Collaboratie en verzet aan de KU Leuven

Zowel professoren als studenten betrokken

08 mei 2022
Analyse
77 jaar geleden eindigde de Tweede Wereldoorlog. De KU Leuven kan terugblikken op een erfenis van zowel collaboratie als verzet.

Op 8 mei wordt traditioneel het einde van de Tweede Wereldoorlog herdacht. Die oorlog staat in het collectieve geheugen gegrift omwille van de gruweldaden van de nazi's en de reikwijdte van het conflict. Volgens sommigen is het gevaar van extremisme nog niet geweken en moet de dag tot een officiële feestdag uitgeroepen worden. De herinnering aan WOII blijft zo hoog.

Tijdens WOII stond de Belgische bevolking voor een moeilijke keuze: collaboreren of verzetten. Een deel van de bevolking had zich om diverse redenen laten verleiden tot een samenwerking met nazi-Duitsland. Een ander deel van de bevolking verzette zich dan weer actief tegen de Duitse bezetting. Die verschillende omgang met de bezetting leidde tot diepe kloven in de naoorlogse samenleving. Ook aan onze universiteit was dat het geval.

Eigen koers varen  

'Qua verzet en collaboratie was de situatie aan de KU Leuven vergelijkbaar met de rest van de maatschappij', vertelt Kjell Corens van het Universiteitsarchief. De positie van de KU Leuven was wel anders: zij bleef vasthouden aan hun onafhankelijkheid. Toch waren er interne spanningen rond de concrete vorm van de samenwerking en het verzet. 

'Globaal genomen stond de Leuvense universiteit erg negatief tegenover de Duitse bezetter'

Johan Tollebeek, historicus KU Leuven

'Globaal genomen stond de Leuvense universiteit erg negatief tegenover de Duitse bezetter', zegt historicus Johan Tollebeek (KU Leuven) die gespecialiseerd is in de geschiedenis van de KU Leuven. 'Cruciaal hiervoor was de herinnering aan de ravage die de Duitsers in de Eerste Wereldoorlog in Leuven hadden aangericht. De vernietiging van de universiteitsbibliotheek stond daarvoor symbool. Wanneer in 1940 de nieuwe bibliotheek opnieuw werd vernield, was de rekening natuurlijk vlug gemaakt.' 

Rector in de tegenaanval 

De bekendste 'verzetsheld' van de KU Leuven is niemand minder dan toenmalig rector Honoré Van Waeyenbergh. Hij koos ervoor om de universiteit open te houden na de capitulatie van België, in tegenstelling tot WOI. Maar dat betekende niet dat hij de Duitse bezetters gedwee zou volgen. Een positie die hem achteraf een heldenstatus opleverde.

Volgens Corens cultiveerde de rector na de oorlog zeker ook zijn heldenstatus. Zo besliste hij om na de sluiting van de Université Libre de Bruxelles (ULB) die studenten op te vangen. Het verplichte katholicisme werd toen tijdelijk opgeschort. In totaal vonden 583 studenten de weg naar Leuven, waaronder ook een aantal Joden en vrijmetselaars. 'Dat werd later als een verzetsdaad beschouwd, maar was aanvankelijk toch eerder ingegeven als een daad van collegiale samenwerking', stelt Corens.

De Duitsers zagen dat toch anders en lieten rector Van Waeyenbergh opsluiten. Hij weigerde iedere samenwerking en besliste zo om de inschrijvingslijsten van de studenten in te metselen zodat de Duitsers hen moeilijker konden opsporen. De lijsten werden later alsnog gevonden. 

De student-verzetsheld 

De rector was uiteraard niet de enige die weigerde om in de Duitse pas te lopen. Ook studenten pleegden verzet tegen de Duitse bezetter. Veel is er over deze studenten nog niet geweten. Van clandestiene organisaties is nauwelijks bronmateriaal overgebleven. Zo wordt het moeilijk om een volledig beeld te vormen over het aantal studenten dat deel uitmaakte van het verzet. Een aantal figuren springen er toch bovenuit.

De bekendste student-verzetsheld is ongetwijfeld Jan Daelemans. Bij het uitbreken van de oorlog was hij nog student Rechten en lid van het  Katholiek Vlaams Hoogstudenten Verbond (KVHV). Hij werd, zoals de meeste van zijn leeftijdsgenoten, aan het begin van de oorlog gemobiliseerd. In tegenstelling tot hen keerde hij na de capitulatie van België niet meer terug naar de universiteit. Integendeel: hij sloot zich aan bij het verzet. 

Proffen werden aangespoord om hun lessen te stoppen als een Duitse militair het leslokaal binnenkwam

In 1943 ging hij zelfs over tot gewapend verzet. Volgens Corens was hij actief bij de Maquis;  groepen die zich schuilhielden in bossen of bergen en van daaruit in opstand kwamen. Daelemans werd echter in een valstrik gelokt en gruwelijk vermoord in de provincie Luxemburg. Het leverde hem al snel een martelarenstatus op. Corens: 'Op de plaats waar hij werd neergeschoten staat nu een kapel, die de rector heeft ingezegend.' 

Zeker niet alle studenten namen de wapens op. Jan Daelemans was bovendien ook al actief bij het sluikblad De Vlaamsche Vlagge, samen met geneeskundestudent Hubert Peeters. In tegenstelling tot Daelemans bleef Peeters wel studeren aan de KU Leuven en zou hij in 1943 zelfs promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De keuze voor het verzet betekende dus niet automatisch het einde van de studies. 

Symbolisch verzet

Toch waren de meeste studenten bang om hun gewone leven te verliezen. Het statuut van student gaf een zekere veiligheid. Velen besloten dan ook om in Leuven te blijven. Enkel eerstejaarsstudenten werden tijdens de oorlog opgeroepen voor de verplichte tewerkstelling, maar zij doken dan veelal onder. Er heerste ook solidariteit: ouderejaars brachten vaak cursussen rond om de kennis clandestien te verspreiden. 

De positie van de Belgische universiteiten was duidelijk: ze waren onafhankelijke kennisinstellingen. Het was evenwel moeilijk om dat telkens af te dwingen. Proffen werden, volgens Corens, door de rector aangespoord om hun lessen te stoppen en de studenten naar huis te sturen als een Duitse militair het leslokaal binnenkwam.

‘Bij studenten ging het vooral om politieke en culturele collaboratie'

Kjell Corens, Universiteitsarchief KU Leuven

Rector Van Waeyenbergh had tijdens de oorlog een sterk netwerk dat hij ook intensief gebruikte. 'Door bemiddeling van koningin Elisabeth en onder internationale druk werd zijn gevangenisstraf omgezet in huisarrest', weet professor Tollebeek. 'Van Waeyenbergh was zelf ook een goede bemiddelaar', vult Corens aan. 'Veel studenten kwamen in de problemen door bijvoorbeeld de avondklok. De rector pleitte dan telkens bij de Duitse bezetter om de studenten vrij te laten.' 

Collaboratie onder studenten 

Naast verzet was er ook medewerking met de Duitse bezetter. Toch gaat het ook hier waarschijnlijk om kleine aantallen. Volgens historicus Koen Aerts (UGent) was 95% van de mensen dan ook vooral bezig met overleven en brood op de plank te krijgen. 

Toch namen studenten vaak een andere rol op dan gewone burgers. 'Ze namen wellicht vaker een zichtbare positie in, omdat ze hun opleiding in dienst van de vijand konden valoriseren, onder andere door middel van propaganda', zegt Aerts erover. 'Het ging veeleer om politieke en culturele collaboratie, dan het aangeven van bijvoorbeeld Joden', voegt Corens toe.

Verder was er collaboratie uit opportunisme, bijvoorbeeld om een carrière uit te bouwen. Net zo goed waren er ook die uit ideologische overwegingen meededen. 'Helaas is er nog maar weinig onderzoek gedaan naar hun individuele motivatie', zegt Aerts. 

Schipperen tussen collaboratie en verzet

De relatie van KVHV met WOII was ambigu: 'Er was in het interbellum een verrechtsing van de samenleving en dus ook onder studenten.' Het KVHV bestond aan de vooravond van WOII uit een mix van botsende ideologieën, al had het Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV) een belangrijke positie verworven. Een duidelijke lijn kon wel niet getrokken worden.

'Er werd aan het begin van de oorlog opgeroepen tot verzet, maar ook om meetings bij te wonen van het collaborerende VNV', weet Corens. De interne spanning was dus merkbaar. Sommigen traden toe tot het verzet, anderen sloten zich aan bij de collaboratie. 

Collaborerende studenten werden aan alle Belgische universiteiten geweigerd

Het tijdschrift van KVHV,  Ons leven , werd finaal door de Duitse bezetter stopgezet. 'Dat was officieel omwille van papiertekort, maar eigenlijk doordat er een aantal kritische artikels in verschenen waren tegen de Duitse bezetting', zegt Corens van het Universiteitsarchief.

Corens vult aan: 'Het is achteraf gezien positief geweest dat de Duitsers Ons Leven hadden opgedoekt, zo verdween de interne verdeeldheid ook naar de achtergrond en bleef mogelijke schade beperkt.' Tijdens de oorlog raakte KVHV haar functie als koepel voor Vlaamse studenten dan ook kwijt. 

Herstel en herdenken 

Bij de bevrijding na de oorlog werden collaborateurs opgepakt en berecht. In die processen werd rekening gehouden met hun opleiding. 'De rechtbank ging er meestal vanuit dat hoger opgeleiden hun gedrag en de gevolgen ervan beter hadden kunnen inschatten', verklaart Aerts. 

Na de oorlog dienden studenten bij de inschrijving aan de universiteit een enquête in te vullen. Collaborerende studenten werden immers aan alle Belgische universiteiten geweigerd. Die selectie verdween al snel. 'De vraag kan natuurlijk ook gesteld worden hoe eerlijk deze enquêtes werden ingevuld', stelt Corens. 

'In historisch onderzoek wordt er vooral gekeken naar collaboratie, onder andere omdat er daar ook meer bronnen over zijn', verklaart Aerts. Als gevolg blijft het verzet en het gewone leven een blinde vlek. 'Onderzoek daarnaar is veel moeilijker, omdat het allemaal clandestien verliep en er weinig bronnen overbleven. Dat is helemaal anders met die procesdossiers van collaborateurs', besluit Aerts.