Studenten Verpleeg- en Geneeskunde helpen de door corona getroffen zorginstellingen

'Ik denk dat humor ons wel recht houdt in zulke tijden'

30 november 2020
Analyse
Auteur(s): Lisa De Witte
Studenten Verpleeg- en Geneeskunde staken de voorbije maanden de handen uit de mouwen in ziekenhuizen en woonzorgcentra. Ze haalden er naar eigen zeggen kracht uit om er te zijn voor anderen.

Woonzorgcentra en ziekenhuizen gingen de afgelopen maanden gebukt onder de grote werkdruk. Dankzij een oproep vanuit onder andere de KU Leuven werd een deel van die last verlicht door studenten Verpleeg- en Geneeskunde. Van de gewone covidafdeling tot intensieve zorgen: studenten droegen er massaal hun steentje bij. Het bleek een leerrijke ervaring waar ze met een positief gevoel op terugblikken.

Wanneer de vraag wordt gesteld of het een bewuste keuze was om op die specifieke afdelingen stage te doen, is het antwoord telkens affirmatief. 'Omdat onze afdeling sloot, kregen we de keuze om mee naar een covidsectie te verhuizen. Ik wilde liever daar staan en iets betekenen', klinkt het bij Hannes Van Tricht, student Verpleegkunde aan de UCLL.

'Er werd ons gevraagd of we interesse hadden in een vrijblijvende stage. Dan heeft BeMSA Kulak (een studentenvereniging van geneeskundestudenten) de organisatie op zich genomen. Zo gingen we met een 60-tal studenten in het labo helpen en namen we covidwissers en bloedafnames af', vertelt Olivier Monteyne, student Geneeskunde aan Kulak. 'Ook op de gewone verpleegafdelingen en de covidafdeling draaiden we mee. Op intensieve zorgen hadden ze toen één iemand nodig en die taak heb ik op mij genomen.'

Gewone vs. intensieve zorgen

Dat de nood aan extra handen hoog was, vertaalt zich ook in het takenpakket van de studenten. 'In het woonzorgcentrum waar ik stond was de verpleging het niet gewoon om veel medische verrichtingen te doen – bloedprikken, subcutaan vocht aanleggen of de palliatieve medicatie toedienen. Dat nam ik voor mijn rekening, net als dagelijks de vitale parameters controleren en de patiënten klinisch onderzoeken', vertelt Maarten Claes, student Geneeskunde aan KU Leuven.

'Elke dag nam ik systematisch contact op met de families en plande ik een moment in waarop ze konden bellen'

Olivier Monteyne, student Geneeskunde

Op de intensieve zorgen daarentegen, zag Olivier er vooral op toe om de warme zorg te verlenen waar verpleegkundigen geen tijd meer voor konden voorzien. 'Mijn rol was het faciliteren van gesprekken tussen patiënten en hun familie. Elke dag nam ik systematisch contact op met de families en plande ik een moment in waarop ze konden bellen. Samen met de patiënt belde ik hen dan op vanuit de ziekenhuiskamers.'

Een leerrijke periode

Unaniem beschrijven de studenten die periode als heel waardevol, zowel omdat ze iets konden betekenen als omdat ze eruit bijleerden. 'Het was een vrijwillige stage, dus alles wat ik bijleer is een surplus. Het was geen stage als een andere: ik heb leren omgaan met het overbrengen van slecht nieuws en het inspelen op de emoties van patiënten', verduidelijkt Olivier.

Hoewel de zorg maar op één ziekte gefocust is, hebben de studenten niet het gevoel dat deze stage hun groei remt. 'Het is een vrij gangbare verpleegeenheid als je de beschermende kledij die je moet dragen wegdenkt. Dat biedt andere leerkansen voor mij, zoals de totaalzorg: de focus op het leren van bepaalde handelingen wordt verruimd naar het totaalpakket', vertelt Kalina Parthoens, student Verpleegkunde.

Ook wanneer er nog gaten waren in de opleiding, werden die tijdens de stages opgevuld. 'Er is een systeem dat Optiflow heet, een manier van zuurstoftoediening die we moesten gebruiken op de gewone covidafdeling. Dat hebben wij nog niet geleerd, dus werd er op de afdeling zelf een kleine opleiding gegeven over hoe dat in elkaar zat', zegt Hannes. Daarnaast bood ook de Kulak een les aan om studenten te leren hoe ze dat videochatten met families het best in de praktijk konden brengen.

'De studenten leerden via Toledo al de omkleedprocedures en worden verder begeleid tijdens de verpleegstage'

Gert Van Assche, hoofdarts UZ Leuven

'De studenten werden via Toledo al opgeleid in de omkleedprocedures, kennen de algemene maatregelen en worden verder begeleid tijdens de verpleegstage. Op onze oproep kregen we een honderdtal reacties. Op basis van reeds doorlopen stages hebben we daaruit een twintigtal studenten gekozen die de verpleegkundigen zullen bijstaan en tien studenten Biomedische wetenschappen die als stewards zullen worden ingezet', verduidelijkt Gert Van Assche, hoofdarts aan het UZ Leuven.

Mentale weerbaarheid

Maar hoe zit het met de mentale hulpverlening voor de studenten - naast de noodzakelijke, extra opleidingen? Wat vooral opvalt is de veerkrachtigheid die ze tonen. In vrijwel elke instelling werd een psycholoog ter beschikking gesteld of werden sessies ingepland, maar geen van de geïnterviewde studenten heeft daar gebruik van gemaakt. 'Ik heb van in het begin geprobeerd om een zekere afstand te houden van de patiënten omdat de kans wel bestaat dat je die verliest, maar dat lukte ergens wel om je daar over te zetten', aldus Hannes.

Naar het einde van de stages wordt dat afscheid wel lastiger. 'Toen ik al drie weken bezig was, werd er één iemand ziek waarvan ik dacht: verdomme, niet jij. Maar die is er uiteindelijk wel door geklauterd', vertelt Maarten. 'Voor vast personeel is dat nog anders, zeker in een rusthuis: mensen verblijven daar echt jaren. Als je die mensen al zo lang kent en ze in die context moet afgeven, dan is dat moeilijk.'

'Er was geen hiërarchie meer. Iedereen probeerde elkaar zo veel en zo goed mogelijk te ondersteunen waar mogelijk'

Maarten Claes, student Geneeskunde

Het blijft confronterend, ongeacht hoe voorbereid studenten zijn. 'Ik was aanwezig toen een 50-jarige vrouw moest vernemen dat ze haar niet meer naar de intensieve zorgen zouden brengen omdat haar lichaam een kunstmatige beademing niet meer aankon. De familie kon kort afscheid nemen en de volgende dag was ze er niet meer. Ze had wel onderliggende gezondheidsproblemen, maar je verwacht dat toch niet van iemand op die leeftijd', vertelt Zahrah Kabir, student Geneeskunde. 

Een heterogene frontlinie 

Toch blijkt humor de rode draad doorheen alle getuigenissen. 'Ik denk dat humor ons wel recht houdt in zulke tijden', beaamt Hannes. Ook Maarten getuigt dat ze best veel gelachen hebben, zowel de stagiairs als het vast personeel. 'Er was geen hiërarchie meer. Iedereen probeerde elkaar zo veel en zo goed mogelijk te ondersteunen waar mogelijk.'

Dat sterke teamverband is geenszins evident in tijden waarin de regels dagelijks veranderen en het personeel vanuit verschillende afdelingen geplukt wordt. Desondanks vormt die heterogene bende een imponerende frontlinie. Kalina: 'De samenwerking tussen de drie verschillende afdelingen is heel mooi, want ik had zelf eerst niet door dat er zoveel verschillende teams waren. In mijn ogen was dat één team; een heel vlotte samenwerking.'

'Om daar dan te staan en te weten hoe het eraan toegaat, is heel speciaal'

Zahrah Kabir, student Geneeskunde

Het kan natuurlijk niet altijd van een leien dakje lopen. Dat merkte Kalina al op de eerste dag van haar stage. 'We zijn momenteel aan het verhuizen en dat creëert veel chaos. Niemand weet bijvoorbeeld waar het materiaal van de kamers naartoe hoort te gaan; of het wordt weggegooid of mee wordt gegeven is niet duidelijk.'

Zoektocht naar een knuffelcontact

De studenten bewijzen niet alleen hun weerbaarheid, maar geven ook te kennen waar hun prioriteiten liggen: bij de zorg voor anderen. De meesten geven aan dat de eigen gezondheid hen geen parten speelt, maar vooral die van hun directe omgeving. Allemaal namen ze de noodzakelijke voorzorgsmaatregelen: extra handhygiëne, de drukke kotkeuken vermijden, niet afwisselen tussen thuis en kot en zelfs gedurende de gehele stage en de week nadien niet samenkomen met vrienden. Een knuffelcontact zoeken is dus het volgende dat afgevinkt mag worden op hun to-do-list.

De geïnterviewde studenten van wie de stages al ten einde zijn gekomen, halen zeker voldoening uit hun bijdrage in de ziekenhuizen en woonzorgcentra. 'Het was ook het enige waar het in de wereld nog om draaide. Om daar dan te staan en te weten hoe het eraan toegaat, is heel speciaal', besluit Zahrah. Ook Kalina ziet het hoopvol in: 'Het gaat eigenlijk vrij goed met de patiënten waarmee ik heb gesproken. Het einde is wel in zicht.'