Recensie: Neochronophobiq (STUK)

In de ban van het ding

27 oktober 2016
Recensie
Auteur(s): Anneleen van Kuyck
Links verkent een kale man bevreemdende landschappen. Rechts bestudeert hij allerhande objecten in een laboratorium. Centraal draaien deze artefacten rond en rond en absorberen onze aandacht.

De eerste indruk van de expo Neochronophobiq voelt onwennig. In het op drie schermen geprojecteerde videowerk in STUK spelen kleien, haast vormeloze figuren de hoofdrol. Deze zonderlinge fascinatie voor de leefwereld van objecten is niet ongewoon in het oeuvre van beeldend kunstenaar Emre Hüner, die met Neochronophobiq voor het eerst uitpakte op de Biënnale van zijn thuisstad Istanbul in 2015.

Leefwereld, zegt u? Hüner herleidt objecten niet tot hun doodse zwijgzaamheid. De onderzoeker in het videowerk exploreert hun visuele en tactiele eigenschappen alsof het uitingen zijn van een groter mysterie dat ze verhullen. In een witte overall betast hij zijn vondsten en staart ze aldoor fronsend aan. Toegegeven, het heeft iets maniakaals.

Kleien, haast vormeloze figuren spelen de hoofdrol in Neochronopobiq

Die aanpak heeft nochtans filosofische wortels in de object-georiënteerde ontologie, waardoor Hüner wordt geïnspireerd. Die strekking druist in tegen de antropocentrische overtuiging dat objecten aan de mens onderdanig zijn en slechts betekenis hebben in hun relatie tot hem. Volgens object-georiënteerde denkers doet het lampje in een gesloten ijskast gewoonweg zijn eigen goesting, of iemand zich nu afvraagt of het al dan niet brandt.

Nevenschikking

Bij Hüner vervlakken subject, object en het amalgaam van ervaringen dat die twee verbindt. Planten, dieren en zelfs de mens staan zo op gelijke hoogte en worden aan dezelfde voyeuristische blik onderworpen. Ook architecturale bouwsels komen niet als membraan van de mens in beeld, maar staan als groteske artefacten op zichzelf.

Die nevenschikking dringt ook door tot het narratieve niveau. Hoewel nu en dan een dreunende elektrische gitaar in de soundtrack een plotwisseling lijkt in te luiden, ontbreekt in Neochronophobiq een duidelijke verhaallijn. Dat gebrek vormt in principe geen obstakel, als de toeschouwer maar andere handvaten had gekregen.

Zo kennen we evenmin de motieven van de kale man. Is hij wetenschapper? Archeoloog? Astronaut in spe? In zijn klinische, haast deprimerende cabine danst hij uitbundig op de muziek die hij alleen door zijn oortjes hoort. Hij rookt een sigaret die hij net uit het plafond tevoorschijn haalde, exhaleert daarbij in het ventilatierooster. Hij flost.

Het gebrek aan een verhaallijn vormt geen obstakel, als de toeschouwer maar andere handvaten had gekregen

De man doet in principe alles wat mensen eigen maken, maar dan iets te zorgvuldig en zonder echte emoties. Hij ademt en zweet, maar het psychische lijkt uit zijn wezen gezogen. Zeker de replica van zijn hoofd, die hij telkens weer bovenhaalt, vestigt zijn lichaam des te meer als een materiële gegevenheid. Nogal excentriek vergaapt hij zich aan zijn eigen spiegelbeeld. En als hij slaapt, draagt hij een ooglapje: boven zijn hoofd schijnt immers een lamp, alsof hijzelf wordt geobserveerd.

Grondstoffen

Eerst kwam de titel, dan volgde het werk – zo gaat Hüners praktijk. Een poging om het neologisme Neochronophobiq te vertalen, leidt tot ‘nieuwe, alomtegenwoordige angst voor tijd’. In het licht van natuurlijke hulpbronnen is die vrees meer dan op zijn plaats. Door de toe-eigening ervan in het verleden, krijgt de mens nu en later ecologische rampspoed op de hals. Bovendien noopt hun uitputtelijkheid tot nieuwe technologieën.

Neochronophobiq ontvouwt zich als een relaas van die obsessieve drift en zoektocht, maar laat de echte impasse jammerlijk achterwege. De landschappen op het linkerscherm roepen het maanoppervlak voor de geest: klaar voor exploratie en ontginning. Monsters van gesteenten worden geanalyseerd en gelabeld in de hoop dat ze morgen de hoeksteen van een revolutionaire vooruitgang zullen blijken.

De man ademt en zweet, maar het psychische lijkt uit zijn wezen gezogen

Op dit punt introduceert de invloed van de object-georiënteerde ontologie evenwel een paradox: objecten zijn wezenlijk onafhankelijk en onthullen nooit hun gehele waarheid aan de wetenschapper. Grondstoffen zijn niet louter hulpbronnen die wezenlijk ten dienste van de mens staan. Mogen we er dan wel onze toekomst op bouwen?

Doordat Neochronophobiq in fictionaliteit baadt, blijft die reële problematiek enigszins op de achtergrond. Behalve de hypnotiserend ronddraaiende objecten, krijgt de kijker weinig aanknopingspunten. Door de afwezigheid van een narratief spoor en de uitschakeling van de mens als reflecterend subject, blijft vervreemding troef. Neochronophobiq vereist een bijzonder denkoefening, maar biedt weinig houvast. Juist zo dreigt het werk te vrijblijvend te worden en de kijker onderweg te verliezen.

Anneleen van Kuyck schreef deze tekst in het kader van Leuven Kritiek.

De expo Neochronophobiq loopt nog tot 11 december in STUK (Expozaal).