Participatie bij de Leuvense cultuurhuizen

Wanneer de toeschouwer gebruiker wordt

17 oktober 2016
Artikel
Auteur(s): Gilles Michiels
Participatie is een van de vijf functies waarvoor kunstorganisaties deze zomer subsidies konden krijgen. Het begrip is breed, dus vullen Leuvense cultuurhuizen het op hun eigen manier in.

In de dossiers die de cultuurhuizen hebben ingediend om deze zomer subsidies te krijgen, konden organisaties vijf functies aanduiden. Naast ‘presentatie’, ‘reflectie’, ‘productie’ en ‘ontwikkeling’ maakte ook ‘participatie’ deel uit van die groep. De term, die eerder vooral associaties opriep met kunsteducatie en sociaal-artistiek werk, kan nu ook wortel schieten in een breder kunstenveld. Tenminste, dat kan, als de organisaties weten wat ze ermee moeten aanvangen.

Van de cultuurhuizen die in Leuven subsidies kregen, hebben er drie aangegeven op participatie te zullen inzetten: STUK Kunstencentrum, het sociaal-artistiek theatergezelschap Compagnie Tartaren en het Centrum voor Nieuwe Muziek MATRIX. Maar hoe brengen de organisaties het begrip in de praktijk?

Deelnemen vs. deelhebben

De definitie van het begrip wordt door het Kunstendecreet vrij vaag gehouden en is dus voor interpretatie vatbaar. Het decreet situeert participatie tussen de uitersten ‘deelnemen’, dat betrokkenheid bij een grote groep mensen nastreeft, en ‘deelhebben’, dat de toeschouwer als mede-eigenaar van het aanbod vooropstelt.

Theaterwetenschapper Ciska Hoet, die voor tijdschrift rekto:verso een uitgebreid dossier over het onderwerp uitwerkte, erkent de verwarring die over het begrip ontstaat. ‘Participatie kan zowel inzetten op co-creatie, waarbij niet-professionelen bij het productieproces betrokken worden, als op publiekswerking. Als geheel blijft het een zoektocht naar een kunstwerking die minder top-down is.’

Verbinden vs. ontwrichten

De zoektocht wordt in Leuven in de eerste plaats bij STUK gevoerd, dat naast participatie tal van andere functies belichaamt. Artistiek directeur Steven Vandervelden legt uit: ‘Oorspronkelijk wilden we een werknemer aanwerven om de participatie te bevorderen, maar daarvoor hebben we niet genoeg subsidies gekregen. Bovendien is ons plan niet helemaal scherpgesteld doordat onze radicale hervorming naar Huis voor Dans, Beeld en Geluid nog maar net achter de rug is.’

'Eén peergroup hoeft niet langer te beslissen wat de moeite is'

Steven Vandervelden, artistiek directeur STUK

Theoretisch moet volgens Vandervelden de toeschouwer een gebruiker worden. ‘Dat wil zeggen dat niet langer één peergroup beslist wat de moeite is om naar te komen kijken, maar dat de toeschouwer ook echt deelneemt aan de werking van STUK. Dat zie je al in Familie, ons project waarbij vijftien bezoekers een kunstwerk adopteren en mee naar huis nemen. Maar we vervangen ook steeds vaker lezingen waarin we de dansvoorstellingen 'uitleggen' door workshops waarin het publiek zelf aan de slag kan gaan met materiaal. Dat werkt minder top-down.'

Verder gaan kunstenaars ook echt aan de slag met de stad en zijn bewoners in de reeks Common Ground. 'En die projecten moeten zeker niet altijd braaf 'verbinden', ze mogen ook ontwrichtend werken. Enkel zo komen belangrijke vragen rond de rol en de deelname van het publiek aan bod. Of deze benadering al dan niet past in de definities die het decreet geeft aan participatie, is veel minder van belang.' Volgens STUK zit de betekenis van participatie volop in een transitieperiode en de decretale invulling, die voorlopig nog erg statisch is, moet dan maar volgen.

Bij MATRIX en Compagnie Tartaren is participatie een kerntaak, die al langer invulling kreeg. ‘Ons doel is om bij het publiek de kennis over en deelname aan de hedendaagse muziek te versterken,’ zegt Rebecca Diependaele van MATRIX. ‘Co-creatie gebeurt bij ons in mindere mate. Onze taak ligt in de eerste plaats bij het bevorderen van deelname aan nieuwe muziek, eerder dan bij gemeenschapsvorming.’

De werking van Compagnie Tartaren is dan weer gericht op participatie van specifieke groepen. Kansarmen staan er zelf aan de basis van de theaterproducties en maken ook deel uit van het publiek. De schaarse beloning die Tartaren voor haar dossier bij de subsidieronde kreeg, is echter tekenend voor veel kleine organisaties die sterk op participatie inzetten. Maakt de functie dan wel een verschil?

Andere kerntaken

Leuvense organisaties die de functie niet officieel in hun dossier hebben opgenomen, zien immers evenzeer het belang van de participatiefunctie in. ‘Het feit dat het geen kerntaak is, neemt niet weg dat we ondersteunend aan onze werkingen wel participatieve projecten organiseren,’ klinkt het bij Het nieuwstedelijk. Het theatergezelschap organiseert onder meer debatavonden, waaraan het publiek kan deelnemen.

'Een auditie is ook een uitnodiging tot participatie'

Dirk De Lathauwer, artistiek directeur fABULEUS

‘Voor fABULEUS is participatie eerder een evidentie van de dagelijkse werking,’ zegt Dirk De Lathauwer van het dans- en theaterhuis voor jongeren. ‘Het feit dat jongeren tegenwoordig als artistiek volwaardig beschouwd worden, duidt op zich al op participatie.’

‘Elke auditie is bovendien een verdere uitnodiging daartoe. Jongeren stappen er in het project van een maker, waardoor ze na de audities kunnen co-creëren. Het verschil met andere organisaties is wel dat we vanuit het idee van de maker vertrekken en niet het verhaal van de jongeren zelf vertellen.’ Het expliciet emancipatorische is er dus niet bij fABULEUS.

Dat participatie een onmisbaar onderdeel is van het Leuvense cultuurlandschap. Een scherper beeld van wat het begrip kan betekenen en een beloning daarvan van de overheid, kunnen de deelname van het publiek in de toekomst hopelijk verder bevorderen.