve functiebeperking', vertelt Leen Buelens van de Dienst Studeren en Functiebeperking aan de KU Leuven. 'Het is soms niet evident, we zitten er samen in met de studenten. We zitten in een context waarin niet alles meer mogelijk is en we creatiever moeten zoeken naar mogelijkheden.'

Extra drempels

'Soms is het lastig om mensen te kunnen volgen want niet iedereen zijn internetverbinding of microfoon is even goed', vertelt Klaas. Hierdoor kan het heel moeilijk zijn te participeren in groepsgesprekken via Zoom of Skype: 'Als er bijvoorbeeld in een les een debat plaatsvindt, is het soms moeilijk zelf deel te nemen en dat is lastig wanneer je ook beoordeeld wordt op participatie.'

'Het is vermoeiend altijd opnieuw te moeten herhalen dat ik doof ben'

Klaas Coninx, student met auditieve functiebeperking

Het helpt al veel als mensen rekening proberen houden met de mogelijke problemen: 'Eens de professoren het weten zijn ze wel heel behulpzaam, maar soms wordt het wel vergeten. Maar dat ben ik al gewoon vanuit het middelbaar, toen draaiden de leraren vaak hun rug naar de klas om naar het bord te kijken, maar dat zijn gewoontes van mensen', verduidelijkt Klaas. 

Linde Van den Eede, ook studente met een auditieve functiebeperking, vertelt dat doof zijn een 'onzichtbare' beperking is. 'Mensen zien het niet onmiddellijk en dat leidt regelmatig tot een reactie van ongeloof, wat er voor zorgt dat ik het meer ga verbergen.'

'Het is soms vermoeiend altijd opnieuw te moeten herhalen dat ik doof ben, het is dus belangrijk om er extra aandacht op te vestigen', klinkt het bij Klaas. 'We proberen te sensibiliseren en een aantal instellingen hebben daar extra aandacht voor gehad, al is dat niet de algemene regel. Het is een vermoeiende periode voor deze groep studenten', vertelt Valérie Van Hees van het Steunpunt Inclusief Hoger Onderwijs, dat een brugfunctie heeft tussen de overheid en de hogeronderwijsinstellingen.

Het belang van tolken 

De manieren waarop dove of slechthorende studenten ondersteuning kunnen krijgen zijn gevarieerd, al is niet elke vorm van hulp momenteel mogelijk. Het is een complex administratief verhaal met veel verschillende actoren.

'Administratief is het er niet makkelijker op geworden'

Klaas Coninx, student met auditieve functiebeperking

Een eerste vorm van bijstand is het recht op tolkondersteuning. Dat kan om een tolk Vlaamse gebarentaal gaan die rechtstreeks de les bijwoont en deze onmiddellijk in gebarentaal omzet. Dat is in het huidige code rood niet meer mogelijk, aangezien er geen les meer is op campus, behalve enkele uitzonderingen voor practica bijvoorbeeld.

Ten tweede is er de mogelijkheid om een schrijftolk aan te vragen, deze noteert alles wat er gezegd wordt in de les. Op deze vorm van hulp wordt wel sterk ingezet, omdat ook in online lessen deze schrijftolken kunnen meevolgen en noteren. 'De hulp van een schrijftolk werkt ook in deze tijden echt goed en dat helpt enorm', vertelt Klaas. 

'Hiernaast is er ook nog een budget van honderd euro dat een student kan aanvragen voor het kopiëren van notities en kan er pedagogische hulp worden ingeschakeld', vertelt Valérie Van Hees. 'Zo'n pedagogische ondersteuning is vakinhoudelijke hulp en dat gaat dan om bijvoorbeeld hulp bij de uitspraak van vreemde talen.'

Instanties troef 

De verschillende vormen van hulp komen niet vanzelf naar de studenten. 'Administratief is het er niet makkelijker op geworden', vertelt Klaas. 'Je moet zelf zorgen dat alles in orde komt, maar dat is ook ergens normaal denk ik.'

De Cel Studeren met een Functiebeperking dient als aanspreekpunt voor de student om de procedures in gang te zetten

De Cel Studeren met een Functiebeperking dient als aanspreekpunt voor de student om de procedures in gang te zetten. Zo moet men voor een tolk een aanvraag doen bij de Cel Speciale Onderwijsleermiddelen en het CAB, het Communicatie Assistentie Bureau, dat het beheer van de tolken Vlaamse gebarentaal in handen heeft. Ook schrijftolken kunnen ofwel hier worden aangevraagd, ofwel bij de hoger onderwijsinstelling zelf, die ook jobstudenten in dienst neemt.

'Het is meer naar ons verschoven dan vroeger, nu moeten we zelf onze uren invullen op een website van het CAB en dus zorgen dat de uren van de schrijftolk in orde zijn', legt Klaas uit. Er zijn verschillende zorgcoördinatoren binnen de Cel Functiebeperking, die telkens verantwoordelijk zijn voor meerdere faculteiten.

Dan is er ook nog het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, waar pedagogische ondersteuning moet worden aangevraagd. Voor zo'n aanvraag moet er een gestructureerd voorstel zijn van de geboden hulp bijvoorbeeld, en daar helpt de Cel voor Studeren met een Functiebeperking onder andere in.