Reportage: het Franse hoger onderwijs is nog steeds ongelijk en elitair

Parijs vs de 'province': de eeuwige kloof

05 oktober 2020
Reportage
Studenten en professoren getuigen over de vele ongelijkheden in het Franse hoger onderwijs. Geld, cultureel kapitaal en woonplaats blijken doorslaggevend.

PARIJS - La douce France, het land van uitgestrekte lavendelvelden, volgepakte zandstranden en brede boulevards. Maar ook het land van de gilets jaunes, gevaarlijke voorsteden en gemeentelijke verpaupering. Meer dan 230 jaar na het ontstaan van de slogan 'Liberté, égalité, fraternité', is de naburige zeshoek nog steeds een natie van ontzettend veel tegenstellingen.

Een van de meest pijnlijke indicatoren van die tegenstellingen is het hoger onderwijs. Uit gesprekken met meer dan 20 studenten en professoren blijkt dat ongelijkheid daar een fundamenteel probleem blijft.

Lycée Henri IV

Na de middelbare school is er de mogelijkheid één of twee jaar 'prépa', kort voor 'classe préparatoire', op een lyceum te doen. Hier worden studenten klaargestoomd voor de aartsmoeilijke proeven die de beste scholen jaarlijks organiseren.

In de schaduw van het Pantheon ligt het zeer prestigieuze Lycée Henri IV. Hier studeren de allerslimsten: namen als Jean-Paul Sartre, Michel Foucault en Emmanuel Macron orneren de lijst van alumni. Maar voor de allerbeste, alleen het allerzwaarste. 

We spraken met zeven studenten en allemaal hadden ze het over de zware werkdruk, de stress en de Parijse dominantie.

'Er was het constante dilemma: werken of slapen'

Student Lycée Henri IV

Voor enkele studenten wordt de werkdruk soms te veel. Een student had in haar periode aan het lyceum overgewicht gekregen van de stress, terwijl veel van haar klasgenoten extreem mager werden. 'Veel meisjes ontwikkelen eetstoornissen. We eten allemaal ofwel te veel ofwel te weinig.'

Slaap is een goed dat weinig studenten er gegeven is. 'Ik sliep soms maar drie uur per nacht. Er was dat constante dilemma: werken of slapen', vertelt een student van het lyceum. 

Enkelen onder hen voelden zich te weinig gewaardeerd als mens en te veel als statistiek. 'We zijn daar om de cijfers op te krikken', zegt een student die anoniem wenst te blijven.

'Als enkelen zich hier niet op hun plaats voelen, komt dat veeleer door een oordeel dat ze voor hun komst over ons instituut hebben gevormd, dan hun ervaring zelf', reageert Sophie Giovachini, directeur van het Lycée Henri IV. Giovachini geeft toe dat de studenten hard moeten werken, maar ze gelooft dat 'velen er plezier in hebben'.

C’est pour la petite bourgeoisie...

In de hoogste echelons van het Franse hoger onderwijs kunnen we het onderscheid maken tussen de universités en de (grandes) écoles. De universiteiten werken ongeveer op dezelfde manier als bij ons, maar de grandes écoles vinden we hier niet terug. Het zijn kleine, maar prestigieuze onderwijsinstellingen, waar slechts een select groepje ieder jaar wordt toegelaten. De meeste bevinden zich in Parijs.

'Bij ons heerst het idee: universiteitsstudenten zijn lui'

Student École Normale Supérieure

Vanuit de grandes écoles wordt vaak neergekeken op de universiteiten, die als tweederangs worden beschouwd. 'De universiteit is echt de nooduitgang', biecht een student op. 'Bij ons heerst het idee: universiteitsstudenten zijn lui.'

Maak kennis met Alice Meunier, professor celbiologie aan de verderop gelegen École Polytechnique. Haar profiel komt perfect overeen met de gemiddelde professor: hoog opgeleide familie, Parijzenaar en gestudeerd aan een van de beste scholen van het land. Maar die erfenis wil ze duidelijk van zich afschudden.

'Men verzamelt hier mensen die een elite moeten vormen. Dat vind ik een heel oncomfortabel idee', zegt ze. Dat heeft tot gevolg dat haar klassen weinig divers zijn, waaronder disproportioneel veel studenten van adel. En al heeft ze de beste referenties, de elitaire sfeer knaagt aan haar: 'Ik stel me vaak de vraag wat ik hier eigenlijk doe, want ik voel me niet altijd op mijn gemak.'

In een bistro voor het Gare de Lyon ontmoeten we Benjamin Tainturier, doctorandus in de sociologie. Hij wijst op de bredere Franse mentaliteit: 'Het zit in het DNA van de republikeinse geest om zulke elites te creëren en ik zie niet veel animo om dat te veranderen, ook al gaat dat ten koste van de zwakke klassen.'

Die obsessie met excellentie drijft professoren soms heel ver. Arthur Pereira, student aan de Sorbonne, vertelt over een keer dat de meerderheid van zijn klas slechte resultaten had behaald. 'Jullie zijn erbarmelijk', zei de professor. 

'In de province willen de professoren dat de studenten slagen, in Parijs willen ze dat het lyceum slaagt', zegt Mathilde Bonin, nu student aan de universiteit Paris-Descartes.

… qui vient de la campagne

Tainturier, die zowel in Dijon als Parijs heeft lesgegeven, kent het verschil tussen Parijs en de province maar al te goed. ‘De beste proffen houden ze voor Parijs’, stelt hij. Daarnaast is het volgens hem moeilijker verder te studeren als je van buiten Parijs bent: 'De plaats waar je vandaan komt is heel belangrijk.'

Marie Jeanty, zelf een student uit Parijs, gaat nog verder dan dat: 'Het is onmogelijk van een onbekend lyceum op het platteland door te stoten naar een grande école in Parijs, tenzij je een genie bent.'

'Met dit accent kan je niet gaan verder studeren'

Leerkracht aan student

Er is nog iets anders dat de kloof tussen Parijs en de province dieper maakt: accenten. Aan het Lycée Henri IV werd een student uit het zuidelijke Cannes om haar accent gediscrimineerd. 'Een leerkracht vroeg: "Waarom praat jij zo tegen mij?", terwijl zij niets verkeerd had gezegd', vertelt een vriendin. Een andere kreeg te horen: 'Met dit accent kan je niet gaan verder studeren.'

De kracht van ongelijkheid

Uit ons onderzoek blijkt dat de meeste problemen zich situeren bij geld, cultureel kapitaal en woonplaats.

David Flacher, onderwijseconoom verbonden aan de Université de Technologie in Compiègne, onderscheidt dezelfde drie ongelijkheden, maar als econoom interesseert hij zich vooral in de financiële ongelijkheid. 

Die ongelijkheid is tweeledig. Sommige studenten kiezen om niet in Parijs te studeren vanwege de hoge kosten voor accommodatie, voeding en transport. Minder welgestelde studenten die toch beslissen naar de hoofdstad te trekken, zijn vaak genoodzaakt te werken tijdens hun studies, wat hen minder tijd en dus vaak slechtere resultaten oplevert.

'Ik was elke dag drie uur onderweg omdat ik het geld niet had in Parijs te wonen'

Sébastien Pacôme, student

Toch kunnen we de financiële, culturele en ruimtelijke ongelijkheden niet los van elkaar zien. Je woonplaats bepaalt je toegang tot scholen en culturele initiatieven, die zich vooral in de grote steden afspelen. Daarnaast reflecteert je woonplaats vaak je financiële situatie, die een groot aantal studenten ervan weerhoudt te studeren aan goede middelbare scholen met hogere inschrijvingsgelden.

Voor studenten die lang onderweg zijn, schiet er ook minder tijd over om zich op hun studies toe te leggen. 'Ik was elke dag drie uur onderweg omdat ik het geld niet had in Parijs te wonen. Wat een tijdverlies!', laat student Sébastien Pacôme weten.

'Het culturele luik is eigenlijk veel belangrijker dan het economische', meent Agnès Van Zanten, onderwijssocioloog en directeur onderzoek van het CNRS, het Franse agentschap voor wetenschappelijk onderzoek.

Volgens Van Zanten zijn er twee prioriteiten: 'Een onderwijsbeleid dat iedereen de nodige informatie verschaft en een stedenbouwkundig beleid dat sociale segregatie tegengaat.'

In de tuin van de École Normale Supérieure (ENS), waarschijnlijk de meest gerenommeerde school in Frankrijk, spreken we met twee docenten. Beiden wensen ze anoniem te blijven om hun felbegeerde post niet in gevaar te brengen.

'Ik ben er niet zeker van dat de ENS er genoeg in slaagt de sociale gelijkheid te garanderen', klinkt het bij de ene. De ander volgt hem daarin: 'Ik heb niet het gevoel dat dit een sociale lift is.'

Een grande école organiseert ieder jaar een concours, waar honderden studenten wedijveren om een plaatsje aan hun droomschool. Zo’n concours bestaat uit lange schriftelijke en mondelinge testen en is al sinds Napoleon in zwang onder het mom van het revolutionaire 'égalité'

Manon Bellon, die zich momenteel voorbereidt op het concours voor diplomaten, vindt zulke testen net 'uiterst ongelijk'. Ten eerste haalt ze het belang van cultureel kapitaal aan, waaraan de meeste concours veel waarde hechten. Ten tweede is er het feit van financiële ongelijkheid. Het is namelijk de gewoonte één of zelfs twee jaar cursussen te volgen om je op de testen voor te bereiden, wat voor minder welgestelde studenten een enorme investering is.

Meer nog, een rijke student zou het zich kunnen permitteren het volgende jaar nog eens te proberen. Dat zit er voor Bellon niet in: 'Als het nu niet lukt, moet ik werk gaan zoeken. Ik heb geen andere keuze.'

'Sciences Po is zich altijd, meer dan de andere universiteiten, bewust geweest van haar verantwoordelijkheid' wat betreft de vernieuwing van het onderwijssysteem, meldt woordvoerder Claire Flin. Zo was het instituut de eerste om de Conventions d’Éducation Prioritaires (CEP), waarmee plaatsen in universiteiten vrij worden gehouden voor studenten uit benadeelde milieus, te steunen.

Verandering?

Danièle Hérin, parlementslid voor La République En Marche, de partij van Macron, gelooft dat er wel degelijk dingen aan het veranderen zijn: 'Onder druk van onze regering worden er steeds meer studenten met een atypisch profiel toegelaten.' 

Sinds het academiejaar 2019-2020 is er bovendien 'Campus Connectés', een samenwerking tussen de overheid en de grote Parijse scholen om afdelingen buiten Parijs op te richten. Daar zouden vooral bacheloropleidingen worden aangeboden, waarna men kan doorstromen naar een masteropleiding in Parijs. 'Er zijn nu zo’n 15 nieuwe departementen en het plan is om in zoveel mogelijk steden die aanwezigheid te hebben', vertelt Hérin in een telefoongesprek.

'Van 3000 euro per jaar kan je toch niet leven?'

David Flacher, onderwijseconoom

Maar voor onderwijs is ook geld nodig. Onderzoek van de Franse econoom Thomas Piketty wijst uit dat tussen 2008 en 2018 het onderwijsbudget per student met ongeveer 10% is gedaald.

In 2018 lanceerde de overheid Parcoursup, een nieuw beursprogramma voor studenten uit de lagere klassen. De beurzen gaan echter niet hoger dan 3000 euro per jaar. 'Dat is veel te weinig', beklaagt Flacher zich. 'Daar kun je toch niet van leven?'