Perpetuum Mobile

Splinter

14 december 2020
Splinter
Auteur(s): Vincent Cuypers
Ah! Bijna Kerstmis! En bijna Nieuwjaar dus ook. Een bewogen jaar komt tot een eind.

Gelukkig begint elk nieuw jaar toch met een paar uren van optimisme en hoop, zo lang de Wiener Philarmoniker haar feestmuziek de wereld instuurt. De walsen, polka’s en ouvertures, veelal gecomponeerd door de Strauss-dynastie, gespeeld in de prachtige, rijkelijk met bloemen versierde gouden zaal van de Musikverein, en afgewisseld met beelden van balletdansers en idyllische kastelen hoog uittorenend boven de Donau, geven heel even het gevoel dat de mensheid het tóch goed meent, en schoonheid en orde het zullen halen op de barbarij.

Een van de stukken die er wel eens gespeeld worden is Perpetuum mobile – ein musikalischer Scherz. Een 'perpetuum mobile' is een ding dat, eens het in beweging is, voor altijd in beweging blijft, en fysici, uitvinders en knutselaar hebben er eeuwenlang met dezelfde verbetenheid naar gezocht als naar de steen der wijzen en de heilige graal.

Zoals de titel doet vermoeden kan ook het stuk eeuwig doorgaan: na een leuke afwisseling van vrolijke solo's eindigt het waar het begint, en gaat het dus vloeiend in zichzelf over. Kennelijk werd het geschreven voor een bal, om een soort uitputtingsdans te organiseren. En zo wordt het vandaag nog gespeeld, tot de dirigent het beu is en tot groot vermaak van het publiek zijn stokje neerwerpt en verveeld roept 'und so weiter, und so weiter'.

Zolang de muziek speelt, moeten we blijven dansen, moe of niet

Wat de voornoemde fysici, uitvinders en knutselaars in hun naarstige zoektocht niet doorhadden, was dat datgene wat het perpetuum mobile het best benadert, de grond onder hun voeten is. In de filosofie bestaat er een debat over de vraag of de geschiedenis lineair is, en steeds nieuwe wegen opzoekt, of cyclisch, en steeds terugkeert. Volgens mij is de vraag vooral welke van beide opties de ergste is. In het ene geval is alles wat voorbij is onherroepelijk verloren, in het andere moet dezelfde ellende steeds opnieuw worden ondergaan.

De realiteit is natuurlijk dat beide een rol spelen. Men kan de natuur veel verwijten, maar de waarheid is dat ze op uitmuntende wijze lineaire en cyclische elementen combineert. Zoals het golven van de zee ook op ritmische wijze een eindeloze eenheid vormt, maar elke golf toch uniek is, zo gaat het met alles. De solo's – en vooral ook de solisten – veranderen, wat het stuk interessant houdt, maar de grondstructuur blijft hetzelfde, en einde en begin gaan mooi in mekaar over.

Omdat ons leven in dat verhaal maar eventjes duurt, hebben wij de neiging het lineaire te benadrukken, maar dat is verkeerd. Het kan confronterend zijn, dat het geheel ons overstijgt, en dat wij maar een tijdelijke en beperkte rol te spelen hebben, maar het neemt ook een last van onze schouders.

Na ons kan er iemand komen die er misschien in slaagt enkele valse noten achterwege te laten. Overigens mag men ook niet vergeten dat zo'n uitputtingsdans erg vermoeiend kan zijn. Zolang de muziek speelt, moeten we blijven dansen, moe of niet, en dan kan het aan het einde misschien een opluchting zijn het stokje te kunnen doorgeven.

We kunnen ons dus maar best focussen op onze huidige solo, en zorgen dat die ietwat elegant is, en in het geheel past. Daarna neemt iemand anders wel over, en doet de natuur rustig verder. Zomer, herfst, winter, lente, zomer, herfst, winter, lente. Und so weiter, und so weiter.