Reportage: het reilen en zeilen van het KU Leuven-testcentrum

Het proces en het team

26 april 2021
Reportage
Auteur(s): Lore Meesters
Afgelopen najaar opende de KU Leuven een eigen testcentrum zodat studenten zich snel en gratis zouden kunnen laten testen op corona. Ontdek hier hoe dat precies in zijn werk gaat.

Sinds oktober kunnen zowel universiteits- als hogeschoolstudenten voor een coronatest in de Zeelstraat terecht. Het afnamecentrum is open van maandag tot zaterdag, tussen 9u en 13u. Op drukkere dagen, zoals bijvoorbeeld in de weken voor de paasvakantie, worden de openingsuren verlengd. Zo kan de capaciteit van 360 naar 1.000 tests per dag worden opgevoerd.

Heb je zelf nood aan een test? Een afspraak maken, kun je eenvoudigweg online doen. Je geeft je studentennummer en de reden van je komst op en kiest een tijdsslot dat voor jou uitkomt. Zodra je je afspraak gepland hebt, ontvang je een bevestigingsmail. 

Daarnaast krijg je ook de vraag om een online formulier in te vullen voor de contacttracing. De bedoeling is dat je aangeeft met wie je de afgelopen dagen in contact kwam. Die gegevens worden verzameld om je risicocontacten sneller te kunnen opsporen en verwittigen, indien je positief test. 

Vliegensvlug bezoek

Het afnamecentrum bevindt zich op de eerste verdieping van de Universiteitshal. Om te vermijden dat studenten die zich willen laten testen door het hele gebouw moeten lopen, heeft het een aparte, niet al te opvallende ingang in de Zeelstraat. Wat wel opvalt is de ruimte zelf: ze is groots en rustgevend, wat ietwat contrasteert met de grote bedrijvigheid die er heerst.

'Eén positieve test kan voor veel werk zorgen'

Milan Vandermeulen, student wijsbegeerte en contacttracer

Bij een positief resultaat belt een arts van het testcentrum je op, die je laat weten wat je verder moet doen. Daarnaast word je ook gecontacteerd door een contactopspoorder om eventuele risicocontacten te kunnen traceren en verwittigen. Deze overloopt met jou het online formulier dat je hebt ingevuld, helpt je met twijfelgevallen en vult de contactenlijst verder aan.

Het team van de contacttracing is tussen 9u en 21u actief om zo veel mogelijk mensen zo snel mogelijk te kunnen verwittigen. De dag is opgedeeld in drie shiften, zodat de medewerkers geen twaalf uur per dag moeten werken. 'Er is ook voldoende ruimte voor pauze', verzekert Milan Vandermeulen, student wijsbegeerte en een van de contacttracers.

De focus van het opsporen ligt bij de kotclusters. 'Als er gemeenschappelijke ruimtes zijn, zien we dat het heel snel gaat, ook al is dat niemand zijn schuld', klinkt het bij Milan. Wanneer iemand positief test, wordt aan de kotbaas de lijst van bewoners opgevraagd. Die personen worden dan een voor een gecontacteerd om te kijken of ze risico hebben gelopen. 'Eén positieve test kan voor veel werk zorgen', beaamt Milan.

Studenten onder elkaar

Toch lijkt het harde werk van de contactopspoorders te lonen. Omdat het hier net als bij de administratieve medewerkers om jobstudenten gaat, kunnen ze zich makkelijk inleven in de situatie van de mensen die ze contacteren. Dat zorgt ervoor dat mensen die gebeld worden zich meer op hun gemak voelen en het verlaagt de drempel om informatie te delen.

'Als ik mensen aan de politie ga verklikken, heb ik meer problemen dan zij'

Milan Vandermeulen, student Wijsbegeerte en contacttracer

'We zeggen ook altijd dat alle informatie binnen het KU Leuven-contacttracingteam blijft en verder met niemand anders wordt gedeeld', vertelt Cis Dejonckheere, coördinator in het afnamecentrum. Dat met de gegevens confidentieel wordt omgegaan, is iets dat alle medewerkers blijven benadrukken. 'Dat is medisch geheim. Als ik mensen aan de politie ga verklikken, heb ik meer problemen dan zij', voegt Milan toe.

In de meeste gevallen is die geruststelling ondertussen niet meer nodig. Milan vertelt ons dat de bewustwording over het belang van hun werk groter is geworden. 'De medewerking bij de meeste studenten is nu veel beter dan een maand of twee geleden.' Dat geldt voor de contacttracing, maar ook mensen die een oproep krijgen om zich te laten testen werken vlot mee.

Dat betekent niet dat er niet af en toe wat mensen zijn die moeilijk doen, maar die groep is gelukkig beperkt. Over dat soort minder prettige telefoontjes vertelt Femke Kerckhofs, medisch coördinator contacttracing: 'Door het goed te kaderen, draaien ze snel bij en uiten ze achteraf ook nog hun dankbaarheid.' 

Testen zonder reden

Naast een personeelsbestand dat voornamelijk uit studenten bestaat, moet ook de veranderde teststrategie, die studenten sinds februari toelaat om zich zonder specifieke reden te laten testen, voor een drempelverlaging zorgen. 

Alleen voor attesten voor reizen of met ernstige symptomen, zoals bijvoorbeeld hoge koorts, kun je niet in de Zeelstraat terecht. Verder zijn er geen voorwaarden. 'Regelmatig worden er op die manier studenten uitgepikt die op dat moment infectieus zijn, maar die zich volgens klassieke criteria niet zouden laten testen. Zo vermijden we verdere verspreiding’, legt Cis uit. 

Redenen die buiten de klassieke criteria vallen worden het vaakst geregistreerd

Toch kunnen die zeer beperkte criteria ook vragen oproepen. De testen van het afnamecentrum worden namelijk geleverd en betaald door de overheid, wat ervoor zorgt dat ze voor studenten gratis zijn. Dat die groep zich kan laten testen zonder te voldoen aan één van de klassieke Sciensano-criteria, contrasteert met de aanpak in andere afnamecentra. 

Cis nuanceert dat beeld: 'De aangepaste criteria maken deel uit van een federale pilot die al positieve feedback van de overheid kreeg. Er wordt zelfs nagedacht over een verdere verlaging van de testcriteria op nationaal niveau.'

De mogelijkheid lijkt in ieder geval al weerklank te vinden bij de studenten. Op de hoogrisicocontacten na, worden redenen die buiten de klassieke criteria vallen het vaakst geregistreerd. Toch benadrukt Cis dat ze het goed in de gaten houden. 'Wanneer iemand wekelijks komt, vragen we wel om er bewuster mee om te gaan.'

Naast studenten kunnen sinds het begin van de paasvakantie ook personeelsleden in het afnamecentrum terecht, maar voor hen gelden wel strengere criteria. Zo moet er bijvoorbeeld sprake zijn van milde symptomen of van een risicocontact binnen de werkcontext. Het gaat ook alleen over personeelsleden die regelmatig fysiek aanwezig moeten zijn op hun werk en daar veel directe contacten hebben.

Verhuisplannen

Eind mei verhuist het afnamecentrum wegens werken in de Universiteitshal naar de binnenplaats van het Van Dalecollege, iets verderop in de Naamsestraat. Daar zouden ze zich in tenten organiseren. De capaciteit van die nieuwe locatie is beperkter, maar zou, ervan uitgaande dat het tegen dan wat rustiger wordt, wel moeten volstaan.