Recensie: Bach Studies

Een minimalistische ode aan Bach op je computerscherm

03 april 2020
Recensie
Auteur(s): Emiel Roothooft
Black Swan-choreograaf Benjamin Millepied geeft een verfrissende kijk op het muzikale universum van de componist uit Eisenach.

We kunnen er niet omheen; zelfs in deze inleiding duikt het coronavirus op. Nu we allemaal gevangen zitten in de beperkte perimeter rond onze woonst, is cultuur opdoen heel wat moeilijker. We zien online heel wat creatieve curiositeiten verschijnen, van een familiale aria uit Les Misérables tot een Oegandese reggae-versie van De Blocks oorwurm 'Blijf in uw kot'. Dat is allemaal fijn, leuk en verbroederend, maar het is toch niet hetzelfde als La Traviata in De Munt of Giselle in de opera van Antwerpen.

Maar niet getreurd! Opera Ballet Vlaanderen heeft – altruïstische zielen als ze zijn – vijf van hun topwerken de digitale wereld in gestuurd. Deze keer: Bach Studies, een modern ballet van Benjamin Millepied.

Voor zijn eerste avondvullende voorstelling ging Benjamin Millepied aan de slag met enkele topwerken van Johann Sebastian Bach, een naam die het werk van wereldtoppers zoals Anne Teresa de Keersmaeker en deze Fransman al decennialang domineert. De dansers van Ballet Vlaanderen worden meesterlijk begeleid door het Symfonisch Orkest Opera Ballet Vlaanderen, onder leiding van Daniel Inbal. Voor de Tweede Vioolpartita kon hij ook rekenen op violist Eric Crambes, casual in het zwart en witte sportschoenen.

De dansers waren enorm getraind, wat naast hun ijzersterke achillespezen verklapt werd door de Basic Fit-broekjes

Op de beginnoten van de St.- Mattheüspassie wandelden de dansers een voor een gedisciplineerd binnen. Opgetooid in simpele pakjes zetten de evangelische klanken hen aan het dansen. Eens trippelden ze geheel eigenzinnig op het podium, dan weer kwamen ze samen om een episode uit het passieverhaal te vertolken. De referenties aan de Bijbel waren legio: de geknielde bidhouding, de piëta, het bedekken van de ogen. Gekalibreerd op een eeuwenoude traditie waren moderne dansmotieven, die samen met de muziek een pakkend audiovisueel passieverhaal vertelden. 

Na een eerste applaus betrad violist Eric Crambes de bühne. De zwarte achtergrond maakte plaats voor stijlvolle lichtbalken en het ensemble schonk de spotlight aan het individu. De dansers waren enorm goed getraind, wat naast hun ijzersterke achillespezen verklapt werd door de Basic Fit-broekjes die ze nog aanhadden van hun laatste fitnesssessie. In zijn sublieme solo’s op Bachs Tweede Vioolpartita gaf Millepied een uitstekende muzikale gevoeligheid en een verbluffend doseringsvermogen te kennen. Toegegeven, het is geen grand ballet à la Akram Kahn, maar dat hoeft ook helemaal niet: de muziek spreekt al voor zichzelf. 

De mannensolo greep zo naar de keel dat mijn kortademigheid mijn huisgenoten zorgen begon te baren

Na de 'pauze' – ik heb toch even een plasje gedaan – weerklonk een bucolische melodie uit mijn hoofdtelefoon. Deze mannensolo op Schafe können sicher weiden greep zo naar de keel, dat mijn kortademigheid mijn huisgenoten zorgen begon te baren. Maar geen nood, het was gewoon een ontroerend stukje dans. Het was het samenspel van grootse muziek en slagkrachtige bewegingen dat mijn luchtpijp met momenten dichtkneep. Nu goed, ook in een opname gebeurt niet altijd alles volgens plan. Zo ging er in het midden van de volgende solo een gsm af, nog rinkelend met dat aloude deuntje van Nokia-eigenaars. Ik voelde de schaamte. 

Afsluiten deed Millepied met een innemende apotheose. De Passacoglia en Fuga in C voor orgel schiep het ideale klimaat voor de meest energieke choreografie van de voorstelling. Wanhopige vrouwen werden opgevangen door hun partners, enkelen tolden in het luchtledige, anderen sloegen een tripartite aan. Intens, intenser, meest intens. En zo werd dit sluitstuk zowel muzikaal als visueel de verrassing van de Studies

Voor internationale opera’s en danstempels is dit een uitgelezen kans om een breder publiek aan te spreken

Toegegeven, deze 77 minuten YouTube shenanegans heeft me verrast. In mijn zicht werd ik beperkt door de keuzes van de cameraman, wat niet altijd slecht is bij een dansvoorstelling. Hoe vaak kampen we immers met keuzestress als we niet weten naar wie of wat we moeten kijken? Over de hele wereld ziet men deze nieuwe ervaring als een prima alternatief. Voor internationale opera’s en danstempels is dit bovendien een uitgelezen kans om een internationaler en breder publiek aan te spreken, een publiek dat een zitje in de opera niet altijd kan betalen. Virus of geen virus, met de hashtag #OurHouseToYourHouse zegt de Royal Opera House: the show must go on.

Uiteraard staat deze digitale noodoplossing ver van de ervaring die je in een echte zaal wordt aangeboden. Al was het maar om de Antwerpse aristocratie met getuite lippen aan hun cava te zien sippen, de schouwburg is een plaats waar magische dingen gebeuren, waar mensen samenkomen om de reactie van het publiek te horen, de zweetdruppels op het voorhoofd van de dansers te zien en het fluweel van de stoelen te voelen. Vandaar treed ik graag A.J. Goldman van The New York Times bij: 'There’s just no substitute for the real thing.'