Een stabiel Afghanistan begint bij sociale zekerheid

Summier: de scriptie als standpunt

08 november 2021
Opinie
Auteur(s): Jasper Roorda
Na het Afghaanse debacle van deze zomer is het nogmaals pijnlijk duidelijk geworden dat het Westerse model van nation-building niet werkt. Met enkel 'boots on the ground' komen we niet verder.

De twintig jaar durende oorlog in Afghanistan heeft de Amerikanen meer dan 2 biljoen dollar gekost. Toch staat het land nu terug bij af. De opbouw van een stabiele democratie in ontwikkelingslanden blijft een enorm complexe zaak. Door enkel een gigantische zak geld naar een land te smijten, bereik je weinig.

Veel ontwikkelingslanden hervallen steeds weer in vicieuze cirkels van geweld, corruptie en armoede, omdat ze er niet in slagen om 'inclusieve economieën' op te bouwen. In een inclusieve economie creëert de staat een omgeving die mensen prikkelt om te investeren in hun toekomst.

Dat gebeurt enkel als het land eigendomsrechten en contracten respecteert. Als de bevolking weet dat wat ze opgebouwd heeft niet zomaar van haar afgepakt kan worden, begint een land zich te ontwikkelen tot een succesvolle democratie.

De vicieuze cirkel van de informele economie kan en moet doorbroken worden door formeel werken aantrekkelijker te maken

De opbouw van een democratie bestaat uit vele kleine puzzelstukjes. Vorig jaar schreef ik mijn thesis over werkloosheidsuitkeringen in ontwikkelingslanden. Dat klinkt misschien als een saai thema, maar sociale zekerheid is een van die absoluut noodzakelijke puzzelstukjes van de inclusieve economie.

Wanneer mensen een werkloosheidsuitkering ontvangen, zijn ze minder geprikkeld om snel een nieuwe job te zoeken. Als minder mensen opnieuw gaan werken, is er ook minder loon in de samenleving om belasting op te heffen. 

Uitkeringen worden voornamelijk met dat belastbaar loon gefinancierd. De verminderde motivatie om te gaan werken is daarom een belangrijk economisch efficiëntieverlies voor een maatschappij.

In ontwikkelingslanden is deze motivatiekost een veel groter probleem. Omdat veel mensen er informeel (zwart) werken, zijn er genoeg alternatieven om niet opnieuw formeel te gaan werken en dus geen belastingen te betalen.

Die informele economie gedijt goed in ontwikkelingslanden door het gebrek aan een sterke overheid. In een land als België daarentegen kun je als bedrijf maar beter een BTW-nummer hebben, tenzij je de vrolijke jongens van de belastingdienst in je nek wilt hebben hijgen. 

Het probleem voor ontwikkelingslanden is dat een sterke overheid geld kost. Daarvoor zijn belastingen nodig. Door die belastingen te verhogen, motiveer je bedrijven weer om in de informele sector te gaan werken. 

Als rijke landen ergens een zak geld naar willen smijten, laat het dan ook naar uitkeringen en doktersvoorschriften zijn

Maar wanneer die sector groeit, zijn er minder belastingen om te innen, waardoor de overheid weer verzwakt. Om een nation te kunnen builden moet deze vicieuze cirkel eerst doorbroken worden.

De oplossing ligt dicht bij het probleem. Overheden moeten toch proberen een goede sociale zekerheid door te duwen waarbij de voordelen van de formele sector zwaarder doorwegen dan die van het belastingvrije informele werk. 

Wie alsnog kiest om zwart te werken, kan niet van de sociale zekerheid genieten. Op een gegeven moment bereik je dan een kantelpunt. De informele sector bloedt leeg. Het Westen kan helpen om dit kantelpunt te bereiken. 

Als dat lukt, gaan meer mensen formeel werken. Er kunnen dan meer belastingen geïnd worden. Die voeden op hun beurt de sociale zekerheid en geven de overheid meer middelen. De vicieuze cirkel van de informele economie kan en moet doorbroken worden door formeel werken aantrekkelijker te maken. 

Zo kan een sociale zekerheid opgebouwd worden die de ruggengraat is van een daadkrachtigere overheid. Als rijke landen ergens een zak geld naar willen smijten, laat het dan ook naar uitkeringen en doktersvoorschriften zijn.

Veto biedt de vele bachelor- en masterthesissen die stof aan het verzamelen zijn een kans op een tweede leven, door ze te verwerken in een opiniestuk. Over deze mening is dus ten minste een jaar nagedacht.