Vlaams Talenplatform stapt met plan naar minister: 'Willen geen Nederlandse situaties'

Studentenaantallen talenopleidingen blijven dalen

30 maart 2020
Artikel
Het Vlaams Talenplatform, dat de talenopleidingen in het hoger onderwijs verenigt, diende deze maand een plan in voor de toekomst van het taalonderwijs. Noodzakelijk, want de situatie is penibel.

Taal- en schrijfvaardigheid gaan achteruit en het prestige van taalonderwijs is ondermaats. Het hoger onderwijs kampt met sterke dalingen van de studentenaantallen in taalopleidingen. Bij de bachelor Taal- en Letterkunde gaat het sinds 2009 om een daling van veertig procent.

Inbreken in het regeerakkoord

'Er zijn al langer platformen en constellaties die zich over de problematiek buigen', zegt Rik Vosters, professor Nederlandse Taalkunde aan de VUB en lid van de kerngroep van het Vlaams Talenplatform. 'Maar sinds anderhalf jaar is het besef gekomen dat we op een georganiseerde manier moeten samenwerken om de kar te keren.'

Het Vlaams talenplatform werd oorspronkelijk opgericht met alle universitaire partners, sinds enkele weken ook met vertegenwoordigers van de hogescholen. 'We wilden inbreken in de regeringsonderhandelingen', zegt Vosters. Met succes: de noodzaak van een talenplan werd opgenomen in het regeerakkoord.

Het platform werd in januari dit jaar in de Vlaamse commissie Onderwijs gehoord. Op 12 maart dienden ze hun input voor een talenplan bij de minister in. 'Nu is het afwachten wat Ben Weyts doet', zegt Liesbet Heyvaert, vicedecaan Letteren aan de KU Leuven en drijvende kracht van het Talenplatform.

Vicieuze cirkel

Bij de input worden de dalingen in studentenaantallen als startpunt genomen: 'Dat kan egocentrisch lijken,' zegt Heyvaert, 'maar daar vertrekken de problemen. Als wij onvoldoende mensen binnen krijgen, zijn er minder goede mensen die doorstromen naar het onderwijs. Dat onderwijs levert op zijn beurt nieuwe mensen af die talen studeren.'

'Een watervalsysteem zorgt ervoor dat mensen nauwelijks op een positieve manier voor taalopleidingen kiezen'

Liesbet Heyvaert, vicedecaan Letteren en drijvende kracht Talenplatform

In Nederland heb je ondertussen slechts één professor Franse Letterkunde, meldde het Leidsche dagblad in februari; in 2019 schrapte de Vrije Universiteit Amsterdam haar opleiding Nederlands. 'De situatie in Nederland is nog veel erger', stelt Vosters. 'Daar zie je echt de gevolgen van een gebrek aan beleid.'

Een vicieuze cirkel dus, waarbij gewezen wordt naar de situatie in het secundair onderwijs: 'Daar zit de kern van het probleem. Een watervalsysteem zorgt ervoor dat mensen nauwelijks op een positieve manier voor taalopleidingen kiezen', zegt Heyvaert. Eerder dan taal als sterkte wordt taal een optie voor mensen die geen wiskunde willen volgen. 'Er zitten weeffouten in het systeem. Geen enkele richting zet uitsluitend in op talen.'

Secundair talenonderwijs moet anders

Het talenplatform luisterde naar frustraties uit vele hoeken. 'Taalleerkrachten komen mijn kantoor binnen gewandeld', zegt Heyvaert, die spreekt over veel frustraties. Het prestige van talen is daar een van: 'Als je als taalleerkracht op een deliberatie een onvoldoende van een leerling voor je vak aankaart, wordt de leerling vaak toch gedelibereerd.'

'Bij wiskunde, bijvoorbeeld, wordt daar veel vaker rekening mee gehouden. Dat werkt enorm demotiverend.' Leerlingen voelen dat en spannen zich minder in.

Daarnaast is er onduidelijkheid over adviezen die leerkrachten krijgen van pedagogische begeleidingsdiensten: 'Veel leerkrachten stoppen omdat ze dingen moeten doen waarvan ze na dertig jaar ervaring in het onderwijs weten dat ze niet werken.'

De problematiek heeft niet alleen een invloed op talen in het hoger onderwijs, maar op het hele veld. 'Van vicedecanen aan alle faculteiten horen we dat studenten een basiskennis lees- en schrijfvaardigheid missen.'

Taal als middel en doel

Een toenemend utilitair discours doet het imago van talen geen goed: 'Ouders hebben het idee dat je een opleiding moet volgen waarvan het heel duidelijk is wat je er daarna mee kan doen', zegt Heyvaert. Ook door de focus op STEM-richtingen komt taal minder in de kijker. Al wil het talenplatform zich zeker niet tegen STEM profileren, zegt Heyvaert: 'We voeren eerder dezelfde strijd.'

In het SO is STEM veeleer vragende partij om in te zetten op een sterke combinatie van STEM en Talen

Johan Tollebeek, decaan faculteit Letteren KU Leuven

Jo Tollebeek, decaan Letteren aan de KU Leuven beaamt: 'De tegenstelling tussen STEM- en talenopleidingen wordt te vaak benadrukt. In het Secundair Onderwijs (SO) is STEM veeleer vragende partij om in te zetten op een sterke combinatie van STEM en Talen.'

Het talenplatform probeert een gebalanceerd antwoord te geven, zegt Vosters: 'Het is een evenwichtsoefening waarbij we enerzijds het economische belang onderstrepen.' Zo is de arbeidsmarkt grote vragende partij voor meer nadruk op talen. Er is een lerarentekort en vacatures met taaleisen raken niet ingevuld. VBO, Voka en UNIZO ondertekenden mee een opiniestuk en dringen aan op actie.

'Anderzijds,' vervolgt Vosters, 'wil je taal niet reduceren tot iets wat louter nuttig is. Je houdt je in de eerste plaats niet bezig met literatuur om daar later je brood mee te verdienen, maar omdat je daar als mens rijker van wordt.' Het een sluit het ander ook niet uit: 'Door in te zetten op taal als middel, gaan mensen taal als doel ook appreciëren.'

Terug aantrekkelijk

Om taalonderwijs terug aantrekkelijk te maken voor jongeren en ouders, vragen beide taalplannen om meer monitoring van taalleerkrachten en een professionalisering van de taalleerkracht – het aantal taalleerkrachten zonder het juiste talendiploma steeg in Vlaanderen van 15 naar 21 procent.

Vakdidactisch moet meer inhoud worden geboden: zaken die taalvakken leuk kunnen maken, zoals literatuur en debat, moeten nu te vaak het onderspit delven. 'De specialisten taalverwerving binnen het Talenplatform bereiden een groot onderzoek voor over vreemdetalendidactiek', zegt Vosters. 'En we plannen contacten met uitgevers om uitdagende en aantrekkelijke handboeken aan te bieden.'

'De uren Frans en Nederlands mogen niet worden afgebouwd. Meer bereiken in minder tijd is het laatste dat we willen'

Rik Vosters, professor Nederlandse Taalkunde VUB en kerngroep Talenplatform

Dat gaat hand in hand met veranderingen in het curriculum. Wijzigingen in de eerste graad zijn al doorgevoerd. 'Qua balans is het nu veel beter', zegt Vosters. 'Maar dan mogen de uren Frans en Nederlands natuurlijk niet worden afgebouwd. Meer bereiken in minder tijd is het laatste dat we willen.'

Het hoger onderwijs wil meer uitwisselingen met het secundair onderwijs. Dat gebeurt nu al, vertelt Tollebeek: 'We hebben veel energie gestoken in nieuwe rekruterings- en oriënteringsinitiatieven, zoals Scholar@School (waarbij een taal- of literatuurwetenschapper van de faculteit de klas intrekt om een les op het terrein van zijn of haar onderzoek te geven), of de Dagen van het Literatuur- en Taalonderwijs (waarop leerkrachten kennismaken met nieuwe ontwikkelingen).' Zulke initiatieven zouden nu worden opgeschaald naar Vlaanderen, zegt Heyvaert.

Ook het basisonderwijs wordt herbekeken, waar leerkrachten zich vaak niet meer geplaatst voelen om Frans te geven.

Cultuurverandering

'Het feit dat je historisch met veel hogere studentenaantallen zat, toont dat het potentieel er wel is', zegt Vosters. Heyvaert verwijst naar Wallonië, waar taalopleidingen het helemaal niet slecht doen. Integendeel: 'Het verwondert ons. Mogelijk is het een cultureel verschil.' Uit een analyse van cijfers van het Conseil des Recteurs (Raad van Rectoren) voor de Fédération Wallonie-Bruxelles blijkt dat het aantal inschrijvingen in talenrichtingen van 2008-2009 tot 2014-2015 ongeveer constant bleef. In het academiejaar 2015-2016 steeg dat aantal enorm: met zo'n 1.800 meer inschrijvingen of anderhalve procentpunt meer van het totale aantal inschrijvingen aan de Franstalige universiteiten. De cijfers van de laatste jaren zijn nog niet gevalideerd, maar wijzen volgens betrokkenen ook de positieve richting uit.

Luister je naar de RTBL (de Waalse Radio 1), dan opent een schrijver nog steeds de dag. In Vlaanderen moet je daarvoor naar Klara schakelen. Maar het is een werk van lange adem. 'Onze taak is een cultuurverandering', stelt Mike Hannay, die in Nederland voorzitter is van het Talenplatform. 'Mensen anders doen denken over de rol van taal is een langetermijnkwestie. Daar kunnen we de resultaten nu nog niet van meten.'

Nederlandse toestanden

In Nederland is het erger gesteld met het talenonderwijs dan in Vlaanderen. Tussen 2008 en 2018 daalden de inschrijvingen voor Nederlands aan de universiteit er met 61 procent. Mike Hannay, prof. em. Engelse taalkunde aan de Vrije Universiteit Amsterdam en voorzitter van het Nederlandse Platform voor de Talen, schetst de evolutie: 'De achteruitgang in aantallen is al meer dan tien jaar bezig.' 

Het gaat dan wel om traditionele taalopleidingen, waar taal- en letterkunde worden bestudeerd. Anders dan in Vlaanderen zijn die niet als tweevakkensystemen gestructureerd, wat deels kan verklaren waarom een opleiding als Nederlands er een grotere daling van de studentenaantallen kent. Brede opleidingen, als international studies en European studies, zijn in Nederland dan weer zeer populair. 'Talen zijn daarin ook belangrijk', zegt Hannay, 'maar de aandacht gaat vooral uit naar taalvaardigheid en de kennis van taal- en letterkunde dreigt verloren te gaan.'

'Een criticus zou kunnen zeggen: "Er is geen dalende lijn in taal, eerder een verschuiving in de context waarin je taal bestudeert." Ik zou hem voor een groot deel gelijk geven.' Tegelijkertijd gaat er wel degelijk specifieke kennis verloren. 'Je weet hoe dat gaat: op een gegeven moment vraagt iemand of je vijftiende-eeuwse Nederlandse letterkunde aan elke universiteit nodig hebt en wordt dat beperkt. Voor je het weet wordt vijftiende-eeuwse Nederlandse letterkunde een zeldzaamheid.'

'Kennis gaat verloren'

Dat is al bezig, zegt Hannay: 'Toen ik in 1977 naar Nederland kwam, had je bij de opleiding aan de VU vakken als Oudengels en Middelengels. Vijftien jaar geleden zijn die al geschrapt. Zonder dat de opleiding verdwenen is, is de invulling van het curriculum de laatste veertig jaar ontzettend veranderd.' Vandaar de oproep van het talenplatform: 'Als je niets doet met de opleidingen, gaat er heel veel kennis verloren.'

De rationalisatie die men in Nederland al heeft doorgevoerd voor de kleinere talen, waarbij die vaak slechts aan één faculteit in heel het land worden gegeven, verergert de situatie. 'Wat het ministerie wil, is dat ook meer bekende talen zich op die manier efficiënter groeperen. Terwijl de geschiedenis leert dat als je afdelingen sluit dat niet betekent dat alle studenten zich concentreren in die ene afdeling.'

Ook in Nederland diende het talenplatform een plan in bij de minister. Door de coronacrisis zal de minister pas begin mei met de tweede kamer communiceren. Net als in Vlaanderen moet het secundair taalonderwijs volgens het talenplatform anders. Twee van de drie actielijnen (een campagne en een inhoudelijke verrijking) hebben betrekking op de scholen. Dat er in Nederland aparte ministers voor respectievelijk secundair en hoger onderwijs zijn, maakt de situatie er niet gemakkelijker op.