Aldebaran

Kleine kunst

16 november 2020
Artikel
Auteur(s): Abel Romkes
Kunst hoeft niet monumentaal te zijn om iets te vertellen. 'Kleine kunst' herbergt woordkunst in zijn fijnste vorm, om in te verzinken, te overpeinzen en van te genieten.

Uri Decalut had altijd meer van sterren dan van meisjes gehouden. Al van jongs af aan was hij 's avonds graag buiten, zijn blik op de hemel gericht, en wanneer helder weer en de afwezigheid van andere verplichtingen hem daartoe de kans boden, trok hij er ook op latere leeftijd met de telescoop op uit om met zijn geliefden alleen te zijn.

De omstandigheden waren daarbij belangrijk: de aarde het best zo donker mogelijk, aan het strand of op een open plek in het bos, de lucht diepzwart en vol licht van ver. Eenzaam, de eigen hartslag in de oren, de wereld onder haar toverachtige nachtglans die 's ochtends samen met de hemel weer verbleekt.

Thuis had hij in zijn sterrenatlas al een aantal doelwitten aangekruist, en de uitdaging om deze minuscule reuzen aan de werkelijke hemel terug te vinden was voor Uri Decalut een prettig onderdeel van de magie van de avond, een belangrijk voorspel tot dat waarvoor hij gekomen was. Aandachtig speurde hij het firmament af, als een kapitein op zoek naar drenkelingen, en ondanks al zijn ervaring was de eerste blik die hij op een ster wierp altijd weer even opwindend.

Ontzagwekkend oud licht straalde hem tegemoet: een huwelijk tussen het verleden en het eeuwige, de in licht gebundelde onsterfelijkheid van sterren die in werkelijkheid al lang waren verdwenen. Het was hier alsof hij een moment lang aan de wereld vastplakte: alles was verloren, ieder voorbehoud was verdwenen en had plaats gemaakt voor de pure absorptie van elke seconde. Het universum drong zich met een verbazend gemak door zijn telescoopoog naar binnen, vulde iedere uithoek van zijn geest en zette daar alles in brand. Het gevoel overwonnen te zijn maakte zich van Uri Decalut meester, samen met de geruststellende gedachte dat hij geen schijn van kans had gemaakt.