Splinter: De hoeder van woorden

De dwalingen van de Van Dale

15 mei 2020
Splinter
Auteur(s): Arthur Hendrikx
Onlangs nam de Van Dale de betekenis 'personage' op bij het lemma 'karakter', in navolging van het Engels. Symptoom van een te open houding van het woordenboek, betoogt Arthur Hendrikx.

De Volkskrant signaleerde in zijn vaste rubriek over de verengelsing van het Nederlands vorige week dat de betekenis van ‘personage’ sinds korte tijd is toegevoegd aan het lemma ‘karakter’ in de Van Dale, hiermee toegevend aan de foutieve en letterlijke vertaling van het Engelse woord 'character'. Een vreemde concessie van het instituut, dat over onze taal zou moeten waken (samen met de Taalunie): een lemma toekennen aan neologismen die vaste voet aan de grond hebben gekregen in de spreektaal (we denken aan tentsletje) en ruimte maken voor uit het buitenland overgewaaide leenwoorden waar we niet omheen kunnen en/of waar we geen pendant voor hebben (we denken aan smartphone) is één ding, maar op serviele wijze fouten die in de goegemeente gemaakt worden overnemen om zo recht te praten wat krom is, is onvergeeflijk.

Lankmoedigheid mag dan in principe een mooie eigenschap zijn, maar het past het instituut van een woordenboek niet zich coulant op te stellen tegenover de taalgemeente. Fouten zijn fouten, hoe vaak ze ook gemaakt worden. Als een voetballer twintig keer buitenspel staat, wordt hij de eenentwintigste keer ook weer afgevlagd. Zo ook bij taalfouten; ‘hij word’ zal altijd fout zijn, ‘beter als’ zal altijd fout zijn. Hoe vaak taalgebruikers zich ook aan die steen stoten. Om die reden moet het woordenboek fungeren als de hoeder van een robuust en traag evoluerend organisme; het mag veranderingen pas in kaart brengen als hun houdbaarheid in de tijd verzekerd is; en haar houding tegenover fouten moet ondubbelzinnig en streng zijn. 

Er kan altijd nieuw terrein ontgonnen worden, zolang het maar vruchtbaar is

Het hierboven geciteerde voorbeeld bewijst andermaal de kwalijke invloed van de Engelse cultuurdominantie op onze taal. We gaan niet alleen maar woorden en uitdrukkingen letterlijk overnemen (denk aan onnodige termen als pre-teaching en social distancing), maar ook in het Nederlands fouten maken die het gevolg zijn van (soms onbewuste) letterlijke vertalingen uit het Engels. Of een omgekeerd voorbeeld, zoals taalkunstenaar Louis van Gaal ooit in een persconferentie ten overstaan van verbaasd opkijkende Britten zei: ‘That is another cook.’

Karakter in de betekenis van personage gebruiken is zo’n fout. Een fout die in het licht van de angelsaksische pletwals kan begrepen worden, maar daarom nog niet goedgekeurd hoeft te worden. Dat de taalgemeenschap fouten maakt is normaal, maar de instituten die instaan voor onze taal mogen hier niet in meegaan. Zij bewaken de taal, in oudtestamentische zin: in ere houden, vrijwaren van perversies. Te gemakkelijk toegeven is de taal perverteren, corrumperen.

Het tegenargument dat taalverandering inherent is aan het zijn van taal berust op een denkfout: precies omdat taal verandert, kunnen spijtige evoluties aangekaart worden. Door de grote blootstelling aan het Engels in alle levenssferen kan een niet-strenge opstelling ervoor zorgen dat binnenkort een krukkig gebruik van onze taal wordt omhelsd en tot norm bevorderd. De van Dale mag de taalcrimineel niet de andere wang toekeren, maar moet hem op de vingers tikken, – weliswaar zonder ooit de elastische subtiliteiten van de taal te veronachtzamen; een woordenboek moet op elk moment bedacht zijn op interessante evoluties of nieuwigheden; er kan altijd nieuw terrein ontgonnen worden, zolang het maar vruchtbaar is.

De schoonheid en juistheid van onze taal moet beschermd – niet krampachtig, tegen alle invloeden, wel zorgvuldig, tegen alle fouten

Samengevat: een woordenboek is ook normatief, niet enkel descriptief. Een woordenboek zegt ons wat mag en wat niet mag, welke nuances en connotaties juist zijn en welke niet. Het is een gids die ons de juiste weg laat zien bij ons taalgebruik. Hij moet openstaan voor suggesties, maar ze alleen maar aannemen als ze steekhoudend zijn en niet het resultaat van luiheid, gemakzucht of onwetendheid. 

Een woordenboek moet een stevige constructie zijn die niet wordt weggeblazen door modieuze winden en alleen die dingen weerhoudt die hem sterker, mooier maken. De woorden überhaupt, vestibule en close reading in onze taal opnemen was een geslaagde zet en heeft onze taal verrijkt, vermooid; maar van veel van de (overwegend Engelse) woorden en nieuwe definities (zoals bij karakter) kan dit niet gezegd worden. De schoonheid en juistheid van onze taal moet beschermd – niet krampachtig, tegen alle invloeden, wel zorgvuldig, tegen alle fouten; en daar heeft de van Dale een grote rol in te spelen.