Voor elk wat wils: zwaardvechter

De kunst van staal en kletterkunde

19 december 2016
Interview
Auteur(s): Gilles Michiels
De reeks 'Voor elk wat wils' portretteert studenten met obscure hobby's. Deze week is zwaardvechter Frederick Switsers aan de beurt. Wij zochten dekking achter onze vragen en gingen met hem in duel.

Al die willen te kaap’ren varen, moeten mannen met zwaarden zijn. Taal- en Letterkundestudent Frederick Switsers is gepassioneerd door het historisch zwaardvechten en wil binnenkort ook Leuven warm maken voor zijn sport. ‘Het is een mooi moment wanneer je de geschiedenis opnieuw tot leven kunt brengen.’

Wat voor zwaardvechten doe je precies?
Frederick Switsers: ‘De officiële term is Historical European Martial Arts. Door het krijgskunsten te noemen, vullen we een niche in tussen het re-enacten, het heel getrouw naspelen van historische gebeurtenissen, en het olympisch schermen, dat heel erg aangepast is en zijn eigen regels heeft. Onze sport is een krijgskunst, maar daarin proberen wij de middeleeuwse technieken te gebruiken.’

Waar haal je je inspiratie vandaan?
‘Er is een rijke Europese cultuur aan vechtboeken: manuscripten of gedrukte boeken die letterlijk ingaan op die technieken. Middeleeuwse meesters beschrijven die in het Oudduits en Ouditaliaans met veel prenten. Het is echt een mooi moment wanneer je die technieken kunt toepassen. Je weet dat je de geschiedenis tot leven hebt kunnen brengen.’

‘Of het zwaardvechten in films realistisch is? Ik kan geen vechtfilm meer bekijken of ik word er zot van’

Hoe realistisch zijn de middeleeuwse gevechten in films eigenlijk?
‘Op het moment dat je met die oude middeleeuwse bronnen bezig bent, worden films een beetje stom. Ik kan geen vechtfilm meer bekijken of ik word er zot van. (lacht) Lord of the Rings is wel de uitzondering bij mij, daarvoor zet ik mijn realistische knop af.’

‘Er zijn wel films waarbij ze vechters aannemen om sommige scènes te choreograferen. Het is altijd een choreografie natuurlijk, het moet wel heel spectaculair lijken. Maar soms halen ze wel degelijk hun inspiratie bij antieke bronnen, dus de basis is goed.’

Hoe verloopt zo’n gevecht dan exact?
‘Een gevecht duurt twee à drie minuten. Dat lijkt niet lang, maar velen zweten zich daarbij al kapot. De regels zijn simpel. Als je iemand raakt, krijg je een punt. Als je iemand op het hoofd of op zijn torso raakt, krijg je twee punten. Daarin verschilt historisch schermen heel erg van olympisch schermen, omdat je daar elkaar vooral om het eerst moet raken.’

‘Op hoger niveau duren rally’s langer omdat mensen elkaar gaan aftasten. Het doel is om de ander te raken, maar als je alleen daarmee bezig bent, word je zelf geraakt en die double hits moet je vermijden. Je moet afwachten, controle hebben over het zwaard, voelen waar de druk zit, zien waar de openingen zijn en ook zelf gedekt staan. Dat is een ideaalbeeld dat je op hoger niveau ziet. Op lager niveau hak je vaak gewoon op elkaar in: je bent enthousiast en je wilt punten maken. (lacht)

Het zwaard van Switsers

Welke zwaarden heb je zelf?
‘Ik heb meerdere zwaarden, maar ik vecht meestal met een stalen langzwaard, dat je met twee handen moet vasthouden. Het idee erachter is dat het zo veel mogelijk op een historisch zwaard lijkt. Er zijn natuurlijk wel aanpassingen aan gebeurd. Voor de veiligheid is het flexibel: als je iemand steekt, zal het buigen. Om dezelfde reden zijn de randen heel dik en onscherp gemaakt.’

‘De meeste zwaarden komen uit Oost-Europa, waar sommige smeden zich daar echt op toeleggen. Die maakten eerst zwaarden voor re-enacters, maar ze maken ook steeds meer zwaarden voor historisch schermen.’

Neem je zelf geregeld deel aan toernooien?
‘Ik doe er vijf of zes per jaar. Er zijn in ons land een achttal clubs, we doen het zeker niet slecht. Op internationaal gebied worden Nederland en België vaak samengenomen. Scandinavië, Engeland, Italië en Frankrijk zijn de grootsten, maar wij zijn heel erg aan het groeien.’

‘Elk jaar houden we ook een koningstoernooi in de Ridderzaal van het Gravensteen in Gent. Dat is de ideale setting en daar komen veel mensen naar kijken. De winnaar wordt de Koning van de Belgen. Elk jaar wordt die trofee doorgegeven. Het is een historisch principe. Vroeger riepen ze de Koning van de Gilden uit, dus op een bepaalde manier brengen we die traditie terug.’

'Ik zou in Leuven graag een groep van zwaardvechters samenstellen'

Ook in Leuven wil je de traditie herinvoeren door je eigen club op te richten. Wat is het plan precies?
‘Het plan is heel ambitieus hoor. (lacht) Het zal sterk van de interesse afhangen. als die er is, zou ik in Leuven graag een groep van zwaardvechters samenstellen. Ik wil mensen de basistechnieken uitleggen, maar het doel is om uiteindelijk later evenveel van anderen te leren, zodat ik niet de enige leraar blijf.’

‘In het ideale geval zouden we onze trainingen in een Leuvense kapel houden. De schermers van Nederland uit de 16de eeuw deden dat en het zou leuk zijn om hetzelfde te doen. Maar met het sportkot of een park ben ik ook heel tevreden.’

Hoe ver wil je zelf geraken in je sport?
‘Moet dat realistisch zijn? Ik ben heel tevreden dat ik nu al af en toe naar Italië of Engeland kan gaan. De grootste ambitie is om meer mensen bij de sport te betrekken. Dan word ik niet meer vreemd aangekeken wanneer ik in dat pak rondloop.’

En het niet-realistische gedeelte?
‘Wereldkampioen worden. En de huidige wereldkampioen, Axel Pettersson, op zijn bakkes geven. (lacht)’