Stinkende solidariteit

Splinter

02 mei 2016
Splinter
Auteur(s): Vinsent Nollet
Dat de markt doordringt tot alle uithoeken van de samenleving, is niets nieuws meer. Dat er verregaande consequenties aan verbonden zijn, vergeten we vaak.

We lijken soms wel te leven in een of ander hedonistisch nihilisme, of een ongebreidelde yolo-cultuur, waarin alles mogelijk is en bijna alles te koop. Daar is op zich niets mis mee en het is ook logisch. Er zijn in onze samenleving haast geen vaste standaarden meer om waardeoordelen op te baseren. Vaak proberen we gewoon onze tijd op individueel niveau zinvol door te brengen.

Het morele vacuüm waarin we leven, zette de poort wagenwijd open voor allerlei emancipatorische bewegingen, vanuit het idee dat wij onze waarden zelf kunnen uitstippelen. Maar als niets meer echt heilig is, krijgt ook de markt vrij spel. De individualistische consumptiemaatschappij is intussen een gigantisch cliché.

Zelfs een terroristische aanslag kan tegenwoordig worden omgevormd tot een vreemde vorm van consumentisme. Iedereen wil er zijn deel van. Na de aanslagen in Parijs ontstond daar ogenblikkelijk een markt in. Solidariteit met een prijskaartje aan: “19 euro om te tonen dat jij meeleeft!”. Van horloges, stropdassen en babyrompertjes van Charlie Hebdo tot Pray for Paris T-shirts en keukenschorten: het internet staat vol met merchandise.

Mensen willen solidair zijn en gaan vaak nietsvermoedend mee in dat verhaal. Toch wringt het. Dat we geld betalen om medeleven te uiten of geld verdienen met een aanslag. Als al die spullen ook nog eens werden vervaardigd door loonslaven in een ver land is de cynische cirkel rond.

Dat soort praktijken gebeurt overal wel, maar gevaarlijk wordt het als we het aan de markt zouden overlaten om voor ons te bepalen wát we moeten voelen. Neem Facebook. Enkele uren na de aanslagen in Parijs kregen gebruikers de mogelijkheid hun profielfoto aan te passen naar de Franse driekleur. Na enige tijd verdween de functie automatisch weer en kregen we onze gewone profielfoto’s terug.

We kunnen er niet altijd buiten, maar moet er voor alles een markt zijn?

Je hoefde eigenlijk niet in te zitten met hoelang of met wie je solidair was, Facebook nam dat voor zijn rekening. Dat het willekeur was, een eenzijdige actie die de ene bevolking boven de andere stelde, kon de duizenden gebruikers niet deren. Dat nog geen maand erna hetzelfde privilege ter beschikking werd gesteld aan reclame voor de nieuwe Star Wars film en iedereen zo een lightsaber aan zijn profielfoto kon toevoegen, evenmin.

Uiteraard bedoelen mensen het onschuldig. Maar als zelfs zo’n sterk symbolisch gebaar kan worden opgekocht, moeten we dan geen twee keer nadenken voor we er in meegaan? Facebook is een bedrijf, geen liefdadigheid. Solidariteit uiten op sociale media is goed, maar bedrijven erover laten beslissen is gewoon dom. Ze hebben altijd andere redenen om ergens belang aan te hechten.

We kunnen er niet altijd buiten, maar moet er voor alles een markt zijn? Of gaan er dan belangrijke zaken verloren? Daar gaat het om. In zijn boek What Money Can’t Buy beargumenteert Michael Sandel dat marktwerking ethiek verdringt: het werkt slavernij in de hand en corrumpeert bepaalde intrinsieke waarden – zoals vriendschap of solidariteit – of authenticiteit in het algemeen. Hij stelt met klem dat we een grens móéten trekken, willen we ethiek in leven houden.

Het lijkt mij vooral belangrijk dat we kritisch blijven en al te vaste waarheden uitdagen. De verregaande invloed van de markt is niet onschuldig. Als er geen grenzen meer zijn, als alles mogelijk is met een beetje geld, waar staan we dan nog voor?

De splinter bevat de mening van de auteur. Ze bevat niet de mening van de redactie.