Kersverse vicerector Onderzoeksbeleid heeft nog veel werk: 'Ik geef mezelf nog wat tijd'

Interview: Jan D’hooge

11 oktober 2021
Interview
Jan D’hooge, gewoon hoogleraar in de cardiale beeldvorming, volgt Reine Meylaerts op als vicerector Onderzoeksbeleid. D’hooge staat voor grote uitdagingen, maar heeft nog weinig concrete plannen.

D'hooge is geboren in Sint-Niklaas in 1972, afgestudeerd als fysicus aan de KU Leuven in 1994 en gepromoveerd in 1999. Al tijdens zijn doctoraat sloeg hij de medische weg in: hij onderzocht ultrasone golven en biologisch weefsel. Hierna werd hij postdoc, waar hij zich verdiepte in medische beeldvorming. In samenwerking met Imec ontwierp hij een apparaat om het hart uit te meten en vermarktte dit via de spin-off Pulsify Medical. Nu is hij de nieuwe vicerector Onderzoeksbeleid aan de KU Leuven.

Waarom heeft rector Luc Sels gekozen voor een hoogleraar in de cardiale beeldvorming als vicerector Onderzoeksbeleid?
Jan D'hooge: 'Ik ken de wetenschapsgroepen W&T (Wetenschap en Technologie, red.) en BMW (Biomedische Wetenschappen, red.) relatief goed van binnenuit en inhoudelijk heb ik veel gewerkt rond translationeel onderzoek, onderzoek van bench to bedside. Een aantal van de technologieën die we gebouwd hebben, zijn ook vermarkt en we hebben een spin-off (Pulsify Medical, red.) opgestart met Imec. Volgens mij ben ik daardoor in het vizier van de rector gekomen.'

'De vraag van de rector om vicerector te worden kwam voor mij wel out of the blue. Ik had eigenlijk nog nooit met Luc Sels gesproken. Ik heb een week de tijd gekregen om erover na te denken. Ik ben een onderzoeker in hart en nieren, geen beleidsmaker, maar ik heb toch ja gezegd.'

Wat gaf de doorslag?
'Een van de redenen is dat ik breder wou gaan dan mijn eigen onderzoekstopics. Ik kan nu ruimer kijken naar wat er gebeurt aan de hele universiteit en wie hier wat doet. Dat is ook waar ik tot nu toe het meest mee bezig ben geweest: kennismaken met allerlei mensen en organisaties.'

'Ik had nog nooit met Luc Sels gesproken'

U blijft hoofd van de onderzoekseenheid Cardiovasculaire Beeldvorming en Dynamica. Hoe combineert u dat met het vicerectorschap?
'Door weinig te slapen (lacht). Ik heb het geluk dat mijn lichaam dat toelaat. De structurele oplossing is een aantal goede postdocs die voor mij een oogje in het zeil houden in het labo. Ik heb iets meer hiërarchie aangebracht door een laag van permanente postdocs die aan mij rapporteren, in plaats van dat iedereen rechtstreeks aan mij rapporteert. Dat is een andere en betere manier van werken. Ik ben ervan overtuigd dat je door een goede organisatie en planning meer voor elkaar krijgt.'

U heeft niet veel beleidservaring. Hoe heeft u zich voorbereid op deze functie?
'Door heel veel met mensen te praten. De Humane Wetenschappen ken ik bijvoorbeeld niet zo goed. Ik heb de verschillende decanen uit die groep gecontacteerd en hun gevraagd om mij als arme fysicus wat te helpen door me te vertellen over hun onderzoeksmethodieken en waar hun bezorgdheden liggen op het gebied van onderzoeksbeleid. Ik heb ook het geluk dat ik op de dienst Onderzoekscoördinatie kan terugvallen en ik heb me ingeschreven voor een opleiding bedrijfsvoering.'

'Ik ben een onderzoeker in hart en nieren, geen beleidsmaker, maar ik heb toch ja gezegd'

In 2017 ondertekende u een open brief voor een verregaande basisfinanciering voor onderzoekers. Komt die er onder uw beleid? 
'Dat antwoord moet ik schuldig blijven. Ik heb nog geen concrete plannen. Ik ben wel een voorstander van het principe van een vorm van basisfinanciering - dat geldt trouwens ook voor rector Luc Sels - maar het moet financieel haalbaar zijn. Ik vind in ieder geval dat er een soort van bonus-malussysteem moet zijn en dat de financiering disciplineafhankelijk moet zijn, want niet elk onderzoek is even duur.'

De grote werkdruk is een oud zeer in de academische wereld. Hoe wilt u dat probleem aanpakken?
'Dat is een moeilijke vraag, want we leven in een competitieve wereld. We kunnen wel zeggen dat we de werkdruk naar beneden willen halen, maar volgens mij gaan we er dan competitief op achteruit. De Noren, die kunnen de werkdruk naar beneden halen, maar zij hebben heel veel middelen. Een oplossing kan dus zijn dat de overheid meer geld steekt in de universiteiten zodat je druk van de schouders kunt halen. Daar kan ik wel voor proberen te lobbyen, maar dat is een werk van lange adem.'

'Misschien moeten we ook niet verwachten van een ZAP’er (zelfstandig academisch personeel, red.) dat die voortdurend tegelijk aan onderwijs, onderzoek en dienstverlening doet. Dat zou de druk op ZAP’ers wat naar beneden kunnen halen, dat je nu eens onderzoek doet en dan weer onderwijs.' 

'Als het te gemakkelijk gaat, worden we lui'

Maar u bent niet tegen competitie in de academische wereld?
'Integendeel. Competitie houdt ons scherp. Als het te gemakkelijk gaat, worden we lui. Dat zit volgens mij in de aard van de mens. We mogen niet op onze lauweren rusten.'

Is die competitie niet uit de hand gelopen, getuige het aantal burn-outs onder academici?
'Elke persoon met een burn-out is er natuurlijk een te veel. Maar ik denk wel dat dat door een goede communicatie vermeden kan worden. Als leidinggevende merk je het wel als mensen te veel hooi op hun vork nemen en eronderdoor gaan. Ik heb al gezegd tegen mijn mensen: "Ik wil dat je nu twee weken op verlof gaat en dat je je mail niet opendoet."'

Lossen we het burn-outprobleem alleen op door een betere communicatie? Zijn er geen structurele oplossingen nodig?
'Je moet die burn-outcijfers ook bekijken ten opzichte van heel Vlaanderen. Dat is niet alleen een probleem in de academische wereld. Maar als dat binnen de universiteit, bijvoorbeeld bij doctorandi, vaker voorkomt dan buiten de universiteit, dan moeten we waakzaam zijn. Ik wil dat probleem niet wegcijferen, maar concrete oplossingen heb ik nog niet.'

'Leuven kan niet alleen aan minister Crevits' mouw trekken'

In vergelijking met een postdoctoraal medewerker heeft een postdoctoraal beursstudent een minder voordelig statuut: minder pensioenopbouw, minder vakantiegeld… Wilt u die statuten wijzigen?  
(twijfelt) 'Misschien. Dat is een heel gevoelig dossier. Daar kan ik nu geen antwoord op geven.'

Bij doctorandi en postdocs veroorzaken de tijdelijke contracten stress. Wat wil u daaraan doen?
'Voor postdocs liggen er nu een aantal voorstellen op tafel om die tijdelijke contracten na verloop van tijd automatisch te laten overgaan in contracten van onbepaalde duur. Er liggen nu een aantal concrete scenario’s op de tekentafel. Die zijn niet van mijn hand. In 2022 zouden die plannen uitgekristalliseerd moeten zijn.'


Doctoraatsonderzoeken liepen ook vertraging op door de coronacrisis. Worden getroffen doctorandi geholpen?  'Ik heb dat probleem niet laten liggen. Ik heb bij de andere Vlaamse universiteiten cijfers opgevraagd. Tot mijn verbazing lijkt het probleem bij hen kleiner dan bij ons. Ik had gehoopt op gelijkaardige cijfers zodat we samen naar de Vlaamse regering konden stappen voor bijkomende middelen. Leuven kan niet alleen aan minister Crevits' mouw trekken. Ik ben wel aan het kijken of we de voorwaarden voor een verlenging via het coronafonds van de universiteit kunnen versoepelen. Maar we moeten dat fonds financieel kunnen dragen.'

Wat als dat coronafonds niet betaalbaar blijkt? 'Dan is dat een probleem. Maar het zal betaalbaar zijn. Je moet dan schuiven met middelen en je criteria zo aanpassen dat je de hulp geeft aan diegenen die de hulp het meest nodig hebben.'

'Ik wil mezelf niet in de kijker plaatsen'

Hoe wilt u uw eigen stempel drukken op het onderzoeksbeleid? Heeft u een bepaalde visie of een bepaald dossier waarmee u wilt uitpakken?
'Ik wil vooral dingen faciliteren en meer inzetten op teams. Ik vind dat evaluaties nu te persoonlijk en te individualistisch gebeuren waardoor je ellebogenwerk en stress creëert. Onderzoek is groepsdynamica. Dat mag getrokken worden door bepaalde individuen, maar het draait niet rond die individuen. Ik wil mezelf dan ook niet in de kijker plaatsen.'   

Bent u al begonnen aan uw onderzoeksbeleidsdocument? Wanneer mogen we dat verwachten?
'Ik heb voor mezelf het voorjaar van 2022 in gedachten. Ik moet eerst voldoende zicht krijgen op het reilen en zeilen van het onderzoek aan de KU Leuven. Dat zal tijd vragen. Je mag je niet vergalopperen. Te snel beslissingen nemen is niet goed; geen beslissingen nemen is ook niet goed. Ik geef mezelf nog wat tijd. Bovendien moet ik mijn ideeën eerst aftoetsen bij de beleidsploeg. Het zou niet verstandig zijn om soloslim proberen te spelen.'