Lisaboa Houbrechts: 'We hebben pareltjes klaar en popelen om ze te tonen'

Navraag

22 februari 2021
Interview
Lisaboa Houbrechts zag als jonge theatermaker haar internationale doorbraak door covid uitgesteld worden. ‘Misschien is het ook niet slecht om langer stil te staan bij de zaken.’

Echt Vlaams vindt ze zichzelf niet, toch wordt Lisaboa Houbrechts ondanks haar leeftijd regelmatig in relatie gebracht met vaderlandse toppers als Alain Platel. Al tijdens haar studiejaren schreef Houbrechts ambitieuze stukken: wild, grotesk en episch en steeds met een historische connotatie. Nu vliegt ze de wereld over, op zoek naar verbeelding.

Je hebt een acteursopleiding aan het KASK gevolgd, maar bent uiteindelijk toch als regisseur begonnen. Wat kan je als maker dat je als acteur niet kan?
Lisaboa Houbrechts: 'Als theateracteur was het voor mij niet mogelijk om al die indrukken die vanbinnen leven een uitdrukking te geven met de beperktheid van je lichaam. Het samenbrengen van mensen, het uitdenken van een proces en het schrijven van een script is een ander parcours en metier dan wanneer je als acteur voor anderen gaat werken.'

In je repertoire komt de invloed van geschiedenis vaak terug. Welke boodschap probeer je uit het verleden te halen?
'De geschiedenis was voor mij interessant als een soort van verschijning. Zo'n historische verschijning is meteen ook een heel theatrale verschijning; een soort magistrale droom.'

'Er zijn natuurlijk heel veel vergeten geschiedenissen. Als men bijvoorbeeld denkt aan de orale tradities, verhalen die niet op schrift zijn gesteld, verdrongen perspectieven zoals die van minderheidsgroepen; dan komen er allemaal schaduwgeschiedenissen in die geschiedenis naar boven die om nieuwe verbeeldingen vragen.'

'Dat was eigenlijk mijn volgende stap. In plaats van de geschiedenis op het heden te leggen om te zien hoe dat vandaag resoneert, zoek ik naar momenten die nog niet verteld of onderbelicht zijn.'

'In de loop van de jaren is dat zich steeds meer gaan uitzuiveren als een onderzoeksgedreven proces, waarbij je bijna als journalist op zoek gaat naar personages. In het verleden zijn dat geen personages, maar gewoonweg bestaande figuren.'

'Door een historisch verhaal te verbeelden, raak je aan het moment tussen nostalgie en futurisme'

Is zo'n historisch verhaal in een voorstelling bedoeld als les voor de toekomst? 
'Het is niet echt een 'les'. Ik gebruik de geschiedenis eerder vanwege het poëtische principe van 'tijd'. Door een historisch verhaal te verbeelden, raak je aan het moment tussen nostalgie en futurisme. Dat poëtische verschijnsel vind ik veel interessanter dan een morele boodschap.'

'In mijn recentste voorstelling Bruegel staat die tijdreis ook centraal. Aanvankelijk wilde ik iets schrijven over Bruegel, maar dat 16de-eeuwse kader en alle commentaar die ik daarop zou kunnen formuleren vanuit het perspectief van Dulle Griet, werd claustrofobisch. Ik vond het fantastisch om haar tot de vijfde eeuw te laten terugreizen, of zelfs naar de oude Grieken. Op die manier gaat het eerder om de tijdreis dan om een concreet verleden.'

In Bruegel heb je intens samengewerkt met Iraans kamancheh-speler Mostafa Taleb. In je nieuwste voorstelling werk je dan weer met een Indische danseres. Is die internationale samenwerking iets wat je wil blijven doen?
'Absoluut, en ik denk dat het niet enkel gaat over het multiculturele, maar ook het intergenerationele. Voor Breugel heb ik ook samengewerkt met Rand Abou Fakher, een Syrische filmmaker die in 2015 naar België is gevlucht. Het beeld van de Dulle Griet is een beeld van een vrouw die met allerlei objecten uit een oorlogslandschap vlucht en zich daarvan lostrekt. Eigenlijk was het verhaal van Rand voor mij heel intrigerend, omdat zij een Dulle Griet is.'

'Op het schilderij van Dulle Griet zie je een vrouw die spullen steelt voor de poorten van hel. Je kan je de vraag stellen of zij de objecten steelt of gewoon van de ondergang tracht te redden. Ik wilde eigenlijk een link leggen tussen Rand en het verhaal van de Dulle Griet. We beschouwen Dulle Griet echt als 'Vlaams' werk, en het is dan fascinerend om die Vlaamse geschiedenis te vermengen met een hedendaags verhaal van iemand die uit Syrië komt.'

'Ik beschouw iemand van een andere cultuur niet als een cultureel andere, maar het gaat mij om de mens'

'Dat heb ik ook proberen te doen bijvoorbeeld met Mosatafa Taleb die kamancheh speelt. De kamancheh is een strijkinstrument uit Iran dat ook heel dicht bij de cello ligt, maar met een veel melancholischere klank. Dat geluid interfereert gek genoeg met de 16de-eeuwse polyfone muziek van bijvoorbeeld de madrigalen.'

Het verwerken van die niet-Vlaamse elementen, wat voor proces is dat? Werkt het bij internationale elementen ook zo dat je die lokaliseert, zoals je bijvoorbeeld een repertoirestuk zou actualiseren?
'Het gaat niet zozeer over het 'lokaliseren' hier, of een 'toevoegen', maar een samenbrengen in een zaadje waar de twee elkaar raken. Het is noch Monteverdi, noch Romamuziek. Je probeert beide dingen een nieuwe grond te geven. Daaruit kan een beeld ontstaan dat niet reëel is. Het gaat ook niet over realiteiten creëren, maar om ficties en nieuwe dromen.'

Anderzijds bouw je verder op een Vlaamse traditie. Hoe plaats je jezelf in het Vlaamse theaterlandschap? Zie je jezelf als een Vlaamse theatermaker?
'Ik merk vaak dat mensen mij graag bestempelen als een Vlaamse theatermaker. Zelf weet ik niet goed hoe ik mij daartoe verhoud. Ik kan me voorstellen dat er in andere culturen een duidelijker beeld van traditie is.'

'Ik was een maand geleden in India om te werken met Shantala Shivalingappa, een Indiase danseres die danst in mijn nieuwe voorstelling I Silenti. Ik merkte daar echt een ander soort van makerschap, een soort van bemeestering van een medium. De bewegingen zijn er eeuwenoud, een handgebaar draagt daar geschiedenis zoals wij niet kunnen voorstellen. Verhalen worden er altijd opnieuw op dezelfde wijze geïncorporeerd en doorgegeven van familie op familie.'

'Ik identificeer mezelf niet zozeer als een Europese of Vlaamse maker die omgaat met de Indische cultuur. Ik zoek een expressie tussen twee mensen, tussen Shantala en mij. Ik beschouw iemand van een andere cultuur niet als een cultureel andere, maar het gaat mij om de mens. Die mens daar is dezelfde mens als ik, en tussen ons kan een verbeelding ontstaan die alles draagt, en je kan zoveel dichter bij elkaar liggen dan je soms denkt.'

'Het is vaak door iets te zien en niet te begrijpen dat je je eigen verhaal begint te schrijven'

Kom je daardoor in aanraking met iets universeels? 
'Ja, inderdaad. Maar ik denk dat het universele juist het intieme is. Dat heb ik ook gemerkt in India. We denken vaak over spiritualiteit als iets dat hoog in de lucht zit of verheven is, maar het verhevene openbaart zich in het aardse, in het kleine. Het zit in alledaagse verschijningen, en door de benadering wordt het verheven. Het universele voor mij is dan ook het meest intieme tegelijkertijd.'

Hou je in het maakproces rekening met het publiek? Nu je in India hebt geleerd over traditionele dans, vraag je je dan af of het Vlaamse publiek daar hetzelfde uit zal halen als jij?
'Als er duizend mensen komen kijken naar een voorstelling heb je duizend verschillende voorstellingen. Het is vaak door iets te zien en niet te begrijpen dat je je eigen verhaal begint te schrijven. Ik hoop dat het in mijn voorstellingen, als ze hier en daar iets hebben dat onbegrijpelijk of mysterieus is, een mysterie is dat zou kunnen inspireren.' 

'Ik maak mijn voorstellingen niet om iets uit te leggen aan mensen, maar vooral om een plek te geven aan een verbeelding die bij mij voortkomt uit heel veel verschijningen. Ik hoop dat de beelden bij mensen blijven hangen wanneer ze terug naar huis gaan, dat ze eraan blijven denken, en dat het iets in gang zet.'

Je nieuwste stuk, I Silenti, is weer een bijzondere combinatie. Romamuzikant Tcha Limberger samen met de madrigalen van Monteverdi; wat probeer je met die verbinding te bereiken?
'Ik probeer met I Silenti het verhaal van Tcha te vertellen. Voor Requiem, een voorstelling van Alain Platel, trok ik naar Berlijn met de componist, Fabrizio Cassol, die I Silenti geïnitieerd heeft. De dag voor de première gingen wij naar het museum over de Holocaust en de herdenking in Berlijn.'

'Het is een trend om met geschiedenis bezig te zijn, en dat verontrust me'

'Dat was zo pakkend … Ik ben huilend uit de tentoonstelling weggegaan, het was te veel. De Fabrizio kwam achter mij aan en vroeg of ik besefte dat dit allemaal foto’s en brieven zijn van joodse mensen. Maar wat met de brieven die niet geschreven zijn? Bijvoorbeeld van de Roma, die net als de Joden naar concentratiekampen werden gebracht.'

'We belden later naar Tcha en toen besloten we om samen te werken. Fabrizio stelde voor om de madrigalen van Monteverdi, die gaan over liefde en oorlog, te gebruiken als alle brieven van de Roma's die nooit geschreven zijn geweest. Tcha wilde toen bepaalde verhalen zingen die zijn overgeleverd binnen de Romamuziek en die nooit op schrift zijn gesteld. Op die manier wilden we de bestaande werken van Monteverdi in verbinding brengen met de muziek van Tcha.'

'Het gaat over het poëtische principe van waarom we dingen niet vertellen. Het verhaal van de Roma-genocide is bijna als een geheim; ook binnen de gemeenschap zelf praat niemand erover. De liederen van Tcha zijn geschreven in het Romani en mogen eigenlijk niet vertaald worden voor buitenstaanders. De muziek van Monteverdi en de liederen van Tcha die we voor de eerste keer hebben ondertiteld, vertellen dat verhaal.'

Waarom is dit het verhaal dat je juist nu wil vertellen?
'Het is op mijn pad gekomen in een aaneenschakeling van gebeurtenissen, waardoor het onvermijdelijk is voor mij om er iets mee te doen. Ook omdat Tcha niet meer wilde zwijgen. En uitgerekend nu is plotseling iedereen tot zwijgen gedoemd: door corona zitten we allemaal thuis en weten we allemaal wat het betekent om tot stilte te zijn gebracht.'

'Maar het verhaal is zo specifiek dat je het eigenlijk niet op andere verhalen kan leggen. Het is wel absoluut een tendens in deze tijd om met het bewustzijn bezig te zijn. Het is ook een trend om met geschiedenis bezig te zijn, en dat verontrust me. Met I Silenti doen we dit niet uit een trendy verlangen, maar om die tijdloosheid aan te kaarten van de stilte van Tcha en van de Roma's.'

'Ik moet alles wat ik kon verwezenlijken in vorige producties, verwezenlijken in toekomstige producties'

'Het racisme tegenover de Roma's, dat al bestaat sinds de aanvang van de Roma-diaspora in het jaar 1000, is nog altijd voelbaar. Het is nog altijd een onaangekaart probleem binnen de samenleving van vandaag. Ik denk dat er heel veel motivatie is bij Tcha om dat vandaag te vertellen.'

'De voorstelling heet I Silenti, ofwel 'zij die tot stilte gedoemd zijn', en nu worden we door Corona opnieuw tot stilte gereduceerd en kunnen we het verhaal niet vertellen. Ik denk dat het voor Tcha misschien nog emotioneler is om het niet te kunnen brengen; het verhaal staat op uitbarsten. Ik ben benieuwd wanneer de podia weer open zijn zodat we het eruit kunnen smijten.'

Het stuk draait om dat zwijgen en de stilte. Hoe breng je muziek en theater, gecentraliseerd rond stilte? 
'Er zijn af en toe momenten in de voorstelling dat we een minuut stilte houden tussen twee composities. En dan natuurlijk die muziek van Monteverdi… Hoe er uit een disharmonie een harmonie ontstaat, de boventonen die ontstaan in de polyfonische gezangen, die werpen zo'n stilte op.'

Wat heeft deze tijd van corona met jou als maker gedaan?
'Wat het letterlijk heeft gedaan: heel veel voorstellingen uitgesteld of geannuleerd. Ik zat met Bruegel in een soort van momentum. Ik voelde dat ik een volgende stap kon zetten na het uitbreken uit de Vlaamse context. Dat is allemaal uitgesteld.'

'Tegelijkertijd zijn er toch gesprekken aan het rollen gegaan over toekomstige projecten, dus eigenlijk is er niets verloren, het komt gewoon later. Ik moet alles wat ik kon verwezenlijken in vorige producties, verwezenlijken in toekomstige producties. Misschien is het ook niet slecht om langer stil te staan bij de zaken.'

'Als je te fel blijft hangen aan wat je had, dan komt de golf, en die golf verplettert je'

'Eerst beschouwde ik het als iets wat ik verloren had, maar je moet dingen gewoon loslaten, weet je. Als je te fel blijft hangen aan wat je had, dan komt de golf, en die golf verplettert je. Je moet alles loslaten, om als die golf komt, er op te kunnen surfen. Dus het was een oefening in loslaten.'

'Tijdens de tweede lockdown ben ik naar India gegaan om te repeteren, en dan heb ik heel die lockdown in India ook gezien. Ik was de enige blanke, dus ik heb een India gezien dat niemand anders misschien gezien heeft. Dat contemplatieve van dat landschap, dat was echt voelbaar omdat er geen toeristen waren.' 

'Op de tempelsite van Mahabalipuram zag ik een Brahmaan die het altaar van Ganesha voorzat. Normaal gezien verdienen de Brahmanen heel veel geld aan toeristen die hun beelden bezoeken. Ik ging kijken naar zijn altaar, en zag daar Ganesha helemaal versierd met blauwe bloemen en goud. Die man deed dat dus nog elke dag, ook al ziet niemand het. Ik dacht: dat is nog eens een echte Brahmaan, iemand die echt gelooft.'

'Ik vond dat zo ontroerend en dan dacht ik: wij moeten dat ook doen. Misschien komt er niemand kijken naar onze tempels, ons theater, toch zijn we er nog altijd bezig met de beelden die we maken in dat theater zo mooi mogelijk te maken. We zijn allemaal aan het repeteren achter gesloten deuren, we hebben allemaal pareltjes klaar, en we wachten om dat te tonen zoals die Brahmaan daar Ganesha mooi maakt: tot de dag waarop mensen opnieuw kunnen komen kijken.'