Vaccins viseren vooral vrouwen

Het vrouwenlichaam: een vergeten mysterie

28 februari 2022
Artikel
Auteur(s): Joanna Wils
De meeste gemelde bijwerkingen van coronavaccins deden zich voor bij vrouwen. Er is nog steeds weinig kennis over verschillen tussen mannen- en vrouwenlichamen, en die wordt amper in rekening genomen.

EurdraVigilance, het Europese systeem dat klachten over vermoedelijke bijwerkingen van medicatie beheert, splitste de klachten rond bijwerkingen na coronavaccinaties op volgens geslacht. Zowel voor Pfizer als Astrazeneca werd een vrouw/man-verhouding geregistreerd die schommelt rond 70/30. Ook bij de vaccins van Johnson & Johnson en Moderna is er een uitgesproken verschil waarneembaar. 

'Geen enkele van de grote gerandomiseerde initiële studies van de bedrijven keek naar sekseverschillen bij de bijwerkingen', vertelt Chahinda Ghossein-Doha, onderzoeker en cardioloog in opleiding aan het Maastricht UMC+.

'Van onderzoek tot eerstelijnszorg: het mannenlichaam wordt vaak als standaard genomen'

Bieke Purnelle, directeur van het Kenniscentrum voor gender, feminisme en gelijke kansen RoSa

'En dat terwijl de Wereldgezondheidsorganisatie na de Mexicaanse griepepidemie in 2010 had opgeroepen om daar in de toekomst rekening mee te houden.' Toen bleek dat met name jonge vrouwen met lagere dosissen ook voldoende beschermd zouden zijn geweest. Lagere dosissen impliceren minder bijwerkingen. Daarom is die uitspraak van de WHO vandaag bijzonder relevant.

De standaardmens

Het is een oud zeer dat de laatste jaren meer en meer aandacht krijgt: de genderdatakloof. Het omvat het gebrek aan kennis over het vrouwelijke lichaam en de daarmee samenhangende veronderstelling dat mannen- en vrouwenlichamen op een gelijke manier functioneren. 

Bieke Purnelle, directeur van het Kenniscentrum voor gender, feminisme en gelijke kansen RoSa, ziet dat de kloof zich op veel domeinen voordoet: 'Van onderzoeksvlak tot eerstelijnszorg: het mannenlichaam wordt vaak als standaard genomen.'

'De receptoren waarlangs het coronavirus het lichaam binnendringt, zijn geslachtshormoongevoelig'

Chahinda Ghossein-Doha, onderzoeken en cardioloog in opleiding aan UMC+ Maastricht

De verschillen tussen mannen- en vrouwenlichamen blijken nochtans pertinent, ook tijdens de coronapandemie. Ghossein-Doha: 'De receptoren waarlangs het coronavirus het lichaam binnendringt, zijn geslachtshormoongevoelig. Bovendien weten we al van vorige virale infecties dat de prognoses voor mannen en vrouwen anders zijn.'

In de ontwikkeling van de coronavaccins werden onderzoeksdata niet voldoende uitgesplitst. Ook de therapieën die aan het begin van de coronapandemie onderzocht werden, hadden op voorhand geen aandacht voor man-vrouwverschillen. De spoedeisendheid kan dat deels rechtvaardigen, maar toch meent Ghossein-Doha dat er een systematisch probleem aan ten grondslag ligt.

Een aparte specialisatie

'Vanuit de cardiologie is er de laatste jaren veel aandacht gekomen voor sekseverschillen, maar het lijkt alsof elk medisch vakgebied een eigen beweging nodig heeft alvorens ze volwaardig in rekening zullen worden genomen', vertelt Ghossein-Doha.

Kennis over het vrouwenlichaam vormt bijna een nieuwe medische specialisatie

Ook in de curricula is er de laatste vijf jaar meer aandacht voor gekomen, 'maar de onderzoekers die vandaag het wetenschappelijk klimaat bepalen hebben dat nooit meegekregen in hun opleiding.' De kennis is geconcentreerd bij onderzoekers die zich er specifiek op toeleggen, alsof die kennis een nieuwe medische specialisatie vormt.

Dat speelt niet enkel in de ontwikkeling van medicatie en vaccins, maar ook in het herkennen van ziektebeelden. Vrouwen met typisch mannelijke symptomen ontvangen zo sneller een correcte diagnose dan vrouwen met typisch vrouwelijke symptomen. Purnelle: 'Er bestaat ook een fenomeen waarbij bepaalde aandoeningen overgediagnosticeerd worden bij het geslacht waarbij men de aandoening verwacht, terwijl er sprake is van onderdiagnose bij het andere geslacht.' 

Maatwerk

In grote onderzoeken wordt gewoonlijk getest op grote populaties waarvan het gemiddelde resultaat dan moet aantonen of het vaccin of de medicatie werkt. 'Maar het is mogelijk dat het vaccin op bepaalde populaties amper werkt, of dat sommige populaties aan een lagere dosis genoeg zouden hebben', verduidelijkt Ghossein-Doha. Dat is nuttige informatie die in de huidige manier van werken verloren gaat. 

Vraag is hoe gespecialiseerd de zorg kan gaan. Purnelle is duidelijk: 'Er moet genoeg informatie verzameld worden over alle mogelijke patiënten. Uiteindelijk is kwaliteitszorg het doel, ook voor wie van het mannenlichaam afwijkt.' 

Ook Ghossein-Doha ziet mogelijkheden. 'Het is natuurlijk zeer wenselijk, maar nog steeds toekomstmuziek om te denken dat je voor iedereen individueel medicatie en vaccins kan ontwikkelen, maar over bepaalde factoren is geweten dat ze een grote invloed uitoefenen.' Die factoren zijn geslacht, etniciteit en leeftijd. 'Het zijn er uiteindelijk niet zoveel, maar ze zijn heel belangrijk om in rekening te nemen.'

Historische wortels

De genderdatakloof gaat terug op een eeuwenoude gewoonte om het mannenlichaam als het standaardlichaam te beschouwen. Maar ook vandaag sieren steevast mannenlichamen anatomieboeken om de mens in het algemeen af te beelden.

'Je kan natuurlijk geen kennis vergaren als je er geen onderzoek naar doet'

Bieke Purnelle, directeur van het Kenniscentrum voor gender, feminisme en gelijke kansen RoSa

Die erfenis houdt zichzelf op een manier ook in stand: het gebrek aan kennis over het vrouwenlichaam maakt het moeilijk om er rekening mee te houden. 'En je kan natuurlijk geen kennis vergaren als je er geen onderzoek naar doet', vertelt Purnelle. 

Schoolvoorbeeld is de menstruele cyclus: die werkt zo verstorend in studies, dat ook dierproeven vaak enkel op mannelijke dieren worden uitgevoerd. Maar die menstruele cyclus is natuurlijk wel een realiteit, een reden om die verstorende werking net grondig te onderzoeken.