’t Strand is van Iedereen

Splinter

18 april 2020
Splinter
Auteur(s): Vincent Cuypers
Van geschenkbonnen tot voorrang op het strand; tweedeverblijvers worden gepamperd deze dagen. Vincent Cuypers eist de zee terug voor wat ze is: een natuurlijk schoon dat niemand privé toebehoort.

In zijn Anabasis vertelt de Griekse auteur en legerkapitein Xenophon over de wederwaardigheden van een Grieks huurlingenleger dat zich laat inschakelen voor een oorlog in Perzië. Die onderneming draait finaal uit op een mislukking, en het uit zijn lood geslagen leger begint aan een lange omzwerving huiswaarts. Na lang dwalen door het Perzische land is de opluchting groot wanneer ze eindelijk de zee bereiken. 'Thalatta, thalatta!', weerklinkt het, 'de zee, de zee!' Dat gevoel, die opluchting, wil de Oostendse burgemeester ons nu ontzeggen, wanneer ook wij onze woestijn mogen verlaten. Volgens hem is het immers vanzelfsprekend dat bewoners en mensen met een tweede verblijf voorrang krijgen – want zij betalen belastingen.

Die opvatting getuigt van bekrompen egoïsme en een totaal gebrek aan gevoel voor collectieve eenheid. Men moet geen communist zijn om met verontwaardiging te kijken naar hoe mensen met een tweede verblijf tijdens deze crisis worden gepamperd. Eerst wil men hun een geschenkbon bieden omdat ze een tijdje hun vakantiewoning niet mogen bezoeken – alsof andere mensen geschenkbonnen krijgen voor alles wat ze deze dagen nalaten – en nu zouden ze ook nog eens voorrang krijgen op het strand. Komaan zeg. 

Bijzondere entiteiten, zoals het strand, zoals de zee, moeten als collectief bezit worden beschouwd, niet als het bezit van wie er toevallig woont of een vakantiewoning heeft. Mensen van heel het land mogen in Brussel aan politiek doen, in studentensteden studeren, in bossen gaan wandelen. Even goed hebben mensen over heel het land recht op de kust. Het gaat in alle richtingen. 

Mensen die opgesloten zitten in woonblokken hebben misschien wel het meeste nood aan een dagje strand

Het argument dat men belastingen betaalt, en daarom meer mag, gaat daarbij niet op. Het is waar dat belastingen worden gebruikt voor infrastructuur en diensten, en wie bijdraagt moet daar ook gebruik van kunnen maken, maar belastingen zorgen tegelijk voor herverdeling, en te veel rechten afmeten aan wat men bijdraagt doet dat teniet. Het recht op vakantie, in 1936 voor het eerst verworven met de invoering van het betaalde verlof, is een mijlpaal in de emancipatie van de lagere klasse. Vrije tijd staat toe zich toe te leggen op persoonlijke ontwikkeling, vrije tijd staat toe zich te ontspannen. 

En mensen in een moeilijke situatie, mensen die nu opgesloten zitten in woonblokken en cités hebben misschien wel het meeste nood aan een dagje naar het strand. Hen de kust ontzeggen met een soort cijnsstrandrecht, maakt decennia van sociale verworvenheden ongedaan. Dat er een zee en een strand is, is overigens niet de verdienste van lokale belastingbetalers, maar van iets veel groters. Tweedeverblijvers kunnen misschien zonnebaden in de straten, en op de dijk – men moet toch profiteren van de dingen waar men in heeft geïnvesteerd.

De Belgische kust is een flessenhals, een schaars goed, dat eerlijke verdeling vereist. Zonder luchtverkeer, en de Schelde niet meegerekend, is de kust onze enige uitweg, onze enige toegang tot de oneindigheid van het blauwe vlak. Eens per jaar staren naar de eindeloze golven, dromen van avonturen aan de andere kant van het water, waar palmbomen zijn en het water blauwer ziet, misschien wel een noodkreet in een fles te water laten: hoe schaars de plaatsen ook, zulks is een basisrecht. Verdeel de beschikbare plaatsen onder alle Belgen, desnoods met een loterij als er te weinig plaatsen zijn. Thalatta! Thalatta!