artikel> Hervorming geeft meer macht aan gewone student

COBRA-hervorming kronkelt zich doorheen universiteit

Vicerector Onderwijsbeleid Didier Pollefeyt wil de discussie over onderwijskwaliteit terug aanzwengelen. Zijn COBRA-plan herwaardeert de permanente onderwijscommissies (POC’s).

WTF? COBRA

COBRA is het nieuwste systeem om de onderwijskwaliteitszorg aan de KU Leuven te waarborgen. Tot vorig jaar gebeurde de kwaliteitscontrole door middel van opleidingsvisitaties. Het COBRA-plan van vicerector Onderwijsbeleid Didier Pollefeyt moet de universiteit nu in staat stellen om zelf haar onderwijskwaliteit te garanderen. Dit is belangrijk om door de instellingsreview te raken.

Dit academiejaar is aan heel wat faculteiten een proefdoorloop gestart. COBRA telt drie fases. In eerste instantie komt de stem van studenten, docenten en medewerkers aan bod middels georganiseerde gesprekken. In fase twee en drie worden die resultaten dan besproken op respectievelijk facultair en universitair niveau. Vooral de organisatie en het verzamelen van minstens acht studenten per richting blijkt geen sinecure.

Een verregaande hervorming moetervoor zorgen dat de KU Leuvenzijn onderwijs op een hoog niveaukan houden. Vicerector OnderwijsbeleidDidier Pollefeyt hooptmet zijn COBRA-plan het verdwijnenvan de externe controles vanopleidingen, de beruchte visitaties,op te vangen. Zo moet de universiteitklaar zijn voor de instellingsreview.Die moet vanaf 2017 demanier waarop de universiteit zijnkwaliteitszorg organiseert, controleren.

Het plan werd genoemd naar deavant-gardebeweging met ondermeer Karel Appel die wilde terugkerennaar de bron van de kunst.Dat is ook wat Pollefeyt wil proberen.Centraal in het plan staat eenheropwaardering van de POC. Nuis dat het beslissingsorgaan aande basis van de universiteitsstructuur.Elke opleiding heeft er eentje,die door professoren, personeel enstudenten wordt bevolkt. Zij besprekener vaak vooral praktischeopleidingszaken en niet zozeer dekwaliteit van het onderwijs. Netdat moet volgens Pollefeyt veranderen.Do

“Docenten, medewerkers en studenten zijn perfect in staat om over onderwijskwaliteit te reflecteren”

Didier Pollefeyt, vicerector onderwijs

Door middel van jaarlijkse hearings met professoren, personeel en studenten (en dus niet enkel studentenvertegenwoordigers) moet een fundamentele discussie over onderwijs ontstaan. Vicerector Pollefeyt ziet het idealistisch. “Niet langer is er sprake van een “top” die aan de “basis” zaken “oplegt” of een plan moet “verkopen”. We willen vanuit de basis een brede discussie over onderwijs creëren.”

Het model waardeert ook de functie van programmadirecteur op. Die krijgt immers de taak om al die gesprekken te synthetiseren. Pollefeyt: “COBRA gaat uit van high trust in docenten, medewerkers, studenten en programmadirecteurs. Die zijn perfect in staat om over onderwijskwaliteit te reflecteren en bij te sturen als dit nodig zou zijn. De bestuursploeg wil zo ademruimte creëren voor het plezier dat mensen kunnen vinden in discussies over onderwijs en leren.”

De hearings met studenten, docenten en personeel en de discussies hierover moeten stilaan verder opklimmen doorheen de structuur (zie zijkant).

“Zelfs al wordt er water bij de wijn gedaan, zolang je de wijn nog kan proeven is het goed”

Mathijs Lamberigts (decaan Theologie en Religiewetenschappen)

GEDURFD

De eerste reacties op het plan zijn voorzichtig positief, al benadrukken alle geïnterviewden dat het nog in een vroeg stadium zit. Veel modaliteiten liggen nog niet vast, zegt ook vicerector Pollefeyt.

“Nu hebben we ambities en ideeën. In overleg met de programmadirecteurs zoek ik uit hoe we die kunnen vertalen naar afspraken over de manier waarop we de kwaliteitszorg zullen aanpakken,” zegt Pollefeyt. “Ik luister momenteel naar de verschillende visies op en vragen over het voorstel. Een concreet plan kristalliseert zich op die manier gaandeweg uit.”

Mathijs Lamberigts, decaan van de faculteit Theologie en Religiewetenschappen, is alvast enthousiast. “Het is een idee dat heel verfrissend is. Het is niet zoals de visitaties gewoon een lijst van 72 punten afvinken. COBRA durft te vertrekken vanuit een eigen idee, een eigen visie op onderwijs. Dat is gedurfd, maar knap.” Lamberigts vreest niet dat het plan uiteindelijk afgezwakt uit alle consultaties zal komen. “Zelfs al wordt er uiteindelijk water bij de wijn gedaan, zolang je de wijn nog kan proeven is het goed.”

Ook Andries Verslyppe, voorzitter van de Studentenraad KU Leuven, is voorstander. “Iedereen die in de eerste lijn met onderwijs te maken krijgt wordt zo systematisch aan het woord gelaten. We kunnen zo veel sneller inpikken op kleine problemen en er moet niet meer acht jaar worden gewacht zoals in de oude visitatiecyclus.”

Andere decanen juichen het plan toe, maar zeggen dat de POC al heel centraal staat aan hun faculteit. Rechtendecaan Bernard Tilleman: “Als ik kijk naar de faculteit Rechtsgeleerdheid is de POC al heel performant en belangrijk. Er is al veel overlegd, ook informeel, met studenten en docenten. In die zin is COBRA geen innovatie voor onze faculteit.”

Bij Luc Sels van Economie en Bedrijfswetenschappen klinkt een gelijkaardig geluid. “Als ik kijk naar mijn faculteit, denk ik dat het COBRA-plan toelaat om veel goede praktijken die nu al bestaan beter op elkaar af te stemmen en te stroomlijnen. De POC’s hebben we al uitgebouwd tot krachtige organen. Maar het COBRA-plan zet aan tot een nog betere afstemming met de facultaire besluitvorming.”

“We moeten er ons voor hoeden dat we niet op het hoogste bestuursniveau de hele specifieke maatregelen gaan bepalen.”

Jan Eggermont (decaan Geneeskunde)

Eggermont heeft alvast een boodschap voor het rectoraat. “We moeten er ons voor hoeden dat we niet op het hoogste bestuursniveau de hele specifieke maatregelen gaan bepalen. Daar moet men met het kader en de belangrijke uitgangspunten bezig zijn.”

Sels nuanceert. “Wij staan op een zekere bestuurlijke autonomie, maar autonomie moet in balans blijven met rekenschap. Wij willen ons kwaliteitsmanagement autonoom kunnen uitbouwen, maar tegelijk moeten we kunnen aantonen aan de universiteit hoe wij het COBRA-plan intern implementeren en goede kwaliteit kunnen garanderen.”

Bart Raymaekers, decaan van het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte, ziet vooral verschillen tussen kleine en grote faculteiten. “In kleine faculteiten is iets als informeel contact makkelijker te realiseren dan in grote faculteiten. Maar ik heb niet het gevoel dat de schaalgrootte van de faculteiten een hinderpaal moet zijn om dat plan te laten werken.”

Tegen het eind van het academiejaar zou een tekst moeten voorliggen op de Onderwijsraad en Academische Raad. Tegen begin volgend academiejaar kan de implementatie van die tekst dan van start gaan. Mogelijk worden er al dit jaar in enkele faculteiten pilootprojecten georganiseerd die delen van het plan uittesten.

DE COBRA-HERVORMING

De hervorming die vicerector Pollefeyt voorstelt en die wordt gesteund door het GeBu bestaat uit vier “COBRA’s”. Het kernwoord is subsidiariteit: elk probleem wordt op een zo laag mogelijk niveau behandeld. Het plan moet een intern alternatief vormen voor de sinds vorig jaar opgeschorte externe opleidingsvisitaties.

COBRA 1:

De eerste COBRA is de meest fundamentele en wil de Permanente Onderwijscommissie (POC) opwaarderen. Door gesprekken met willekeurig gekozen studenten, docenten en personeel zou duidelijk moeten worden wat hun visie is op kwaliteitsvol onderwijs. De programmadirecteur maakt dan een synthese die kan bediscussieerd worden op de POC. Zo kan die direct bijsturen bij problemen en zou er een fundamentele discussie over kwaliteitsvol onderwijs op gang moeten komen. De rapporten van die discussies gaan naar COBRA 2 en naar een online platform dat voor transparantie moet zorgen.

COBRA 2:

In een tweede fase gaan de verslagen van COBRA 1 en de onoplosbare problemen over naar de Faculteitsraad of Facultaire POC, die beslist over de hele faculteit. Een voorbeeld van zo’n situatie is een professor die van het ene naar het andere vak verschoven moet worden. De vicedecaan van elke faculteit kan dan indien nodig tussenkomen. Rapporten vanuit COBRA 2 gaan opnieuw een stapje hoger naar COBRA 3 en naar het online platform.

COBRA 3:

In een derde fase gaan de rapporten en verslagen naar drie geledingen die hun advies kunnen uitbrengen. Eerst en vooral zijn dat peers, of externe experten. Dat kan gaan om een oud-rector met expertise of een expert van een andere (buitenlandse) universiteit. Daarnaast mag ook de Studentenraad KU Leuven de rapporten volledig onafhankelijk bekijken. Ten slotte mag de Onderwijsraad, waar vicedecanen, studenten en vertegenwoordigers van de rest van het onderwijzend personeel zetelen, een advies uitbrengen.

COBRA 4:

In de laatste Cobra waken de vicerector Onderwijs en het Gemeenschappelijk Bureau (GeBu, het dagelijks bestuur van de universiteit) over de algemene visie op onderwijs en werken ze verder aan het kader waarin de universiteit zich kan ontwikkelen. Rond heel zware problemen, zoals conflicten tussen faculteiten, kunnen zij dan bemiddelen.

Powered by Labrador CMS