'De Arabische Lente is slechts het topje van de ijsberg'

Interview: Tijani Boulaouali

26 april 2021
Interview
Auteur(s): Basil Claeys , Emma Desmet
Dit jaar viert de 'Arabische Lente' zijn tienjarig bestaan. Verschillende revoluties in het Midden-Oosten zetten veranderingen in gang, sommigen mondden uit in oorlog. Een gesprek met een expert.

Tijani Boulaouali, docent en studieloopbaanbegeleider aan de faculteit Theologie en Religiewetenschappen van de KU Leuven, bracht enkele maanden geleden een boek uit over de mediatisering van de Arabische lente. Hij groeide op in Marokko en maakte zijn studies af in Amsterdam en Leuven. Sindsdien heeft hij zijn expertise over de islamwereld al meermaals neergepend: het meest recente boek Arabische Lente: tussen Mediatisering en Islamisering is lang niet zijn debuut. Veto nam deze gelegenheid om met hem in gesprek te gaan over zijn boek en over de bredere situatie in het Midden-Oosten. 

Waarom dit boek uitgeven in 2021? Wat is nog de relevantie, behalve het tienjarige 'jubileum'?
'Tien jaar na datum is de Arabische Lente nog steeds springlevend, niet alleen in de straten van de steden, maar vooral in de harten van Maghrebijnse en Arabische burgers. Door de coronacrisis zijn de revoluties een beetje stilgevallen, maar zolang het volk verlangt naar een beter leven zullen die blijven duren.'

'Na een periode van relatieve stilte zie je weer revoltes ontstaan op straten en pleinen in landen als Soedan, Algerije, Irak, Libanon en Tunesië. De "latente" Arabische Lente ontwaakt terug. Je moet de revolutie zien in een breder historisch geheel. Net als alle andere historische revoluties gaat het om een lang proces van verschillende verschuivingen en hervormingen. Wat zich sinds tien jaar afspeelt in de Arabische wereld is enkel het topje van de ijsberg. De Arabische Lente is niet louter iets dat zich op straat afspeelt, het is vooral een gevoel dat leeft onder de mensen. En dat gevoel leeft door.'

Hebben journalisten in het Westen wel voldoende diepgaande kennis van de regio om de vaak complexe conflicten op een correcte manier te brengen? 
'Er zijn natuurlijk verschillende soorten journalisten, die verschillend berichten over de complexe conflicten en omwentelingen die zich afspelen in Noord-Afrika en het Midden-Oosten, afhankelijk van de  ideologische en redactionele lijn van de krant of de tv-zender. Ik vind verslagen die ter plaatse zijn gemaakt en gerapporteerd waardevoller dan de verslaggeving die in de nieuwsstudio is gemaakt, omdat ze dichter ligt bij de gebeurtenissen, en de dus de realiteit.'

'Naar mijn mening is deze fase noodzakelijk voor het veranderingsproces, precies zoals in Europa na de Franse Revolutie'

'Uit mijn onderzoek blijkt dat Nederlandse verslaggevers die zijn rondgetrokken door de Arabische wereld meer inzicht hadden in de Arabische revolutie. Ze hadden de Arabische geschiedenis en cultuur grondig bestudeerd voordat ze eropuit gestuurd werden en kwamen vooral in Tunesië en Egypte veel in contact met doorsnee burgers.'

'Ze ontdekten er dat de Arabische volkeren dromen van een functionele democratie en naar sociale en economische basisrechten streven, net als andere volkeren in de wereld. Kortom: ze vertelden een positief verhaal, maar bleven dicht bij de feiten. Andere journalisten hebben de Arabische lente dikwijls negatief belicht, zonder aandacht voor de leefwereld van de Arabische burgers. Dat soort discours stoort mij echt.'

We herinneren ons allemaal de beelden van mensenmassa's op het Tahrirplein in Caïro, maar 10 jaar na datum zorgt Sisi er hardhandig voor dat een nieuwe revolutie onmogelijk is en lijken de Egyptenaren nog minder vrij dan voordien. Wat belet u ervan om cynisch te worden over die revoluties? 
'Zo werd ook vroeger gekeken naar verschillende revoluties in de geschiedenis, maar later werden de leiders van die revoluties als helden afgeschilderd. Het grote succesverhaal is dat het Arabische volk voor de eerste keer in de moderne geschiedenis erin geslaagd is om een aantal dictatoriale regimes ten val te brengen. Dat wekt hoop dat verandering mogelijk is. Als het niet nu kan, dan wel in de toekomst.'

'Naar mijn mening is deze fase noodzakelijk voor het veranderingsproces, precies zoals in Europa na de Franse Revolutie. Daar was geen sprake van jaren of decennia om de maatschappij op het juiste spoor van hervorming te zetten. Het vergde generaties en eeuwen van inspanning en opoffering. De Arabische Lente is vergelijkbaar met dit historische Europese proces. Jarenlang hebben activisten in Arabische landen pogingen ondernomen om de beschamende sociaal-politieke omstandigheden te veranderen, zonder direct succes. Maar dat wil niet zeggen dat het niet de goede richting uitgaat.'

Welke rol speelden religieuze groeperingen en ideeën in de revoluties, zoals die van Egypte, Libië of Tunesië?
'Ik heb in mijn boek gepoogd te bewijzen dat religieuze groeperingen slechts een kleine rol hebben gespeeld in het starten van de revoluties. In de Tunesische Lente bijvoorbeeld was er geen sprake van een grote overname van politieke islam. Wel streden seculieren en islamisten zij aan zij voor meer democratie.'

'De Tunesiërs die sindsdien stemden voor een politieke islam zijn een uiting daarvan. Leen Vervaeke vat het mooi samen in haar boek De Jasmijnrevolutie: startschot van de Arabische Lente. Volgens haar hebben ''die Tunesiërs nu voor het eerst gekozen voor wat zij belangrijk vinden, en niet voor wat het Westen vindt dat zij belangrijk moeten vinden. Dat is democratie. Dat is de Arabische Lente.'' In Egypte hebben de Moslimbroeders wel een grote rol gespeeld. Toch wil dat niet zeggen dat de Arabische Lente een islamitische revolutie of een revolutie van de Moslimbroeders is.'

'Het is belangrijk te onthouden waar de revolutie voor de gewone mensen echt om draait'

'Fundamentalisten roepen graag dat zij degenen zijn die de revolutie hebben gestart. Zo nemen zij de verworvenheden van de Arabische Lente in bezit en zien ze zichzelf als de enige vertegenwoordigers van de bevolking. In het Westen zagen sommige journalisten en politici die fundamentalisten, die volgens hen een groot gevaar vormden voor de Westerse beschaving, evenzeer als representatief voor de bredere bevolking. De opkomst van een groepering als Daesh (de Islamitische Staat, red.) versterkt dat proces natuurlijk. Het is belangrijk te onthouden waar de revolutie voor de gewone mensen echt om draait: een functionerende democratie en een goed leven.'

Zowel Sisi in Egypte als Assad in Syrië gebruiken het vijandbeeld van de terrorist om zelf de macht in handen te houden. Ook in Europa wordt dat vijandbeeld gehanteerd, veelal door extreemrechtse partijen. Hoe ziet u deze politieke recuperatie van het terrorisme als vijandbeeld?
'Ik maak een onderscheid tussen het ideologische of politieke 'Westen' en het menselijke 'Westen'. Het vijandbeeld van de terrorist wordt gehanteerd door dat eerste Westen als een politiek mechanisme om zich te verzetten tegen de politieke ander. Zo ging dat vroeger ook al met de Sovjet-Unie en het communisme. De filosoof en theoloog Hans Küng stelde dat het vijandbeeld ''communisme'' vervangen werd door het vijandbeeld ''islam'' na het einde van de Koude Oorlog. Zo worden Amerikaanse militaire opbouw en buitenlandse operaties verder gerechtvaardigd. Dat  'vijandbeeld' staat tegenover het 'vriendenbeeld', waarin er een ware interesse is voor de ander.'

'De beeldvorming wordt niet alleen gevormd door gedachten en meningen, maar ook door gevoelens en vooroordelen. Een vijandbeeld is voor veel mensen nuttig. ''Het heeft individueel-psychologisch en politiek-sociaal verschillende functies, zoals bijvoorbeeld valt op te maken uit de "oorlog tegen het terrorisme" die doortrokken is van het streven van de VS naar hegemonie en op een uiterst effectieve manier door de beeldmedia wordt ondersteund'', stelt Küng.'

'Maar zoals ik al heb aangegeven dienen we het hele Westen niet over dezelfde kam scheren. Dit vijandbeeld heerst vandaag vooral in populistische en extreemrechtse partijen en bewegingen. Sisi, Assad en andere Arabische regimes hebben dat vijandbeeld klakkeloos overgenomen van het Westen en gebruiken het om zich niet alleen tegen de "radicale" of "politieke" islam te verzetten, maar tegen elke politieke beweging of intellectuele stroming die een bedreiging voor hen kan vormen. Zo beschermen ze hun eigen belangen. Het is de taak van de media, zowel in de Arabische wereld als in het Westen, om dat vijandbeeld tegen te gaan.'