Studenten Columbia University stemmen voor boycot tegen Israël

Amerikaanse studenten struikelen over het conflict in de Levant

30 oktober 2020
Artikel
Auteur(s): Basil Claeys
Het gepolariseerde conflict tussen Israël en Palestina verscheurt ook Columbia University. Na een studentenreferendum werd duidelijk dat de universiteit zich maar beter niet met Israël zou associëren.

De studenten van Columbia College, het oudste undergraduate college aan de universiteit, hebben eind september een referendum gehouden over een mogelijke boycot tegen Israël. De organisator van het referendum, Columbia University Apartheid Divest (CUAD), vroeg de studenten of de universiteit moet 'de-investeren': weg van bedrijven die 'winst maken met of deelnemen aan acties van de staat Israël tegen de Palestijnen'. 

Het referendum van de CUAD past in de bredere Boycot, Divestment & Sanctions Movement (BDS), een internationale beweging die gemodelleerd is naar de antiapartheidsbeweging en het opneemt voor de rechten van Palestijnen in Israël. Vooral de strategie van divestment is geïnspireerd door de Zuid-Afrikaanse activisten. Meer specifiek richtte de CUAD de pijlen op acht bedrijven, waaronder Hyundai, Boeing, HP en Lockheed Martin, waarmee de universiteit de samenwerking stop moet zetten.

De universiteit zit ook in knellende schoentjes omdat het The Institute for Israel and Jewish Studies, een belangrijk onderzoekscentrum, herbergt.

61% stemde voor een boycot, 27% tegen

De 30% die volgens de Columbia College Student Council Constitution nodig is voor een geldig referendum werd ruimschoots gehaald. 39,3% van de stemgerechtigden bracht een stem uit. Zo'n 61% van de stemmers was het met de stelling eens, 27% niet. Desondanks heeft het bestuur van Columbia onmiddellijk laten blijken dat er niets zal veranderen aan de investeringspolitiek. 

Het oordeel van het universiteitsbestuur

Toen de resultaten van het referendum op 29 september bekend raakten, publiceerde Columbia’s voorzitter Lee Bollinger een statement dat de universiteit niet 'op basis van particuliere visies op een complex politiek probleem' haar investeringsbeleid zal aanpassen. Hij benadrukte dat er 'geen consensus' bestaat over deze problematiek en dat hij het referendum nooit gesteund heeft, wijzend op reeds bestaande besluitvormingsprocessen. 

Een vergelijkbare reactie kwam van de president van het met Columbia geaffilieerde Barnard College, Sian Beilock, toen daar in 2018 een vergelijkbaar referendum gehouden werd, eveneens georganiseerd door CUAD. 64,3% van de stemmen was voor een divestment. De reactie van Beilock was gelijklopend met die van Bollinger: Barnard College verandert niet van koers als er geen brede consensus bestaat om dat te doen.

Voorzitter Lee Bollinger waarschuwde voor 'vijandigheid en zelfs haat' op basis van religie, ras of nationaliteit

Al op 6 maart, een half jaar voor het referendum, schreef Bollinger een opiniestuk in de Columbia Spectator, waarin hij het referendum rond een divestment tegen Israël verbond met het gevaar van de 'bredere atmosfeer' waarin deze discussies gevoerd worden. Hij waarschuwde voor 'vijandigheid en zelfs haat' op basis van religie, ras of nationaliteit. 'Als er een swastika op campus verschijnt, is dat geen geïsoleerde gebeurtenis', schreef hij. Bollinger verbond zo het divestment­-debat met de hete adem van het antisemitisme op de universiteitscampus. 

De joodse stem

De meeste tegenstanders van het referendum lijken dit verband te leggen. In de Times of Israel en de Jerusalem Post getuigde Romy Ronen, een lid van Students Supporting Israel at Columbia University (SSI), dat het referendum er vooral in geslaagd is studenten die Israël steunen 'onveilig, gedupeerd en teleurgesteld' te laten voelen. Ze verwees onder andere naar het opiniestuk dat Bollinger in maart schreef.

Het referendum was een samenwerking tussen een Palestijnse en een Joodse studentenvereniging

Bryan E. Leib, voormalig nationaal directeur van Americans Against Antisemitism en bestuurslid van Jewish Voices for Trump, stond Ronen en de SSI bij in een tweet op 29 september. Net als Ronen apprecieerde hij de uitspraken van Bollinger, maar merkte hij op dat Joodse studenten zich 'under attack' voelen in New York. Voor veel Joodse studenten is het referendum vooral de zoveelste uiting van antisemitisme. 

Dat geldt echter niet voor alle Joodse studenten. De organisatie die het referendum organiseerde, de CUAD, is eigenlijk een samenwerking tussen Columbia Students for Justice in Palestine enerzijds, en de Joodse organisatie Columbia/Barnard Jewish Voice for Peace anderzijds. 

Een paar Joodse leden van die tweede organisatie publiceerden enkele dagen voor het referendum een stuk in de Columbia Spectator waarin ze ingingen tegen argumenten als die van Ronen en Leib. De aantijging dat kritiek tegen Israël zou bijdragen aan een antisemitisch discours is volgens hen niet enkel onjuist, maar is zelf ook antisemitisch, aangezien het jodendom gelijkgesteld wordt aan Israël. De grote groep pro-Palestijnse Joodse stemmen bewijzen voor hen dat dit niet klopt.