tom van puyenbroeck

INTERVIEW TOM VAN PUYENBROECK

Tom Van Puyen­broeck is één jaar vicerector: 'De student onderschat hoeveel zeggen­schap ze heeft'

De kiesweken zijn volop aan de gang. Ondertussen rondt Tom Van Puyenbroeck zijn eerste academiejaar als vicerector Studentenbeleid af. Tijd voor een gesprek, dachten wij. 'Studenten komen voor het spektakel, maar hopelijk blijven ze voor de democratie.'

Gepubliceerd
Leestijd: 6 min

Dossier: kiesweken 2026 >

Tijdens de kiesweken verkiezen alle kringen een nieuw praesidium. Kiesploegen stellen zich de komende weken aan jou voor. Verdienen ze jouw stem? Veto volgt de verkiezingen op de voet en houdt je op de hoogte. Lees alle artikelen hier.

'Nog niet alle 65.000 studenten, maar toch al een aantal', lacht Tom Van Puyenbroeck wanneer we hem vragen of hij de student al heeft kunnen leren kennen. De professor economie zit bijna een academiejaar op de stoel als vicerector Studentenbeleid in de ploeg van rector Severine Vermeire. 'Al zit er wel een vertekening op: ik zie vooral de studenten die net een vertegenwoordigende rol opnemen, zoals praesides.'

Het is dan ook net tijdens de kiesweken dat we Van Puyenbroeck treffen op zijn kantoor op het rectoraat, voor een onderhoud over de studentendemocratie, engagement en Zuhal Demir. Want er zit wel wat spanning op het studentenengagement. Niet alle kringen krijgen nog hun kiesploegen gevuld, en kiesdrempels worden eerder nipt dan met een ruime marge gehaald. 

'Ik deel de zorg dat het niet evident is om voldoende studenten te vinden om al die posities te vullen', stelt hij vast. 'Want dat we een unief zijn met medebestuur, wil wel wat zeggen. Het is niet zomaar medezeggen­schap. Ik vind het geweldig wat er gebeurt op de kiesweken van leuke activiteiten. Ik vind dat dat ook zijn plaats heeft, zolang er geen wiel afdraait. Maar daaronder ligt de essentie: studenten die hun verantwoor­delijkheid willen opnemen.'

Kiesweken lijken soms meer te draaien rond het uitdelen van frietjes en gratis vaten, en minder om de inhoud. Stoort u dat?
Tom Van Puyenbroeck:
'Nee, helemaal niet. Dat was al zo toen ik nog student was. Op YouTube kan je beelden terugvinden van de kiesweek van Ekonomika op het eind van de jaren tachtig, toen er voor het eerst een versnelling hoger werd geschakeld. De meeste studenten komen ook voor die activiteiten. Al zijn niet alle kiesweken even groot van opzet, natuurlijk. Ook kleine kringen organiseren activiteiten.'

Is een kiesweek in de omvang van Ekonomika nodig om studenten kennis te laten maken met het concept?
'De essentie is er gelukkig nog altijd. Dat er op het einde van de week nog altijd gekozen wordt, raakt soms wat ondergesneeuwd in het grotere showelement van zo'n kiesweek. Oké, bij de ene kring zit er al een groter circuselement aan dan bij de andere. Maar ik kan dat wel plaatsen.'

Bio >

  • Geboren in 1969
  • Studeerde Economische Wetenschappen in Leuven
  • Promoveerde aan de KU Leuven tot doctor in de Economie in 1992
  • Adviseur van toenmalig minister van Sociale Zaken en Pensioenen Frank Vandenbroucke (1991-2001)
  • Professor aan de toenmalige Hogeschool-Universiteit Brussel en Université Saint-Louis Bruxelles (2001-2013)
  • Keerde in 2013 terug naar KU Leuven als campusdecaan
  • Academisch beheerder van de Brusselse KU Leuven-campussen (2019-2025)
  • Vicerector Studenten- en Diversiteitsbeleid in de ploeg van rector Vermeire

'Van een grote kring wordt ook verwacht voor grote groepen studenten activiteiten te kunnen organiseren. Zo weet je als student ook of een kiesploeg het aankan of niet. Studenten komen voor het spektakel, maar hopelijk blijven ze voor de democratie.'

Wat is voor u de inzet van kiesweken?
'Dat er op het einde van de week genoeg studenten hun stem hebben uitgebracht. Stel dat het niet lukt om de kiesdrempel van tien procent te halen, valt er echt een bouwsteen van onze universiteit weg. Er zullen altijd studenten in het bestuur zitten, en een adviserende rol hebben. Maar het is voor ons comfortabeler om te spreken met mensen die een mandaat hebben gekregen.'

Maar vaak haalt een kiesploeg slechts met een nipte marge de kiesdrempel van tien procent.
'Ik vind dat echt jammer. Het is een kleine moeite om te gaan stemmen.'

Is de student te weinig geïnteresseerd?
'Veto doet nochtans haar uiterste best om mensen te motiveren. (lacht) Maar ik denk dat de doorsnee student onderschat hoeveel medezeggenschap en sturing je hebt. In Stuvoraden zitten studenten mee aan tafel. In een POC (permanente onderwijs­commissie, die instaat voor het onderwijs binnen een bepaalde opleiding, red.) mogen studenten meebeslissen. Ze spelen een belangrijke rol in tal van adviesraden, zijn mee aan zet bij de voorbereiding van de instellingsreview, ... Ook in tuchtcomissies zitten studenten, hè.'

tom van puyenbroeck
'Hoe sommige studentenvertegenwoordigers het gecombineerd krijgen, jaar na jaar… Ik zou het niet gekund hebben.'

'Die zijn zo nodig, en doen waardevol werk. Stel je eens voor als dat systeem niet zou bestaan. Dan hebben we aan de universiteit gewoon een minder goed bestuur. Laten we het zo zeggen: het opkomstpercentage mag hoger zijn dan zo'n twaalf procent.'

'Als docent heb ik studenten regelmatig opgeroepen om de docentenevaluaties in te vullen. Want als die door te weinig studenten worden ingevuld, kunnen we – en in de eerste plaats de betrokken docenten zelf – dat instrument ook niet goed gebruiken om ons onderwijs te verbeteren. Het is jammer dat niet alle studenten die oppikken.'

Vroeger werd er consistent een hoger percentage gehaald. Wat is er gebeurd?
'Er is een bredere maatschappelijke evolutie aan de gang. Ook alumniverenigingen vinden het steeds moeilijker om mensen te vinden die zo'n engagement willen aangaan, en interesse tonen in de activiteiten die we organiseren. Ook in het verenigingsleven hoor je dat veel. Je kan moeilijk zeggen dat het dan aan de studenten ligt. Het engage­ment in heel de samenleving verdunt, al is dat voor een deel van die samenleving ook omdat dat engagement verdeeld moet worden over verschillende activiteiten.'

Haalt een kiesploeg de kiesdrempel niet, verliezen haar studentenvertegen­woordigers hun stemrecht in de facultaire organen. Is dat risico groot?
'Ik zeg niet dat het een reëel risico is, maar laten we daar even op doordenken. Studenten zullen nog altijd aanwezig zijn, maar ze hebben dan in de letterlijke zin minder legitimiteit. Als puntje bij paaltje komt kan dat tegen de studenten gebruikt worden in moeilijke dossiers. Als de opkomst zakt onder tien procent, wordt het moeilijk om te weten wie het medebestuur nu is. Het electoraal gewicht van de studenten verdwijnt dan.'

Wat wil u daaraan doen?
'Een belangrijke stap is het nieuwe partici­patiereglement (momenteel sleutelen de universiteit, LOKO en Stura aan een nieuw participatiereglement dat de studenten­vertegenwoordiging codificeert, red.).'

'Er zijn heel wat redenen waarom we vragen zouden kunnen stellen bij de norm van 54 studiepunten'

'Ik ga het vel van de beer nog niet verkopen voordat het geschoten is, maar we zitten in een laatste rechte lijn. Er spelen begrijpelijke bezorgdheden bij sommige kringen, maar ik heb toch het gevoel dat we daarover een heel mature discussie hebben kunnen houden.'

Hoe moet een nieuw participatie­reglement leiden tot meer participatie?
'Het gaat heel wat verhelderen over wat het betekent om studentenvertegenwoordiger te zijn. We willen in zekere zin de drempel om studentenvertegenwoordiger te worden, iets verlagen. We gaan kringen en studentenv­ertegenwoordiging niet per se uit elkaar trekken, maar studentenvertegen­woordiging is iets wezenlijks anders dan een kring, die een deels andere bevoegdheid heeft. Dat verschil moeten we veel ruimer brengen.'

Op het stembiljet ga je een duidelijkere keuze hebben tussen de kiesploeg en de studentenvertegenwoordigers?
'Nu is dat niet altijd helder. Ik hoop dat dat nu gaat veranderen.'

Vindt u de kiesweken voldoende demo­cratisch? Studenten hebben nu slechts één keuze op het stembiljet: voor of tegen. En intern houden de kiesploegen ook niet altijd verkiezingen per positie.
'In een ideale democratie is het misschien zo dat je je stem kan uitbrengen op verschil­lende kandidaten. Maar ik weiger een opkomstpercentage van ongeveer tien procent te zien als negentig procent die tegen die ene ploeg zou zijn. De negentig procent zou wat meer geïnteresseerd moeten zijn, en moeten inzien dat het belangrijk is om te gaan stemmen.'

'Een verkiezing is eerder een bevestiging van een kiesploeg, in plaats van een dynamische verkiezingsstrijd', zei oud-Sturavoorzitter Robbe Van Hoof in Veto.
'Dat snap ik. Maar je kan niet in een decreet gieten hoeveel kiesploegen er moeten zijn. Dat is nu eenmaal hoe de studenten zich organiseren. En ik begrijp ook wel dat het moeilijk is om mensen te vinden: dan is het moeilijk om meerdere kiesploegen te vullen.'

tom van puyenbroeck
'Je wordt ook niet van de ene dag op de andere praesidiumlid of LOKO-mandataris. Je groeit in die rol.'

'De studenten in een kiesploeg die het toch willen doen, denken daar goed over na en hebben die kiesweek goed voorbereid. En niet opdagen is iets anders dan tegen een kandidaat gekant zijn. Daar kunnen zoveel signalen achter zitten.'

Even iets anders. Veel studenten willen pas een engagement aangaan, nadat de studieresultaten meevallen, merken kringen op. Valt onderwijs nog te combineren met een vrijwillig engagement?
'De studentenvertegenwoordigers die ik zie, steken daar ongelooflijk veel tijd in. Ze zijn ook steeds zeer goed voorbereid en gedragen zich uiterst professioneel. Dat kan niet zonder dat je daar veel tijd in stopt. Hoe sommigen het gecombineerd krijgen, jaar na jaar… Ik zou het niet gekund hebben.'

'Anderzijds word je ook niet van de ene dag op de andere praesidiumlid of LOKO-mandataris. Je groeit in die rol. En door er langer mee te wachten om in het kringleven te stappen, is dat soort momentum wel weg. En dan kan je ook onterecht sneller tot de conclusie komen dat het misschien niets voor jou is.'

De Vlaamse regering lijkt een diepgaand engagement te willen afraden door haar plannen met studievoortgang. Studenten zouden minstens 54 studiepunten moeten opnemen. Maar voor sommige engagementen lukt dat misschien niet.
'Ja, maar diezelfde Vlaamse regering heeft in haar decreet wel het belang van studenten­participatie ingeschreven.'

Spreekt ze zichzelf dan niet tegen?
'Wel, ik kan alleen maar samen met jou vaststellen dat er een hogeronderwijsdecreet is waarin het belang van studenten­participatie in staat. Er zijn heel wat redenen waarom we vragen zouden kunnen stellen bij de norm van 54 studiepunten. Dat is er misschien een van.' (zwijgt) 

Stura-voorzitter Lotte Van Marcke vond in Veto dat een engagement niet per se een reden is voor een uitzondering op die norm. Elke persoonlijke situatie rechtvaardigt dat, zei ze. Volgt u dat?
'Daar kijken we nu naar. Wat zijn die persoonlijke situaties, en hoe kan je die op een heldere manier vastleggen?'

Dat is toch verschrikkelijk moeilijk?
'We moeten een objectieve manier vinden, die niet leidt tot twee maten en twee gewichten over verschillende instellingen. En bekijken hoe studievoortgangsbeleid best inhaakt op studietoelagenbeleid. Dat zijn geen evidente oefeningen, echt niet. We hebben veel zorgen, alleen al over de implementatie van het decreet.'

Volgens het kabinet gaat het dan ook slechts om een 'denkoefening'.
'Die denkoefening is nodig, en ze wordt volop gemaakt. Op dit moment ligt het nog niet op de ministerraad. Dus ik onthoud me van grote uitspraken op dit moment.' (glimlacht)

Heb je vragen of opmerkingen bij dit artikel? Stuur ze ons.

Powered by Labrador CMS