RECENSIE FILM
Dead Man's Wire is er vooral voor de true crime-liefhebber
Een waargebeurd misdaadverhaal opnieuw tot leven wekken: het is een klassiek recept in de filmindustrie. Dead Man’s Wire, de nieuwste film van Gus Van Sant, is daar een perfect voorbeeld van. De film voldoet dan ook aan de verwachtingen van zulke producties, maar ook niet veel meer dan dat.
8 februari 1977, Indianapolis. Tony Kiritsis besluit om zich richting het kantoor van zijn hypotheekmakelaar M.L. Hall te begeven met een plan. Hij voelt zich belazerd nadat de hypothecaire overeenkomsten die hij met de man sloot desastreuze gevolgen voor hem hebben. Wanneer Hall niet aanwezig blijkt op zijn bedrijf Meridian Mortage, besluit Kiritsis om genoegen te nemen met zijn zoon Richard en hem dagenlang te gijzelen in zijn appartement.
Bijna vijftig jaar later kan het grote publiek de verfilming van deze waargebeurde zaak op het witte doek bekijken. Regisseur Gus Van Sant vertelt de 63 uur durende gijzeling op een eerder waarheidsgetrouwe manier, met hier en daar de nodige cinematische overdrijvingen en verfraaiingen. Met Bill Skarsgård in de hoofdrol en acteurs zoals Al Pacino en Dacre Montgomery is het geen overdrijving om te spreken van een veelbelovende cast.
Woelig productieproces
Toch had de bezetting er helemaal anders uit kunnen zien. Parallel met de chaotische verhaallijn die de film vertelt, verliep het productieproces niet van een leien dakje. Het filmen vatte oorspronkelijk aan in 2023, met Werner Herzog als regisseur en Nicolas Cage als Tony Kiritsis.
Na het uiteindelijke afhaken van Cage geeft ook Herzog er de brui aan. Het productieproces ligt een hele tijd stil, totdat regisseur Gus Van Sant, een bekende naam in arthouse en gay cinema met titels onder zich als Paranoid Park en Milk, de leiding overneemt. Onder zijn toeziend oog werd de hele film uiteindelijk in achttien dagen tijd gefilmd. Deze korte tijdspanne bracht ongetwijfeld beperkingen met zich mee, maar vertaalde zich ook in een intieme sfeer die je als kijker kan waarnemen op beeld.
Media als storyteller
De film opent met een uitzending van de lokale radiozender van Indianapolis. Aan het woord is DJ Fred Temple, vertolkt door Colman Domingo. Met zijn warme stem schept hij voor de kijker de sfeer in de stad en volgt hij tegelijkertijd de auto van Tony, die op dat moment zijn moed bij elkaar raapt om het kantoor binnen te gaan.
Fred Temple en zijn radioprogramma vormen een rode draad doorheen de film. Doordat de radio-uitzendingen in real time worden uitgezonden – vaak als voice-over doorheen de scènes – wordt de invloed van mediarapportering in dergelijke misdaadzaken blootgelegd.
Nadat hij op de radio negatieve verhalen over zichzelf hoort, besluit Tony nog een stapje verder te gaan. Hij laat de mediakanalen voor hem werken door contact op te nemen met Fred en zijn verhaal te doen via de radio. Op deze manier hoopt hij de eenzijdige berichtgeving te beïnvloeden en de publieke opinie aan zijn kant te krijgen.
Dodemanskoord als modus operandi
De titel Dead Man’s Wire dekt de lading van de misdaad volledig. De term verwijst naar de modus operandi die Tony hanteert. Wanneer Richard hem in zijn kantoor binnenlaat, haalt hij een jachtgeweer boven en bindt hij dit wapen rondom de nek van Richard, terwijl Tony zelf het jachtgeweer te allen tijde klaar voor gebruik vasthoudt.
Op deze absurde wijze verplaatsen de twee zich door de drukke straten van de hoofdstad naar het appartement van Tony, waarbij Richard op kop als een mak hondje wordt gecommandeerd.
Zowel politionele interventie als een ontsnappingspoging door Tony zijn op deze manier geen optie. Door de draad die de twee personages verbindt, zouden beide acties desastreuze gevolgen hebben: er hangt met andere woorden een beschermend schild rondom Tony. Wat het nog bijzonderder maakt, zijn de beelden die aan het einde van de film getoond worden, waarbij de echte Tony en Richard zich in 1977 op dezelfde manier verplaatsen.
Klassiek verhaal
Ondanks de sterk neergezette acteerprestatie van Skarsgård, bekend om zijn bijzondere palmares aan personages waaronder Pennywise in IT en IT Two, blijft de film wat aan de oppervlakte. Het misdaadverhaal waarin een zelfverklaarde Robin Hood het heft in eigen handen neemt en ten strijde trekt tegen de grote kapitalistische boemannen, is zo oud als de straat en daarom niet erg vernieuwend.
Bij aankomst in het appartement van Tony verloopt de resterende verhaallijn voorspelbaar verder. Als kijker is het niet moeilijk te gissen hoe het verhaal zal eindigen, waardoor de nodige prikkels soms wat afwezig zijn. Menig true crime-liefhebber zal deze film ongetwijfeld kunnen smaken, maar wie liever verrast wordt in de cinema zal mogelijk van een koude kermis thuiskomen.
Heb je vragen of opmerkingen bij dit artikel? Stuur ze ons.