RECENSIE OPERA ★★★☆☆
UUR KULTUUR bracht een wel heel moderne operaherwerking van Bluebeard's Castle
Op 24 mei 1918 ging in het Royal Hungarian Opera House in Boedapest de opera Bluebeard's Castle van Béla Bartók in première. 108 jaar later brengt Siebe Thijs een contemporele herwerking.
De 'wereldcreatie', zoals maker Thijs het zelf noemt, is een samenwerking met UUR KULTUUR van de KU Leuven en werd gespeeld in 30CC/Schouwburg. De cultuurdienst van de KU Leuven prees de voorstelling aan als 'een goede introductie tot de opera wereld'. De opera was inderdaad bijzonder toegankelijk.
Het stuk duurt minder dan een uur, waardoor zelfs de grootste TikTok-fanaat zijn aandacht erbij kan houden. Een halfdoorzichtig projectiescherm tussen het publiek en de muzikanten toont zowel de ondertiteling als sfeerbeelden.
Siebe Thijs herwerkte de originele opera tot een stuk voor vijftien muzikanten, getiteld sighs, breaths, whispers, moans. Daarnaast voegde hij een prelude toe, waardoor het zeer moeilijk was voor onervaren concertgangers om in het stuk te komen. In wat hij beschreef als een 'zuchtmotief' plukten drie muzikanten aan de snaren van hun violen terwijl ze luid... ja, zuchtten.
Opgelucht zuchten
Het publiek, bestaande uit studenten met hier en daar een ervaren operaganger op leeftijd, werd zichtbaar onrustig. Fluisterend werd gevraagd of men wel in de juiste zaal zat. Na een klein kwartier van deze moderniteit verlieten de muzikanten het podium, niet zonder enige moeite om de lampjes op hun pupiters uit te schakelen. Vervolgens verscheen het echte orkest – nu was het de beurt aan het publiek om opgelucht te zuchten.
Lise Bruyneel verzorgde een video-installatie die gedurende de opera samen met de ondertiteling werd geprojecteerd. Dat was deels een meerwaarde. De visuele effecten, zoals rondvliegende bloedspetters, vergrootten de betrokkenheid bij het verhaal en hielpen de aandacht van het publiek vast te houden. Soms bestonden de projecties echter minutenlang uit schokkerige beelden van de kunstenaar die door het Brusselse Justitiepaleis liep; denk aan de camera uit The Office met vergevorderde parkinson.
De beelden bewogen wild op een uitvergroot scherm. In combinatie met het verplichte stilzitten werden sommige toeschouwers zo misselijk dat ze met gesloten ogen uittestten of ze plots Hongaars begrepen.
Het verhaal zelf is boeiend en blijft voldoende vaart behouden. De jonge Judith verliet haar familie en verloofde zich met Hertog Blauwbaard om samen naar zijn kasteel te trekken. Daar eist ze dat hij haar alle kamers toont. Hoewel hij telkens weigert, blijft ze aandringen tot hij de deuren één voor één opent. Zo ontdekt Judith zeven kamers, waaronder een martelkamer, een wapenkamer en een kamer vol juwelen.
In elke ruimte vindt ze ook sporen van bloed. Ondanks haar groeiende angst en wanhoop blijft ze Blauwbaard volgen door zijn burcht. Uiteindelijk ontdekt ze zijn drie voormalige vrouwen: één van de dageraad, één van het middaguur en één van de avond. Blauwbaard maakt haar vervolgens duidelijk dat zij de vierde vrouw is: die van de nacht.
Bijzonder toegankelijk
Zowel de twee operazangers, Katrien Baerts en Thomas Bauer, als het orkest brachten de voorstelling op indrukwekkende wijze. Op hun gezichten was elke emotionele verschuiving af te lezen. Dat droeg zeker bij aan de authenticiteit, want het stuk focust vooral op de gevoelens en psychologische ontwikkeling van de twee protagonisten. Tegelijk blijft het verhaal eenvoudig genoeg om als publiek moeiteloos te volgen.
Met de nodige pilletjes tegen wagenziekte op zak en een beetje geduld tijdens de prelude was dit een uitstekende eerste opera. De korte speelduur, het interessante verhaal en de duidelijke ondertitels maken de voorstelling bijzonder toegankelijk. En toch is het ergens geruststellend om te ontdekken dat er in 1911 ook al delulu vrouwen waren die alle red flags in een man straal negeerden.
Heb je vragen of opmerkingen bij dit artikel? Stuur ze ons.