Wetsvoorstel domiciliëring belooft ingrijpende gevolgen voor student

Student aan de macht of financieel in de gracht?

02 maart 2020
Analyse
Auteur(s): Daan Delespaul
Van 'een loutere versimpeling' tot 'heel wat bijkomende lasten voor de student': de meningen zijn verdeeld over een wetsontwerp dat de domiciliëring van studenten wenst te vergemakkelijken.

Momenteel is het overgrote deel van die studenten nog gedomicilieerd bij hun ouders en dus strikt genomen geen burger van de studentenstad. Nochtans hebben veel kotstudenten hun feitelijke woonplaats naar de studentenstad verplaatst. De Belgische wetgever noemt zo’n situatie een 'feitelijke afwezigheid'; een wettelijk trucje om duidelijk te maken dat iemand elders verblijft dan waar hij is ingeschreven in de bevolkingsregisters. 

'Dat is een handigheid voor de student,' meent professor Socialezekerheidsrecht Paul Schoukens, 'want het houdt hem voor de toepassing van vele sociale regelingen binnen het gezin. Een eigen domiciliëring betekent in feite namelijk: u bent financieel onafhankelijk.' 

60 000 tijdelijk afwezigen

Het is aan het statuut van 'tijdelijke afwezigheid' dat nu gesleuteld wordt. In het huidige systeem ging de wetgever er per definitie vanuit dat kotstudenten onder zulke tijdelijke afwezigheid vielen, zolang zij financieel ten laste zijn van hun ouders. Op die manier bleef een Antwerpse student die in Leuven op kot zit volgens de wet Antwerpenaar, ook al verblijft hij 365 dagen per jaar in Leuven.

Het wetsvoorstel dat op tafel ligt zou die financiële afhankelijkheid niet langer vereisen om als tijdelijk afwezig te worden beschouwd. In de praktijk was het voor steden en gemeenten namelijk lastig dit criterium voor iedere student vast te stellen. Via de hervorming ligt op iedere student zo een 'weerlegbaar vermoeden van tijdelijke afwezigheid', en dat heeft opvallend verregaande gevolgen.

'Een gezin is nu eenmaal minder kapitaalkrachtig dan vier of vijf studenten die willen samenhokken'

Thomas Van Oppens, schepen Studentenzaken (Groen)

Want wie het wetsvoorstel omgekeerd leest komt tot een heel andere conclusie. Waar men vroeger financieel afhankelijk was, was men per definitie tijdelijk afwezig; nu dat criterium wegvalt, zou het voor studenten in de praktijk veel gemakkelijker zijn zich in te schrijven in de studentenstad zelf. Kort gesteld zou iedere student die dat wenst burger van Leuven kunnen worden ongeacht zijn financiële situatie, en dat weegt zwaar op een stad met 60 000 'tijdelijk afwezigen'. 

Je eigen droomhuis of Appeltans 2.0? 

De stad Leuven ziet keuzevrijdheid op vlak van domiciliëringen alvast niet zitten en pleit in de eerste plaats om alle effecten grondig te onderzoeken. 'Om de Leuvense woningnood te verhelpen, houden wij op dit moment de private woonmarkt en de kotenmarkt strikt gescheiden', reageert schepen van Studentenzaken Thomas Van Oppens (Groen). 'Een van de vereisten om die woningmarkt te betreden is net domiciliëring.' Als studenten ook op die markt komen wordt de woningmarkt nog duurder. 'Een gezin is nu eenmaal minder kapitaalkrachtig dan vier of vijf studenten die willen samenhokken.'

De mogelijkheid om op de private woningmarkt te huren is voor veel studenten dan ook de voornaamste drijfveer om zich te domiciliëren in een studentenstad. De keerzijde van de medaille is dat men in dat geval niet langer via voordeligere studentenhuurcontracten kan huren: 'Studentenhuur en woninghuur sluiten elkaar in principe uit op het criterium van de hoofdverblijfplaats, die de domicilie hoort te weerspiegelen', weet Tom Gladinez, assistent aan het Instituut voor Contractenrecht aan de KU Leuven. De gevolgen zijn legio: een hogere waarborg, stroevere opzegmaatregelen, een hogere opzegtermijn en -vergoeding en geen garanties op onderhuur. 'Ik kan me niet indenken dat de doorsnee student beter af is met een woninghuur', aldus Gladinez.

‘Wij zijn bezorgd dat studenten zich impulsief zullen domiciliëren zonder geïnformeerd te zijn over de gevolgen’

Ruth Stokx, juridisch adviseur KU Leuven

De situatie leidt de stad naar een bijzonder voorstel: 'Wij hebben op zich geen probleem met studenten die zich in Leuven inschrijven, maar het huidige voorstel leidt tot een fragmentaire aanpak. Wij zeggen: maak de domiciliëring in de studentenstad verplicht voor alle studenten, maar stem dat wel grondig af met de rest van de regelgeving', aldus Van Oppens. 

Een verplichte domiciliëring (door de meeste experten momenteel als juridisch onhaalbaar bestempeld) zou het voor de stad veel makkelijker maken 'een gerichter beleid naar die studenten te voeren. Daarnaast vreest Leuven dat de keuzevrijheid die het huidig voorstel biedt er enkel toe zal leiden dat de domiciliëring gebruikt zal worden om de huurregels te omzeilen en enkel door die studenten die het zich kunnen veroorloven.

Budgettair en administratief 'onwenselijk'

'Het zich kunnen veroorloven' is immers een centraal punt in de discussie. Want wie je ook contacteert, je hoort keer op keer hetzelfde: 'Domiciliëring is duurder voor de student, in het huidige statuut ben je veiliger.' Diverse bepalingen in het fiscaal recht en het socialezekerheidsrecht steunen per slot van rekening op de domicilie van een persoon. Wie daaraan sleutelt, verplaatst zich naar een andere rechtsstatus. 

Dat is vooral van belang wanneer men voor het eerst aangeeft niet langer 'ten laste' van de ouders te staan. Fiscaal betekent dat dat de student niet meer de studententaks van 98 euro betaalt, maar de Leuvense gemeentebelasting van 815,50 euro moet ophoesten. Ten tweede verliezen ouders een belangrijk belastingvoordeel voor kinderen ten laste: 'Een huurcontract dat 50 euro goedkoper is, weegt niet op tegen dat belastingvoordeel van ten laste zijn', schat Gladinez. Het lijkt hem daarom onwaarschijnlijk dat veel ouders instemmen met een wijziging. 

'Personen die vijf op zeven dagen in een stad verblijven zouden daar stemrecht moeten hebben'

Thomas Van Oppens, schepen Studentenzaken (Groen)

Daarboven valt een gedomicilieerde student niet langer onder de verzekeringspolis van de ouders, waardoor zij zelf contracten moeten sluiten voor familiale en brandverzekeringen. Een eventueel voordeel is dan weer dat een mogelijke kinderbijslag rechtstreeks naar de student gaat. Aangezien die in het Brussels Gewest beduidend lager ligt dan in Vlaanderen, zou op kot gaan in Brussel bijvoorbeeld een pak minder interessant worden. 

De onevenwichtige financiële implicaties maken dat de hervorming voor de KU Leuven 'niet wenselijk' wordt geacht zonder verder diepgaand onderzoek. Dat is ook het gezamenlijke standpunt van de Vlaamse universiteiten. De KU Leuven ziet liever geen veranderingen zolang de impact van de wetswijziging onduidelijk is. 'Wij zijn vooral bezorgd dat studenten zich impulsief zouden domiciliëren zonder voldoende geïnformeerd te zijn over de gevolgen daarvan', verklaart Ruth Stokx, juridisch adviseur bij de KU Leuven. 

'Het is heel onwaarschijnlijk dat de student of zijn ouders daar financieel beter van worden. Trouwens: wie het echt wil kan zich nu ook al domiciliëren in Leuven.' Cijfers van de stad Leuven wijzen uit dat er momenteel zo’n 185 kotstudenten hun domicilie naar Leuven hebben verplaatst.

De wijziging zou naar hun mening grote gevolgen hebben, en niet steeds in het voordeel van de student: 'Veel van de studenten die momenteel gedomicilieerd staan in Leuven doen beroep op de Sociale Dienst. Dit is nu het geval omdat domiciliëring momenteel inhoudt dat er een breuk is met de ouders, en deze studenten er dus financieel alleen voor staan', aldus Stokx. 'We weten dus uit ervaring wat de problemen zijn die een aparte domiciliëring met zich kan meebrengen. Studenten zijn in het nieuwe voorstel wel vrij om de keuze te maken, maar we willen hen daarvoor wel voldoende informeren.'

Studenten aan de macht?

Er zit overigens nog een heus electoraal staartje aan de discussie rond het domiciliëringsvoorstel: het studentenstemrecht. Stemmen doe je immers op de plek waar je gedomicilieerd bent en grote studentensteden als Leuven en Gent kunnen daarom in een klap duizenden extra kiezers krijgen. Niet alleen zou dat de electorale landkaart kunnen hertekenen, het zou de Leuvense gemeentepolitiek ook voor het eerst nopen zich te verantwoorden ten aanzien van haar studentenpopulatie.

De stad gaat die uitdaging alvast niet uit de weg: 'Wij gaan echt niet onderzoeken of ons dat voordeel oplevert, maar ik vind wel echt oprecht dat personen die vijf op zeven dagen in een stad verblijven het recht hebben daar te stemmen. Daarom nodigen we studenten reeds uit om mee te doen met de verschillende vormen van participatie die de stad organiseert', reageert schepen Van Oppens. Afwachten dus of we over vier jaar een student als burgemeester zien. 

Kabinet: 'geen hoogdringendheid'

Na een aantal negatieve evaluaties lijkt het voorstel inmiddels op de lange baan te zijn beland. ‘Het oplossen van een aantal problemen mag er uiteraard geen nieuwe creëren’, reageert men op het kabinet van bevoegd minister Pieter De Crem. ‘Aangezien er geen hoogdringendheid verbonden is aan deze problematiek zal de beslissing omtrent eventuele wijzigingen toekomen aan een volgende regering.’