Vlaamse regering wil eerstejaars minstens 50 studiepunten laten opnemen

Maatregel moet studievertraging tegengaan, onzekerheid over gevolgen

17 februari 2020
Analyse
Auteur(s): Tijs Keukeleire
De Vlaamse regering wil eerstejaarsstudenten minstens 50 studiepunten laten opnemen omdat ze anders studievertraging oplopen. Aan sommige instellingen kunnen de effecten significant zijn.

Rechtenstudent Robin* nam in zijn eerste jaar twee vakken minder op. 'Dat was om het water te testen, om te zien of de gok die je waagt het wel waard is', zegt hij. In principe kan zoiets niet: aan de KU Leuven neem je het hele programma op als eerstejaars. Of je kan tussen de 25 en 35 studiepunten opnemen als 'halftijdse' student. 

Robin deed dat en schreef zich officieel in voor maar de helft van zijn vakken. Het tweede semester nam hij toch alles op. 'Zonder dat lichtere eerste semester had ik misschien meer herexamens gehad. Maar let op: ik heb zeker de kernvakken opgenomen zoals inleiding tot de rechtswetenschap. Enkel wijsbegeerte, Romeins recht en Frans stelde ik uit.'

Studieduurverlenging

Het zijn dat soort situaties die de Vlaamse regering in de toekomst wil vermijden door studenten minstens 50 studiepunten te laten opnemen. Robin loopt immers een kleine studievertraging op: hij studeert minstens een half jaar langer. Om dat half jaar te vullen, kan hij beroep doen op de boeiende korf keuzevakken of stage doen bij een advocatenkantoor. 'Dit was dus zeker geen slecht idee.'

'Er zouden bij ons geen studenten zijn die getroffen worden door de maatregel'

Ilse De Bourdeaudhuij, directeur Onderwijsaangelegenheden UGent

In de Vlaamse maatregel zouden uitzonderingen voor werkstudenten of studenten met een speciaal statuut blijven bestaan. De getroffen groep aan de KU Leuven – de groep die onder de 50 studiepunten zit én geen statuut heeft – is erg klein. Deze groep doet nu beroep op individuele uitzonderingen van de faculteit.

De UGent denkt ook weinig last te hebben. 'Er zouden bij ons geen studenten zijn die getroffen worden door de maatregel', meent directeur Onderwijsaangelegenheden Ilse De Bourdeaudhuij. Elke student zonder speciaal statuut moet er immers 60 studiepunten opnemen in het eerste jaar. En ook aan de UHasselt is de groep studenten die start met minder dan 50 studiepunten miniem.

Uitzonderingen

De groep die minder dan 50 studiepunten opneemt zonder een speciaal statuut, doet nu beroep op individuele uitzonderingen. Een KU Leuven-student die bijvoorbeeld voor zijn ouders zorgt en een lichter studieprogramma wil, kan dat nu krijgen van de faculteit volgens het Onderwijs- en Examenreglement. Het voornaamste risico van de nieuwe wetgeving is dat die de ruimte voor uitzonderingen beperkt.

'Als je te veel uitzonderingen begint toe te staan, is de maatregel op den duur helemaal uitgehold'

Kabinet minister Ben Weyts (N-VA)

Tine Baelmans, vicerector Onderwijsbeleid van de KU Leuven, ziet dat echter niet meteen gebeuren: 'Wij gaan de minister met cijfers een goed beeld geven van de huidige situatie, zodat eventuele maatregelen ook de gewenste gevolgen hebben. Ik ga ervan uit dat ook bij eventuele decreetswijzigingen uitzonderingen voor welbepaalde situaties mogelijk blijven.'

In een reactie zegt het kabinet van de minister van Onderwijs dat ze niet direct kijken naar uitzonderingen bovenop die voor werkstudenten en studenten met speciaal statuut: 'Als je er te veel begint toe te staan, is je maatregel op den duur helemaal uitgehold.' Het kabinet benadrukt anderzijds dat de nieuwe regeling nog uitgewerkt moet worden en er nog geen inhoudelijk keuzes zijn gemaakt.

UAntwerpen en VUB

Aan de UAntwerpen en de VUB is er op dit moment geen minimum aantal studiepunten die een eerstejaarsstudent moet opnemen. Er zijn dus meer studenten die een kleiner studiepakket opnemen in het eerste jaar zonder een speciaal statuut. Zij zouden getroffen worden door de maatregel, tenzij ze een statuut kunnen aanvragen.

De maatregel werd uitgedacht zonder een duidelijk beeld van de groep of de grootte ervan

Er is niet echt een gezicht te plakken op de groep getroffenen in heel het Vlaamse hoger onderwijs (de maatregel geldt ook voor de hogescholen): zijn dat studenten met een moeilijke thuissituatie, of juist voornamelijk studenten die hun eerste jaar minder zwaar maken?

De maatregel werd uitgedacht tijdens de Vlaamse regeringsonderhandelingen zonder een duidelijk beeld van de groep of de grootte ervan, zo geven onderhandelaars aan. Ze hadden enkel cijfers van hoeveel studenten minder dan 50 studiepunten opnemen, maar niet van hun statuut. Die cijfers worden nu verzameld door de instellingen en kon Veto inkijken. Ze zijn nog niet bij het kabinet beland.

2022

De minister stelt gerust: 'We zorgen wel dat we een goed beeld hebben van de getroffen groep voor we de maatregel invoeren. We verzamelen altijd eerst veel informatie – dat is ook waarom we niet zomaar alle maatregelen aan het begin van de legislatuur invoeren.'

'Een onderwijsprogramma van 60 studiepunten moet doenbaar zijn als voltijds studietraject'

Tine Baelmans, vicerector Onderwijsbeleid

De nieuwe studievoortgangsmaatregelen – die ook de 50% CSE-maatregel en de 'harde knip' tussen bachelor en master zullen bevatten – zouden tegen 2022 klaar moeten zijn. In de tussentijd zal het onderwijsveld naar alle verwachting voor meer instellingsvrijheid en uitzonderingsmogelijkheden ijveren bij het kabinet.

Tine Baelmans van de KU Leuven ziet niet echt de meerwaarde in van uniforme studievoortgangsmaatregelen: 'Als we weten dat er een superieure maatregel is, dan moeten we die in eer en geweten implementeren met alle Vlaamse universiteiten samen. Als het niet duidelijk is, dan moet je de context meenemen en de instellingen de vrijheid laten.'

Flexibilisering

De minister ziet in de maatregel echter ook een manier om de flexibilisering in het hoger onderwijs tegen te gaan: 'Voor onderwijsinstellingen is het interessant om zo flexibel mogelijk te zijn. Dat is ergens ook een verkoopargument, maar dat komt met een prijs voor de maatschappij en de student.' Met de maatregel bakent de regering duidelijk de regels af.

Voor Tine Baelmans zitten studievoortgangsmaatregelen echter altijd in een hele context: 'Er zijn altijd verschillen tussen hoe instellingen omgaan met het eerste jaar. Studenten zijn daarvan goed op de hoogte en kunnen kiezen voor een bepaalde instelling.'

Baelmans gaat wel akkoord met de geest van de maatregel: een student neemt in zijn eerste jaar best het hele pakket op. 'Een onderwijsprogramma van 60 studiepunten moet doenbaar zijn als voltijds studietraject, daar houd ik aan vast. Als het programma voor niemand lukt, zitten we met een probleem bij de instroom of bij de opleiding zelf. Maar als het voor een individuele student – werkstudenten of studenten met speciaal statuut buiten beschouwing gelaten – niet lukt, dan is de opleiding wellicht (nog) niet geschikt voor die student.'

* Robin is een gefingeerde naam.

Lees ook:

Ben Weyts de la Mancha

Editoriaal