Voorbereidingscursussen (tand)arts kosten tot duizenden euro's

'Kan je dan je ticket kopen in de richting?'

09 maart 2022
Analysis
(Tand)artsen in spe betalen veel geld voor private cursussen die voorbereiden op het toelatingsexamen. Niet iedereen kan dat ophoesten.

Geneeskunde of Tandheelkunde studeren is niet enkel een kwestie van wil: je moet ook slagen voor het toelatingsexamen. Dromen worden gemaakt of gekraakt op zo'n examen. 

'Ik weet nog dat ik dacht "Dit is het. Als ik er nu niet door ben, moet ik een ander pad kiezen dan hetgeen ik altijd al heb willen doen"', vertelt Emilie Roobaert, eerstejaars masterstudente Geneeskunde aan de KU Leuven.

Om de slaagkansen zoveel mogelijk te vergroten volgen leerlingen vaak een voorbereidingsprogramma. Er is zowel een universitair als privaat aanbod. 

Vooral die laatste zijn de afgelopen jaren als paddestoelen uit de lucht geschoten, beaamt Jan Bruwier, hoofdverantwoordelijke bij privaat voorbereidingsprogramma Rebus. 

Drempels

Aan voorbereidingspakketten hangt een prijskaartje. Zo betaal je aan de KU Leuven 120 euro voor een online voorbereidingsprogramma. Volg je een cursus bij een privé-initiatief, dan betaal je gemakkelijk honderden tot duizenden euro's.

De vooropleiding en de school spelen een belangrijke rol

De kost van een voorbereidingsprogramma kan drempels opwerpen voor minder bemiddelde leerlingen. Het is net die groep die volgens een analyse van de VUB uit 2014 een lagere kans heeft om te slagen op het ingangsexamen.

Dat dure voorbereidingscursussen kunnen zorgen voor ongelijke startkansen, erkent Miet Vandemaele van de Vlaamse vereniging voor arts-specialisten in opleiding (VASO). 'Maar de kloof bevindt zich op veel meer vlakken dan enkel privé-initiatieven', beklemtoont ze.

Vooropleiding

De vooropleiding en de middelbare school spelen ook een belangrijke rol. Zo bieden richtingen met een grote wetenschappelijke en wiskundige inhoud de beste voorbereiding voor de toelatingsproef. Maar net in die richtingen is er een ondervertegenwoordiging van kansengroepen. 

De organisatoren van het ingangsexamen zijn zich bewust van de drempels

Voorbereidingscursussen kunnen die kloof niet dichten. 'Daarvoor zijn ze te kort', stelt Tinne De Laet, verantwoordelijke ijkingstoetsen aan de KU Leuven. 

Voorbereidingscursussen kunnen volgens haar wel nog steeds een meerwaarde bieden als opfriscursus: 'Je verwacht dat iemand die deelneemt aan een rijexamen goed kan rijden, maar toch oefen je daarvoor best nog even en kijk je alle regeltjes na. Voor een toelatingsproef mag dat ook zo zijn.'

Democratisering

De organisatoren van het ingangsexamen zetten in op goedkopere en gratis alternatieven voor de privébedrijven. Zo krijgen studenten die zich inschrijven voor de toelatingsproef toegang tot Usolv-it, een gratis online oefenplatform met vragen uit vorige edities en olympiades. 

'De Vlaamse overheid trekt jaarlijks redelijk wat geld uit voor Usolv-it', vertelt Jan Eggermont, voorzitter van de examencommissie voor het toelatingsexamen. 'Ik denk dat er op die manier, en terecht ook, redelijk wat aandacht gegaan is naar een kwaliteitsvol, toegankelijk en betaalbaar voorbereidingstraject.'

'Het is belangrijk dat er zo veel mogelijk open, laagdrempelige initiatieven zijn'

Miet Vandemaele, VASO

'Het is belangrijk dat er zo veel mogelijk open, laagdrempelige initiatieven zijn', onderstreept Vandemaele. 'Universiteiten hebben daarin een belangrijke rol te spelen.' 

De universiteiten doen dat door aan alle Vlaamse faculteiten Geneeskunde een voorbereidingspakket aan te bieden. Eggermont is ervan overtuigd dat de universiteiten zonder blikken en blozen kunnen claimen dat ze een kwaliteitsvol pakket aanbieden.

Numerus fixus

De verandering van een numerus clausus-systeem naar een numerus fixus-systeem heeft de inhoud van het examen veranderd. In een numerus clausus-systeem was slagen voldoende om aan de opleiding te starten; in een numerus fixus-systeem is er een beperkt aantal plaatsen, en is geslaagd zijn dus geen garantie om te starten. Enkel de hoogst scorende personen kunnen zich inschrijven.

Om in het oude systeem het aantal geslaagden in te perken, werd het examen steeds moeilijker gemaakt. Daardoor erodeerde ook het draagvlak voor de toelatingsproef, aldus Eggermont.

'Er zijn heel wat studenten die zich zelfstandig hebben voorbereid en ook een goede kans maken om te slagen'

Tinne De Laet, verantwoordelijke ijkingstoetsen KU Leuven

'Door een overstap naar numerus fixus kunnen we de moeilijkheidsgraad meer afstemmen op wat je van deelnemers mag verwachten, na afronding van het secundair onderwijs.' verduidelijkt Eggermont. 

Doordat het examen nu beter is afgestemd op de eindtermen van een wetenschappelijke vooropleiding, zijn studenten die niet de mogelijkheid hebben om voorbereidende sessies te volgen minder benadeeld, vertelt Anneleen Beerten van VGSO.

Slaagkansen

Bruwier is van mening dat Rebus haar cliënten beter in lijn brengt met de eindtermen dan de universitaire voorbereidingen. 'Ons programma is meer op individuele maat, vollediger, intensiever en start eerder dan de universitaire programma's', aldus Bruwier. 

Rebus is zowel voor haar individuele aanpak als voor haar groepslessen op maat van de cliënt gekend. De Laet meent echter niet dat de meting van persoonlijke sterktes en zwaktes het duurdere prijskaartje goedpraat: 'Er zijn heel wat studenten die zich zelfstandig hebben voorbereid en ook een goede kans maken om te slagen.'

De meting is het startpunt, maar de focus ligt op de voorbereiding en de verwerking van de grote hoeveelheid leerstof volgens Bruwier. 'Mocht ons programma geen meerwaarde bieden', werpt Bruwier tegen, 'dan bestonden wij al lang niet meer.'

Goede investering?

Bruwier erkent dat het niet voor iedereen makkelijk is om het programma te betalen, maar ziet het als een goede investering die zich loont in de slaagkansen. Zo mocht 76 procent van hun cliënten instromen in de opleiding Geneeskunde en 85,5 procent in de opleiding Tandheelkunde in 2021.

Naast Vandemaele stelt ook Nicolas De Cleene, voorzitter van het Vlaamse Geneeskundige Studenten Overleg (VGSO), zich vragen bij die slaagcijfers. 'De slaagcijfers kloppen', begint De Cleene. 'Maar de privé-initiatieven vissen in een uitgeselecteerde vijver', valt Vandemaele hem bij. 

'Kan je dan je ticket kopen in de richting?'

Emilie Roobaert, studente Geneeskunde KU Leuven

Volgens Vandemaele start de kloof al in de vooropleiding, en het zijn juist de leerlingen die al tot de besten behoren die gemakkelijker de weg vinden naar de privémarkt. 'Dat is de groep die de kleinste winstmarge heeft van zo'n privé initiatief', stelt Vandemaele.

Voorbereidingsangst

Toch heerst de perceptie dat een privaat voorbereidingsprogramma je een stapje voor geeft. 'Ik had altijd het gevoel dat private initiatieven een oneerlijk voordeel kunnen geven, omdat niet iedereen het kan betalen', licht Roobaert toe. 'Kan je dan je ticket kopen in de richting?'

Beerten treedt haar bij: 'Ik denk dat het ook de stap naar het toelatingsexamen kan vergroten.' Leerlingen en studenten zouden zichzelf immers kunnen voorhouden dat zo'n voorbereidingsprogramma essentieel is om te slagen. 'Het zou jammer zijn als iemand niet deelneemt aan het toelatingsexamen met het argument "Ik kan zo'n programma niet betalen"', verklaart Beerten.

Private voorbereidingsprogramma's exploiteren die angst volgens Vandemaele: 'Het is logisch dat je schrik en stress hebt voor zo'n toelatingsexamen. We moeten vermijden dat die angst wordt uitgespeeld om nodeloze kosten te maken.'

'Het is belangrijk dat de gezondheidswerkers een weerspiegeling zijn van de maatschappij'

Paul Herijgers, decaan faculteit Geneeskunde KU Leuven

Paul Herijgers, decaan van de faculteit Geneeskunde aan de KU Leuven, stelt ook dat dure voorbereidingscursussen volgen niet nodig is om te slagen.

Een weerspiegeling van de maatschappij

Naast de eerder aangehaalde, verouderde studie van de VUB zijn cijfergegevens over de toelatingsproef beperkt, wat de organisatie van het ingangsexamen bekend is en waaraan ze ook werkt. 

Zo loopt op dit moment binnen de Vlaamse overheid een project rond datamonitoring en datawarehousing. Datawarehousing is een databeheersysteem dat grote hoeveelheden gegevens uit meerdere bronnen centraliseert en bewaart.

Het blijft daarom moeilijk om aan te tonen waar de grootste uitval van kansengroepen zich bevindt, welke rol de toelatingsproef speelt en hoe de voorbereiding die studenten zich kunnen veroorloven daarin meespeelt. 

Herijgers stelt dat een diverse groep gezondheidswerkers in ieder geval een meerwaarde is voor onze gezondheidszorg. 'Het is belangrijk dat de gezondheidswerkers een weerspiegeling zijn van de maatschappij,' besluit Herijgers, 'zodat er een draagvlak is voor de gezondheidszorg.'