Het mysterieuze statuut 'emeritaat' uitgeklaard

Over de ver- en geboden van de gepensioneerde professor

14 oktober 2021
Artikel
De kans is groot dat je als student al eens een professor emeritus voor de klas hebt zien staan, maar niet goed wist wat dat emeritaat precies betekent. Het is tijd om dit uit de doeken te doen.

Er zijn drie categorieën werknemers die recht hebben op emeritaat: professoren, geestelijken en magistraten. De focus ligt hier op de professoren. Momenteel zijn er 1076 voormalige professoren van de KU Leuven op emeritaat.

In wezen is een emeritaat qua pensioen hetzelfde als het doorsnee pensioen voor vastbenoemde ambtenaren. Een postbode of leerkracht in het secundair onderwijs vallen onder ongeveer dezelfde pensioenregelingen als een professor. Al was dit was vroeger wel anders.

'Het emeritaatspensioen bestaat officieel niet meer sinds 1984 en de facto was het al opgeheven met de wet van 5 augustus 1978', legt een medewerker van de Federale Pensioendienst uit. 'Het emeritaatspensioen was toen nog gelijk aan het voorafgaande loon. De wet van 5 augustus 1978 heeft de pensioenen beperkt tot drie vierde van het gemiddelde loon.' Sindsdien is de titel emeritus dus niet meer dan een eretitel. 

Emeritus met opdracht

De pensioenregeling voor professoren is niet helemaal gelijk aan die van andere ambtenaren. Het is moeilijker voor een professor om verder te werken na het bereiken van de pensioenleeftijd dan voor een andere ambtenaar. Aan het einde van het academiejaar waarin een professor 65 jaar wordt, moet hij of zij in principe stoppen met werken aan de universiteit. 

'Een emeritus met opdracht kan les geven of onderzoek begeleiden als co-promotor, maar niet als promotor'

Yves Soen, hoofd Personeelsbeleid ZAP KU Leuven

Een uitzondering is mogelijk in de vorm van emeritus met opdracht, maar dat moet de emeritus elk jaar opnieuw aanvragen. De emeritus krijgt dan een gewoon ambtenarenpensioen, maar mag wel nog opdracht doen voor de universiteit. Op die manier werken momenteel 301 emeriti met opdracht aan de KU Leuven, waarvan 32 personen hiervoor bezoldigd worden. 

De taken die zij uitvoeren zijn divers. 'Een emeritus met opdracht kan les geven of onderzoek begeleiden als co-promotor, maar niet als promotor,' duidt Yves Soen, hoofd van Personeelsbeleid ZAP (zelfstandig academisch personeel, red.) aan de KU Leuven. Op die manier kunnen ze nog een bijdrage leveren aan onderzoek en jonge onderzoekers mentoren.  

'Na je emeritaat mag je geen kredietbeheerder meer zijn'

Veerle Baekelandt, voorzitter VAPL

Ook hoofdonderzoeker van een project zijn en financieel de touwtjes in handen houden is niet meer mogelijk. 'Na je emeritaat mag je immers geen kredietbeheerder meer zijn,' stelt Veerle Baekelandt, voorzitter van het VAPL (Vereniging van het Academisch Personeel KU Leuven, red.). 

Baekelandt legt uit waarom de onderzoeksrol van een emeritus beperkt wordt: 'Het aantal posities voor jonge onderzoekers die professor willen worden is nu al heel beperkt. Als professoren langer zouden werken dan nu het geval is, dan blokkeer je kansen voor jonge onderzoekers.'

Ontevreden over het emeritaat

Dat niet elke gerenommeerde onderzoeker zich bij een kleinere rol neerlegt ligt voor de hand. Baekelandt legt uit over wie het gaat: 'Het zijn vaak onderzoekers die nog heel actief en productief onderzoek voeren, vaak met een internationaal aanzien. Ze zijn erin geslaagd om zelf de fondsen ervoor te verwerven, waardoor ze vinden dat niemand anders moet beslissen wat ermee gedaan moet worden.'

'Je hoort in de media enkel de mensen die ontevreden zijn met de huidige emeritaatregeling'

Veerle Baekelandt, voorzitter VAPL

Peter Carmeliet, een bekende kankeronderzoeker van 61 jaar, is een bekend voorbeeld: hij klaagde het huidige systeem onlangs aan in de Tijd. Binnen enkele jaren dreigt het emeritaat voor hem. Onlangs kwam in de media dat hij zelfs naar Denemarken gaat vertrekken omdat professoren daar tot 70 jaar mogen doorwerken.

Baekelandt relativeert dat de ontevredenheid bij een grotere groep emeriti zou leven: 'Je hoort in de media enkel de mensen die ontevreden zijn met de huidige emeritaatregeling.'  

Snelcursus pensioenrekenen 

De pensioenwetgeving van België is een kluwen van uitzonderingen, maar globaal zijn er drie soorten rustpensioenen: voor werknemers, ambtenaren en zelfstandigen. De pensioenleeftijd voor de meesten van hen, inclusief professoren is 65 jaar.

'Als professoren vervroegd op pensioen willen, moeten ze aan bepaalde leeftijd- en loopbaanvoorwaarden voldoen: bijvoorbeeld 42 jaar in dienst en 63 jaar oud zijn', zegt de medewerker van de Federale Pensioendienst.

Ook de dienstjaren als assistent of buiten de universiteit rekent men mee bij het berekenen van het uiteindelijke pensioenbedrag

Het pensioenbedrag dat een professor elke maand op zijn of haar rekening krijgt, berekent de pensioendienst door de referentiewedde te vermenigvuldigen met de jaren waarin hij of zij als vastbenoemd personeelslid heeft gediend. De referentiewedde is het gemiddelde loon van de laatste tien jaar, of de hele loopbaan als die korter dan tien jaar is.

Het laatste onderdeel van de formule is de loopbaanbreuk of tantième. Terwijl de standaard tantième voor ambtenaren 1/60 is, krijgen professoren de voordeligere loopbaanbreuk 1/30 voor alle dienstjaren voor 2012, waardoor de professor dus twee keer zo snel zijn maximum pensioenbedrag kon krijgen. Voor de dienstjaren na 2012 wordt de nog steeds voordelige tantième 1/48 gebruikt. 

'Dat komt omdat je pas later in je loopbaan professor wordt', licht Soen toe. 'En dan zou je volgens de gewone berekening niet aan een volledige loopbaan geraken.' Maar ook de dienstjaren als assistent of buiten de universiteit rekent men mee bij het berekenen van het uiteindelijke pensioenbedrag.

Het ambtenarenpensioen mag niet meer bedragen dan 83.254,37 bruto euro per jaar

Op welke manier het ambtenarenpensioen ook berekend wordt; het mag niet meer bedragen dan maximaal 83.254,37 bruto euro per jaar of 6.937,86 bruto euro per maand. 

Werknemers stoten op een plafond

Een vergelijking met de berekening van de pensioenbedragen voor werknemers dringt zich op. Men begint daarbij door voor elk jaar van de loopbaan de pensioenopbrengst te berekenen. De totale loon op jaarbasis wordt vergeleken met een loonplafond en niet met maxima zoals het geval is bij de ambtenarenpensioenen. Indien je jaarloon meer bedroeg dan dit plafond, wordt het bij de berekening van het pensioen ertoe verminderd. 

Ambtenaren lijken er beter uit te komen met gemiddeld een hoger bruto pensioenbedrag

Daarna wordt dit bedrag geherwaardeerd zodat het voldoet aan de kosten van het levensonderhoud op de dag dat je met pensioen gaat. Die zijn natuurlijk gestegen sinds je je eerste jaarloon kreeg. Het bedrag voor elk jaar wordt gedeeld door 45 (de normale loopbaanduur) en vermenigvuldigd met 60%. Het uiteindelijke pensioenbedrag dat je jaarlijks zou krijgen bedraagt uiteindelijk de som van deze berekening voor elk jaar dat je gewerkt hebt. 

Als men de pensioenbedragen tussen professoren en werknemers vergelijkt, dan lijken de ambtenaren er beter uit te komen met gemiddeld een hoger bruto pensioenbedrag. Maar pensioenen worden ook belast. Werknemers krijgen vaak aanvullende pensioenen, die fiscaal voordelig zijn. Maar dit geldt enkel voor die werknemers die dat aanvullend pensioen krijgen van hun werkgever.