Tamme zakken

Editoriaal

21 maart 2016
Editoriaal
Auteur(s): Roderik De Turck
Uitgeverijen nemen een te grote winstmarge op wetenschappelijke publicaties. Het werkt de verspreiding van informatie tegen en toch blijven universiteiten passief. Verklaren wie verklaren kan.

Uitgeverij Elsevier heeft op haar wetenschappelijke tijdschriften een grotere winstmarge dan Apple. 36 procent versus 35 procent (zie voorpagina en pagina 4).

U leest het goed. Een grotere winstmarge dan computergigant Apple, een van de meest winstgevende bedrijven van de laatste decennia. Enfin, na de wetenschappelijke publicaties van Elsevier dus.

Het waarom van dit verhaal is betrekkelijk eenvoudig. Winst maken is leuk. Grote winst betekent grote bonussen.

Maar ook het hoe is eenvoudig. Waar Apple nog voortdurend haar concurrentie te snel af moet zijn en zwaar moet investeren in technologische ontwikkelingen, moeten uitgeverijen zoals Elsevier dat amper. Door de digitalisering zijn de verwerkingskosten zwaar gedaald. Onderzoekers doen bijna al het werk zelf. Vaak moeten ze zelfs betalen om hun artikels te mogen publiceren. “Het gaat niet om inhoud, maar om hoeveel de artikels kunnen opbrengen,” vat een bibliotheekhoofd de situatie mooi samen.

Een situatie die op zich niet slecht genoemd kan worden, ware het niet dat onderzoek meestal met publieke middelen gefinancierd wordt en de verspreiding van informatie van cruciaal belang is.

Nu heb je verdoken subsidies aan uitgeverijen die op hun beurt de verspreiding van informatie tegenwerken met hun monopolistische prijszetting.

Als ik professor Torfs vraag waarom er op internationaal vlak niet samengewerkt wordt om de uitgeverijen tot lagere prijzen te dwingen, antwoordt onze rector: “Wij staan open voor initiatieven.” Vertaling: stop met zagen.

Veel beterschap zit er niet aan te komen. Uitgeverijen eisen alsmaar meer geld en de universiteiten blijven vaak betalen. Hier en daar krijg je tegenwind. Met een aantal illegale initiatieven zoals Sci-Hub en een aantal (loggere en minder efficiënte) legale alternatieven zoals Open Access.

Toch blijven onderzoekers en universiteiten aankloppen bij de uitgeverijen. Het waarom van dat verhaal is een stuk onduidelijker. Historische ontwikkelingen hebben voor monopolies gezorgd. De citaties in bepaalde gereputeerde tijdschriften zijn noodzakelijk voor verdere financiering. Een vicieuze cirkel.

Toch heb je weinig grond om bijvoorbeeld Elsevier als bedrijf iets kwalijk te nemen. Ja, er wordt alleen gekeken naar winst. So what? Dat doet ongeveer elk kapitalistisch ingesteld bedrijf. Dat ze daarmee de verspreiding van informatie tegenwerken zal hen worst wezen.

Het is aan onderzoekers en universiteiten die het er niet mee eens zijn om de samenwerking stop te zetten.

Wat mij dan ook het meeste stoort, is precies de tamme houding van universiteiten, en ook onderzoekers, hoe beperkt hun mogelijkheden ook zijn. Natuurlijk, er zijn de consequentieloze boycots. En onze rector spreekt van een situatie “die niet duurzaam is.”

Als ik professor Torfs vraag waarom er op internationaal vlak niet samengewerkt wordt om de uitgeverijen tot lagere prijzen te dwingen, antwoordt onze rector: “Wij staan open voor initiatieven.” Vertaling: stop met zeuren.

Er ligt een grote verantwoordelijkheid bij de universiteit, en zelfs proffen dragen bij tot het voortbestaan van deze onevenwichtige situatie. Met wat doorzettingsvermogen kan deze situatie snel rechtgezet worden.

Overreageren is zelden de juiste oplossing, maar je tam opstellen is dat evenmin. Deze universiteit zou best wat meer mogen vechten voor de verspreiding van informatie.

Hoofdredacteur van deze krant. Het editoriaal bevat een mening die gedragen wordt door de redactie.