Nederlandse studentenpartijen: niet praten over, maar met jongeren

Ontstaan uit ontevredenheid, nu een emancipatorisch succes

16 maart 2020
Artikel
Auteur(s): Oriane Lecluyse
Al 27 jaar vertegenwoordigen studentenpartijen in Nederlandse gemeenteraden de belangen van de student. Wat aanvankelijk ontstond uit ontevredenheid resulteerde in een emancipatorisch succes.

Niet praten 'over' maar 'met' jongeren: dat is het devies van de diverse studentenpartijen bij onze noorderburen. In de Nederlandse universiteitssteden kan, net als in Leuven, het percentage studenten oplopen tot een kleine 20%. Het grote verschil met België: studenten zijn gedomicilieerd. Je zal er geen vrijdagse trolleyparade vinden als op de Bondgenotenlaan, want studenten blijven op kot in het weekend. De twee grootste studentenpartijen Studenten Techniek in Politiek (STIP, Delft) en Student en Stad (Groningen) leggen de interne organisatie uit. 

Emancipatorisch succes

Zowel studentenpartij STIP als Student en Stad begonnen initieel als toenaderingspoging om de botsende belangen van stad en student te verenigen. Zo verwoordt Marten Duit, fractievoorzitter uit Groningen: 'Vroeger werd er helaas alleen in een negatieve context in termen van overlast gepraat over studenten, wat de kloof alleen deed groeien.'

Maar ook in het zuiden verliep de communicatie tussen de gemeente en TU Delft jarenlang stroef. Zo werden de plannen om een universiteitsbibliotheek te bouwen verhinderd en heerste er een groot tekort aan studentenwoningen. 

Partijen komen zelfs bij de studentenpartijen aankloppen omwille van expertise in bijvoorbeeld studentenhuisvesting

Frustraties die al snel een electoraal succes bleken: Student en Stad beschikt vandaag over één zetel en STIP over zes zetels van de 39. Ondanks de jonge leden – en sporadisch gemor van anciens in de gemeenteraden – worden beide fracties naar eigen zeggen als gelijkwaardig behandeld.

Andere partijen komen bijvoorbeeld regelmatig aankloppen bij Student en Stad omwille van expertise in onderwerpen als studentenhuisvesting. STIP zit zelfs al sinds 1998 in het Delftse stadsbestuur en strandden bij de laatste verkiezingen op de tweede plek.

Vanuit het stadsbestuur kon STIP onder andere zorgen voor een verhoging van de studietoeslag voor studenten met een beperking: een kwetsbare groep die geen bijbaan kan nemen als compensatie voor de studiekosten. Maar ook zijn er duizend nieuwe studentenkamers gebouwd in 2017. In Groningen werd gepleit voor een stadsstrand, een extra vergunning voor verhuurders van studentenwoningen en ongelimiteerde openingsuren in de binnenstad.

Links-rechts, links-rechts, links-rechts

De studentenpartijen hameren erop niet enkel studenten te vertegenwoordigen, maar elke burger. 'Je kan zeer radicaal alleen de belangen van jongeren vertegenwoordigen. Toch zal de waarheid in het midden liggen', doet Duit zijn duit in het zakje.

De helft van de stemmen van STIP kwam van niet-studerende Delftenaren​

Zo kan iedere niet-student zich bij de fracties aansluiten, zolang de overtuigingen stroken met de belangen van studenten. Zelfs thema's die niets met het studentenleven te maken lijken te hebben worden aangekaart. Het gaat dan bijvoorbeeld over pensioenregelingen, ondernemerschap of toerisme.

Aangezien dé student zowel links als rechts kan zijn, schipperen studentenpartijen ertussenin. Een zoektocht naar de beste koers om de belangen van jongeren te vertegenwoordigen zonder ideologisch inkleuren. Zowel linkse als rechtse fractieleden zetten zich in voor één doel.

Marcel Harincks, gemeenteraadslid voor STIP legt uit: 'Door een diverse kandidatenlijst op te stellen waarborgen we dat STIP progressief en pragmatisch is, niet links of rechts.' Desondanks ontwikkelt zich vaak een beleid in bredere ideologische setting: ook studentenpartijen sluiten coalities. 

Studentenpartijen laten de zorgen van studenten klinken van de straat tot de gemeenteraad.

Kar trekken en studeren

Doorgaans worden al die politieke ambities gecombineerd met studies. Zo zegt Marten Duit dat het voor velen de vervanger van een bijbaan vormt. In Groningen zitten de raadsleden iedere twee jaar in de gemeenteraad. In Delft wordt gewerkt met een doorwissel-systeem.

Harinck legt uit: 'We mikken op termijnen van drie jaar. Jaar één en drie zijn halftijds, die dienen om je respectievelijk in te werken en om opvolgers op te leiden. In je tweede jaar ben je voltijds gemeenteraadslid. In dat jaar trek je de kar van onze partij.'

Wat kost jouw stem?

'Een jonge visie betekent niet dat je je alleen inzet voor zaken die enkel studenten aangaan, maar dat je een mening hebt over alle zaken die spelen in de gemeente', aldus  Harinck. Met succes: de helft van de stemmen kwam van niet-studerende Delftenaren. STIP kijkt daarom ook naar minder typische studentikoze thema’s. 

Zo heeft Ferrie Förster, hun eerste wethouder Economie en Cultuur (het Nederlandse equivalent voor een schepen, red.), gezorgd voor een cultuurbalie, gratis internet en het beroemde schilderij Het straatje van Vermeer aan de Delftse museummuren.

Studentenpartijen laten de zorgen van studenten klinken van de straat tot de gemeenteraad. Luidkeelse daden worden eindelijk bij stille woorden gevoegd. Toch zijn gelijkaardige initiatieven in België onhaalbaar, omwille van budgettaire en administratieve redenen. Het knelpunt is de kostprijs.

Domiciliëring houdt in: gemeentebelasting betalen, opgeven van ouderlijke belastingvoordelen, voordelige studentenhuurcontracten vaarwel zeggen, hogere druk uitoefenen op de private woningmarkt en eigen verzekeringen afsluiten. Een nieuw wettelijk statuut geeft je een stem in het politiek debat op voorwaarde dat je betaalt. Voorlopig is het wetsvoorstel over studentendomiciliëring afgekeurd. In de tussentijd kijken we naar onze progressieve noorderburen.