Nederland biedt koloniale excuses aan: waarom België niet volgt

Over de zin en onzin van koloniale excuses

30 maart 2020
Artikel
Auteur(s): Sjereno Corvers
Volkomen onverwacht bood Willem-Alexander, de koning van Nederland, op tien maart excuses aan voor het excessieve geweld van Nederlandse militairen in Indonesië tijdens de onafhankelijkheidsoorlog.

Die oorlog duurde van 17 augustus 1945 tot 5 mei 1949. De excuses lijken vooralsnog pro forma. Toch wekt de spijtbetuiging bij ons vragen op omtrent een officieel Belgisch excuus voor wandaden die verricht zijn in de periode dat Congo onder Belgisch bewind viel.

Onder het juk uitkomen

Indonesiërs wilden losbreken van het juk van de Nederlanders, en zo ook de continue strijd tussen Europese en Aziatische mogendheden om hun weelderige stukje aarde. Daarom riepen zij onmiddellijk na de oorlog in 1945 hun onafhankelijkheid uit. De reactie van Nederland was er geen om trots op te zijn. 200.000 militairen werden uitgestuurd om de revolte de kop in te drukken. Pas op 5 mei 1949 erkende Nederland het onafhankelijke Indonesië.

In 1969 werd het geweld van de Nederlandse militairen onderzocht op verzoek van het parlement. Dit naar aanleiding van een openbare bekentenis van een van de militairen. Het onderzoek concludeerde dat er sprake was van 110 gevallen van ontspoord geweld door Nederlandse militairen. Excessief geweld zou dus een uitzondering zijn geweest.

'Verontschuldigingen zijn nodig om het hoofdstuk af te sluiten, maar dit lijkt vooral voor Nederland belangrijk te zijn.'

Freek Colombijn, associate professor sociale en culturele antropologie aan de Vrije Universiteit van Amsterdam

Een onderzoek uit 2016 vertelt een heel ander verhaal: het ging net om structureel en excessief geweld, zelfs jegens jonge meisjes, bejaarden, kinderen en andere onschuldigen. Geschat wordt dat tussen de 25.000 en 100.000 Indonesiërs de dood gevonden hebben tijdens de onafhankelijkheidsoorlog.

Koningin Beatrix, Willem-Alexanders voorganger, wilde in 1995 al excuses aanbieden voor de gruwel. De regering was het daar toen niet mee eens, uit angst de veteranen die nog in Indonesië hadden gevochten tegen de borst te stuiten.

In 2005 sprak de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot dan ook uit dat 'Nederland aan de verkeerde kant van de geschiedenis stond'. Hij vermeed wel expliciet de term 'excuus', wederom om veteranen te 'beschermen'.

Les excuses sont fait, pour s'en servir

Nu vindt er dus een officieel excuus plaats vanwege het staatshoofd. De meeste veteranen hebben vandaag de dag de eeuwige jachtvelden opgezocht, wat de excuses eenvoudiger, maar ook minder oprecht maakt.

Volgens Freek Colombijn, associate professor sociale en culturele antropologie aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, zijn ze veel te laat om nog een serieuze impact te kunnen hebben: 'Verontschuldigingen zijn nodig om het hoofdstuk af te sluiten, maar dit lijkt vooral voor Nederland belangrijk te zijn.'

'De inboorling houdt er niet van om rubber te produceren. Hij moet ertoe gedwongen worden'

Louis Chaltin (overleden), officier van de Force Publique

De spijtbetuigingen die geuit zijn hebben betrekking op het nodeloze geweld. 'In Indonesië is men daar niet meer zo door geroerd', zegt Colombijn. 'Als dit onderwerp al besproken wordt in Indonesië, wordt vooral betreurd dat Nederland destijds de onafhankelijkheidsverklaring niet direct geaccepteerd heeft’. Willem-Alexander heeft op dat vlak wel een stap gezet: hij erkende de datum van 1945.

Om het hoofdstuk volledig af te sluiten zou er ook een excuus uit moeten gaan naar de veteranen – ook zij zijn slachtoffer geworden van het systeem. Hetgeen bemoeilijkt wordt nu er bijna niemand meer kan getuigen. Het is dan ook een gemiste kans dat er geen dialoog meer kan plaatsvinden tussen veteranen, gedupeerden en de politiek.

De hand in eigen boezem steken

In 1885 wordt op een conferentie van Europese mogendheden besloten dat Afrika verdeeld zou worden onder Europese landen. Eén deel werd privébezit: Congo kwam in handen van koning Leopold II. Wat volgde was een heuse plunderoperatie van onmetelijke omvang.

De zwarte bevolking had dienstplicht in de Force Publique, het koloniale leger, dat symbool stond voor het koloniale bestuur: de officieren waren wit, de soldaten zwart. Veel Congolezen werden aan het werk gezet op rubberplantages zonder geldelijke vergoeding. Er was natuurlijk geen sprake van een uitbundig enthousiasme onder de Congolezen om zich vrijwillig aan te melden voor deze arbeid. In 1892 formuleert een officier van de Force Publique, Louis Chaltin, dit als volgt: "De inboorling houdt er niet van om rubber te produceren. Hij moet ertoe gedwongen worden."

'De verontschuldigingen van Verhofstadt en Michel gingen nooit over de schrijnende realiteit van het koloniale verleden'

Idesbald Goddeeris, professor koloniale geschiedenis aan de KU Leuven

De motivatiestrategieën die ingezet werden verdienen dan ook geen schoonheidsprijs. Een angstbewind volgde en liep uit in wat men ook wel de Congolese holocaust noemt. Tussen de vijf en tien miljoen mensen werden vermoord in ongeveer een decennium tijd (grote consensus, maar toch nog betwist in bepaalde wetenschappelijke middens, red); om over de martelingen zoals het afhakken van handen, neuzen en oren niet te spreken.

Het geld stroomde binnen, waar Leopold II gebruik van maakte om België architecturaal onder de schop te nemen en de meest exorbitante gebouwen uit de grond te doen oprijzen.

Geen algemene, oprechte excuses

Alles bij elkaar genomen, best een reden om excuses aan te bieden, zou je denken. Niettemin heeft de Belgische staat tot nu toe elk algemeen excuus pertinent geweigerd. 'Excuses zijn goed, want zij zorgen voor meer bewustzijn over het koloniale verleden', aldus professor koloniale geschiedenis aan de KU Leuven Idesbald Goddeeris.

Hij heeft echter ook bedenkingen: 'De verontschuldigingen van Verhofstadt en Michel gaan telkens over zeer specifieke gebeurtenissen, en nooit over de schrijnende realiteit van het koloniale verleden.'

Congolezen begrijpen niet waarom België, in tegenstelling tot Frankrijk, de oud-kolonie de rug heeft toegekeerd'

Idesbald Goddeeris, professor koloniale geschiedenis aan de KU Leuven

Hierover gaat het: in 2002 verontschuldigde premier Guy Verhofstadt zich voor de betrokkenheid van België bij de moord op de eerste Congolese premier Patrice Lumumba in 1961. De regering riep een stichting in het leven die Congo ten goede moest komen, ter waarde van 3,7 miljoen euro; een beledigend laag bedrag als retributie voor de verrichte wandaden.

In 2019 bood Charles Michel dan weer excuses aan voor de behandeling van de métissen die destijds uit Congo bij hun moeders zijn weggehaald, en eind jaren 50, begin jaren 60 naar België werden overgebracht omdat zij zogezegd gevaar liepen in een onafhankelijk Congo. Nog altijd was er geen erkenning van, noch excuus voor de Congolese holocaust.

Nog een lange weg te gaan

Sommige critici waarschuwen dat een algemene verontschuldiging kan leiden tot de vraag om herstelbetalingen vanuit de Democratische Republiek Congo. 'Wanneer België niet tot die betalingen over zou gaan, zijn excuses inderdaad nogal gratuit', zegt Goddeeris.

Hij benadrukt dat de Congolezen niet zozeer zitten te wachten op excuses, maar eerder op een vorm van toekomstgericht engagement zoals ontwikkelingshulp. 'Zij begrijpen niet waarom België, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Frankrijk, de oud-kolonie volledig de rug heeft toegekeerd.'

'Het uiten van spijtbetuigingen kan bovendien leiden tot het sussen van het geweten om vervolgens niets te doen. Terwijl het juist zaak is om het postkoloniale debat voort te zetten', besluit Goddeeris. Dit debat staat in België dan ook nog maar in de kinderschoenen (vooral een opgang na de heropening van het gerenoveerde AfrikaMuseum vorig jaar, red.).

Goddeeris drukt ons ook nog op het hart dat het niet alleen gaan over de publieke ruimte, zoals de Lumumba-pleinen en Leopold II-lanen, of over de restitutie van museumobjecten. Hij stelt dat iedereen zich in dit debat ook best buigt over de verhouding tussen Noord en Zuid en de mentale restanten van het kolonialisme, zoals racisme en discriminatie.