'Zolang we in goed geregelde steden leven, blijft de klimaatcrisis een abstract verhaal'

Wat we wel en niet mogen verwachten van de COP25

07 december 2019
Artikel
Auteur(s): Maria-Laura Martens
Daags voor de ingang van het Parijs-akkoord (2020-2050), valt de COP25 duidelijk op een cruciaal moment. Ook activisten willen niet langer wachten op oplossingen van bovenaf.

We zitten halverwege de 25ste COP, de klimaattop van de VN. Deze wordt officieel georganiseerd door Chili, maar vindt plaats in Madrid. De top ging van start op 2 december, slechts vier weken nadat president Piñera aankondigde dat Chili de COP25 niet zou huisvesten omwille van de aanhoudende protesten tegen sociale ongelijkheid. Daarom werd de COP voor de tweede maal verplaatst: vorig jaar trok de klimaatsceptische president Bolsonaro vlak na zijn aantreden het aanbod van Brazilië in om de COP25 te organiseren.

Dit leidt ertoe dat de klimaatconferentie voor de vierde keer op rij in Europa doorgaat, een lastige evolutie voor de organisatoren. Landen van de Global South waren historisch gezien ondervertegenwoordigd op de conferenties. Klimaatverandering treft deze landen niet alleen harder, ze zijn ook kwetsbaarder voor de impact ervan. De verandering van locatie creëerde logistieke problemen voor de geplande aanwezigen, die gedwongen werden op enkele weken tijd nieuwe vluchten en accommodatie te boeken of zelfs nog visa aan te vragen. Voor veel organisaties uit Latijns-Amerika werden de kosten te hoog en was deelnemen niet meer mogelijk. Dit is een verloren kans voor Latijns-Amerika, waar milieuorganisaties om aandacht strijden met andere urgente politieke en economische thema’s.

Annewiets Douma reisde samen met ‘Sail to the COP’, een groep van klimaatactivisten (waaronder ook Anuna De Wever), met zeilboot van Europa naar Latijns-Amerika. Zij reisde verder naar Chili en vertegenwoordigde Sail to the COP op lokale klimaatconferenties zoals SCAC (Sociedad Civil por la Acción Climática). Hier verenigen zich milieuorganisaties zoals Rios to Rivers. Dat is een samenwerking over rivieren heen uit de VS, Argentinië, Brazilië en Chili die strijdt voor toegang tot water en zich verzet tegen dam- en mijnbouw. 'Als we het over de klimaatcrisis hebben, dan blijft dat vaak abstract. CO2-concentraties en temperatuurstijgingen. Wanneer inheemse gemeenschappen verjaagd worden voor een dam dan praten ze over hun basisbehoeften, in het hier en nu. Dat al het water via vrachtwagens aangeleverd moet worden, dat hun kinderen zich nooit hebben kunnen douchen. Zij komen niet voor de klimaatcrisis op straat. Zij komen voor water op straat. Rios to Rivers doet zijn best om ook zulke lokale gemeenschappen te betrekken. Ze horen bij het project en gaan mee op uitwisseling tussen de verschillende riviergebieden.'

Ook in België lijkt de klimaatzaak abstract, zelfs wanneer die dichterbij is dan we zelf denken. Met zomerse hittegolven zijn we al vertrouwd, maar dat ons watertekort dat van Marokko evenaart, lijkt absurd in het 'druilerige' België. Het World Resources Institute meldde echter dat België wat waterschaarste betreft op een alarmerende 23ste plaats staat van 164 landen, vlak na Marokko. Vlaanderen scoort nog slechter en kampt als enige regio in West-Europa met ‘extreme waterschaarste’, de hoogste categorie. Dit kan je niet alleen attribueren aan onze hoge bevolkingsdichtheid - zo staat Nederland 50 plaatsen lager op de ranglijst - maar ligt onder andere aan ons hoge verbruik, onze landbouw en industrie. 'Zolang wij in onze goed geregelde steden leven, blijft de klimaatcrisis ook voor ons slechts een verhaal dat je wel of niet kan kiezen te geloven,' voegt Annewiets toe. 'Als we het altijd maar hebben over CO2-uitstoot dan hebben we het niet over de wortel van het probleem. We voelen ons niet meer verbonden met de natuur omdat we in een gecompartimentaliseerde wereld leven.'

Extinction Rebellion (XR) wil het klimaatdebat eveneens uitbreiden. 'De klimaatcrisis is slechts één van de zaken waar we tegen strijden. Om dit te doen, moet je het op holistische wijze aanpakken en het systeem veranderen dat achter onze fossiele brandstoffen maatschappij zit. Dat kunnen we niet binnen het huidig systeem van partijpolitiek. Daarom proberen we via acties van burgerlijke ongehoorzaamheid aandacht te vestigen op de thema’s en druk te zetten op regeringen en het economische systeem. Wanneer we een publieke ruimte blokkeren, word je gedwongen om ons in acht te nemen,' vertelt een vrijwilliger van XR Brussel.

Dat activisme staat in schril contrast met de financiële thema’s die de onderhandelingen van de VN-top domineren: de handel in emissierechten en carbon credits (het omstreden artikel 6 van het Parijs-akkoord). Landen als Brazilië, Rusland en Australië hopen op slecht omlijnde afspraken hierrond zodat ze onder andere hun oude emissierechten en carbon credits kunnen overhevelen en aan het akkoord kunnen voldoen zonder een CO2-reductie-beleid. Vanaf 1 januari 2020 treedt het Parijs-akkoord in werking; Madrid vormt de laatste kans om de bijbehorende spelregels vast te leggen en zodoende te voorkomen dat het akkoord door de kleine letters faalt in zijn opzet.

Nooit kwamen er meer en vaker mensen op straat voor het klimaat dan in 2019. De wetenschappelijke alarmbellen vanuit onder meer het IPCC en de WMO weerklinken luider dan ooit. De afgelopen tien jaar waren wereldwijd de warmste ooit gemeten. 2019 bracht gemiddeld meer bosbranden en tropische stormen. Het zeeniveau staat het hoogst sinds de start van de metingen en het zeewater is sindsdien 26 procent zuurder geworden. Bovendien nam de CO2-concentratie in de atmosfeer vorig jaar verder toe tot een nieuw record van 407,8 deeltjes per miljoen (ppm), wat 47 procent meer is dan voor het industriële tijdperk, becijferde de WMO.

'Als we nu niet snel maatregelen nemen om de klimaatopwarming af te remmen, gaan we naar een temperatuurstijging van meer dan 3 graden tegen het einde van de eeuw. Dat zal een nooit geziene impact hebben op het welzijn van de mens', zegt Petteri Taalas van de WMO. Dat we deze voorspellingen beter serieus nemen, bewijst een nieuwe studie van de Universiteit van California. Die vond dat 14 van de 17 klimaatmodellen - waarvan sommigen dateren van de jaren 70 -  voorspellingen deden die nauwelijks te onderscheiden zijn van de huidige realiteit.