Intieme dans in openlucht

Recensie: 'Drumming'

11 juni 2022
Recensie
Auteur(s): Cosima Bas
STUK brengt Anne Teresa De Keersmaekers iconische dansvoorstelling 'Drumming' naar Leuven. Op Steve Reichs percussiemuziek creëert de Rosas-choreografe een abstract maar wervelend schouwspel.

Door de verse regenplassen in het zand betreden we de Velodroom in Leuven; een ovale houten kunstinstallatie en wielerpiste in openlucht. Met iets wat op een swiffer lijkt, veegt een man nog snel de laatste druppels water van de dansvloer die in het midden van de ruimte is opgezet. De vloer bestaat uit acht aan elkaar getapete, uitrolbare stukken vinyl. Allemaal fluorescerend oranje, op een zwart vel na.  

We nemen plaats op de voorste rij banken, aan een van de vier zijden die de bühne omringen. Twaalf dansers – zes mannen en zes vrouwen – komen op en nemen op nog geen meter van ons hun plaatsen in aan de randen en hoeken van de vloer. De huidskleurige pleisters en verbanden aan hun blote voeten zijn duidelijk zichtbaar en ze fluisteren tegen elkaar over de plekken waar de dansvloer nog nat aanvoelt. Hun nabijheid creëert een intimiteit, die geen enkele andere Rosas-uitvoering ooit zo teweegbracht.

Bewegen op bongo's

Onder het plotse trommelgeluid van een bongo schrikt het publiek op en loopt een danser gehuld in een witte satijnen jurk en losvallend oranje hemd de bühne op. Haar haar is samengebonden in een herkenbare Rosas-paardenstaart en haar bewegingen volgen het ritme van het Afro-Cubaanse slaginstrument. Terwijl de trommels aanzwellen en afzwakken, vergezellen de andere dansers haar beurtelings in haar dans. Dat resulteert in een komen en gaan van lichamen die elkaar aansteken.

De bewegingen van de dansers zijn bijzonder berekend en sterk gedefinieerd

Choreografe Anne Teresa De Keersmaeker schreef Drumming al in 1998 op het gelijknamige werk van componist Steve Reich, dat een 30-tal jaar eerder in première ging. Reichs minimalistische partituur vloeit voort uit zijn muzikale studiereis naar Ghana en heeft een opzwepend en repetitief karakter. Hij maakt gebruik van drie soorten slagwerk – bongo's, marimba's en klokkenspel – die allen één enkel ritmisch motief van nog geen twee seconden volgen.  

Speelse blikken op de dansvloer

In tegenstelling tot Reich beperkt De Keersmaeker zich niet tot een bijna obsessieve herhaling van een aantal bewegingen, maar creëert ze een lange basisfrase die aan de grondslag ligt van de hele voorstelling en die de dansers in canon uitvoeren. De bewegingen van de dansers zijn bijzonder berekend en sterk gedefinieerd. Met gestrekte benen en armen en een occasionele gebogen ellenboog of heup vallen ze in elkaars armen en tillen ze de ander op. 

Er zit een lichtheid en speelsheid in het stuk, wat grotendeels te danken is aan de interactie tussen de dansers

De dansers zijn zo op elkaar ingespeeld dat zelfs wanneer ze alle twaalf de dansvloer vullen en een botsing onvermijdelijk lijkt, ze feilloos en perfect getimed langs en door elkaar heen bewegen. Hun trajecten ogen complex, maar chaos is ver te zoeken. Er zit een lichtheid en speelsheid in het stuk, wat grotendeels te danken is aan de interactie tussen de dansers op het podium. Hun oogcontact, aanrakingen en de brede glimlach op hun gezichten blijven het beste bij. 

Na meer dan een uur lange, ononderbroken dans, worden het ruimtegebruik en de bewegingen van de dansers compacter. Het is alsof ze toewerken naar een trance die bekrachtigd wordt door Steve Reichs laatste beweging van Drumming, waarin het hoge geluid van metaal klokkenspel overheerst. Even abrupt als het stuk begint, eindigt het ook. Terwijl de trommels nog nagalmen in onze oren haast het publiek zich recht voor een welverdiende staande ovatie.