Aantal beroepsprocedures aan KU Leuven daalt voor het eerst

Feedback op examens wordt beleidsprioriteit

13 maart 2018
Artikel
Auteur(s): Nora Sleiderink
Afgelopen jaren bleef het aantal beroepsprocedures aan de KU Leuven stijgen. Nu is er voor het eerst weer een significante kanteling te merken en dat zou te danken zijn aan feedback.

Vorig jaar berichtte Veto over de blijvende stijging in het aantal betwistingen. Voor het eerst is dat niet langer het geval: in 2015-2016 liepen 653 beroepen, voor het afgelopen academiejaar (2016-2017) blijkt dat aantal nog maar 511 te bedragen. Dat is zelfs lager dan in 2014-2015, toen 575 beroepen liepen. Enkel tijdens het academiejaar 2013-2014 stond het aantal beroepen lager dan vandaag de dag, met 465 beroepen. In een discours dat vaak spreekt over de juridisering van het onderwijs, is dit een opvallende omkering.

Aantal beroepen

De KU Leuven spreekt van een significante daling ten opzichte van vorig jaar. Zowel in de effectieve beroepen (van 401 naar 363) als in de stopgezette beroepen (van 252 naar 148) is een daling te zien. Stopgezette beroepen zijn veelal bewarende beroepen: door de korte beroepstermijn, voorziet het onderwijs- en examenreglement van de KU Leuven de mogelijkheid voor een bewarend beroep indien het feedbackgesprek nog niet is kunnen doorgaan. Opmerkelijk is dus dat dit soort beroepen met 41% is gedaald ten opzichte van het jaar ervoor.

Schuif met je cursor over de grafiek voor meer informatie.

Feedback

Evenzeer opvallend is het verschil in uitkomst tussen examenbeslissingen (284, dus 56% van alle beroepsprocedures) en maatregelen van studievoortgang (202, dus 40% van alle beroepsprocedures). Beroepen tegen een examenbeslissingen betwisten meestal een examenresultaat dat gegeven is. Dat kan om een onvoldoende gaan, maar ook wie van een 19 een 20 wil maken, is welkom. Ook gaat het om beroepen tegen onregelmatigheden op het examen. Studievoortgangsmaatregelen bepalen dan weer of je je mag herinschrijving voor een opleiding aan de KU Leuven.

Analyse maakt duidelijk dat de daling toe te schrijven is aan een daling in het aantal examenbeslissingen waartegen in beroep wordt gegaan. Volgens Chantal Van Audenhove, vicerector Studenten- en Diversiteitsbeleid, en Jan Herpelinck, dienst Algemene Procesopvolging, is dat te danken aan de verhoogde inspanningen voor het organiseren van feedback.

De cijfers gaan over afgelopen academiejaar, dus het laatste jaar van vorige vicerector Studentenbeleid Rik Gosselink, die al sterk inzette op feedback. Van Audenhove wil nu ook prioriteit maken van de feedback binnen haar beleid. 'Feedback is iets van twee kanten: een echte dialoog tussen student en prof', stelt ze. Feedback leidt immers niet enkel tot inzicht van de student. Ook proffen kunnen hierdoor beter inschatten wat er misloopt, wat op termijn leidt tot betere communicatie vooraf en een meer objectieve manier van beoordelen achteraf.

Uitkomst van het beroep

Nog geen 7% van de examenbeslissingen wordt herzien of deels herzien. Wie een negen wilt aanvechten, zal dus met stevige argumenten uit de hoek mogen komen. Een heel ander plaatje is te zien voor maatregelen van studievoortgang: 70% van de studievoortgangsmaatregelen wordt teruggedraaid.

Die voortgangsmaatregelen zijn voornamelijk maatregelen die automatisch worden toegepast. 'Maar daarnaast willen we ruimte laten om rekening te houden met individuele omstandigheden', zegt Herpelinck. Dat kan en gebeurt ook effectief. 'Dat komt ook makkelijker aan bod in een persoonlijk gesprek met de vicerector.' Dat gesprek maakt ook mogelijk dat afspraken met de student worden gemaakt om hem of haar zo optimaal te begeleiden in zijn of haar verdere studiecarrière. 'Soms willen studenten geen faciliteiten aanvragen, tot ze dan met hun neus op de feiten worden gedrukt dat het gewoon niet lukt', zegt Van Audenhove. 'Door die procedure en dat gesprek komen studenten vaak tot inzicht. Dat verdient dan vaak ook nog een kans.'

Klik bovenaan op de aard van de beslissing en schuif met je cursor over de grafiek voor meer informatie.

Later studietraject van de toegelaten studenten

Ongeveer 7 op 10 wordt dus na een studievoortgangsmaatregel uiteindelijk toch toegelaten. Dat kan soms onder voorwaarden, zoals het aanvaarden van faciliteiten bij een functiebeperking of afspraken rond volgtijdelijkheid van bepaalde vakken. De KU Leuven volgt ook op hoe deze toegelaten studenten in hun latere studiecarrière verder scoren. Dat lijkt hoopvol: nog eens zo'n kleine 70% krijgt geen nieuwe weigering meer of studeert af.

De cijfers doen evenwel wenkbrauwen fronsen over het nut van maatregelen van studievoortgang, zoals de 30% CSE regel voor starters en de 50% CSE regel voor studenten onderweg. De 30% CSE regel stelt dat wie na zijn eerste jaar een lagere studie-efficiëntie heeft dan 30%, zich niet opnieuw mag inschrijven in dezelfde richting aan de KU Leuven. Concreet betekent dat voor een doorsnee student: geslaagd zijn op minder dan 18 studiepunten na tweede zit, pakweg drie grote vakken. De 50% CSE regel is strenger: wie na zijn eerste jaar niet de helft van zijn opgenomen vakken heeft 'terugverdiend', krijgt bindende voorwaarden. Na twee jaar wordt de student voor een academiejaar lang geweigerd voor herinschrijving in om het even welke opleiding aan de KU Leuven.

Weg met studievoortgangsmaatregelen? Dat moet genuanceerd worden. Studenten die een uitzonderlijke toestemming voor herinschrijving krijgen zijn studenten die kunnen aantonen dat tegenvallende resultaten te wijten waren aan bijzondere omstandigheden die ondertussen in voldoende mate zijn opgelost, zodat vanaf nu wel een voldoende studievoortgang mogelijk is. De kans op slagen neemt bovendien toe naarmate een student verder in zijn opleiding gevorderd is. Bij heel wat laatstejaars blijkt dit te maken te hebben met de masterthesis. Deze groep studenten maakt dus ook extra kans, aangezien het studenten betreft die zich in het verleden al bewezen hebben en dicht bij het behalen van een diploma staan. Van de toegelaten studenten zijn er 86 afstuderende, tegenover 21 studenten onderweg, 18 starters en 17 schakelstudenten. Ook loopt de eerste groep een veel kleiner risico op een nieuwe weigering.

Klik bovenaan op de persoon die in beroep ging en schuif met je cursor over de grafiek voor meer informatie.

Diversiteit

Meer vragen kunnen gesteld worden bij het effect op studenten met diversiteitskenmerken. De KU Leuven gegevens maken duidelijk dat zij vaker worden getroffen door de 30% CSE regel, maar dat zij ook daarna geen kans zouden maken om hun studies succesvol af te ronden. De KU Leuven, die sowieso al een groter probleem heeft met diversiteit dan de andere Vlaamse universiteiten, krijgt hiervoor kritiek te verduren. Het is namelijk goed mogelijk dat studenten uit kansengroepen minder snel de stap naar een beroepsprocedure zetten. Van Audenhove geeft toe dat er een aparte cijfers bestaan over het aantal studenten met diversiteitskenmerken dat beroep aantekent.