De academische opkomst van China

Chinese wetenschappers op de voorposten

08 november 2021
Analyse
Auteur(s): Tuur Bries
Het academische belang van China zit in de lift. Chinese universiteiten breiden uit en worden steeds kwaliteitsvoller. Positief nieuws of een bedreiging van de westerse dominantie?

Jaarlijks worden er ranglijsten opgesteld van ’s werelds beste universiteiten. Een vaak geciteerde lijst is de Times Higher Education World University rankings (THE-ranking). Chinese instituties nemen een steeds belangrijkere positie in binnen deze ranglijst.

Traditioneel domineren Amerikaanse en Europese universiteiten de THE-ranking. Een blik op de top tien van de lijst toont dat acht van de tien universiteiten uit de Verenigde Staten komen, de twee anderen zijn Oxford en Cambridge.

Stijging in de ranglijsten

Toch klimmen Chinese universiteiten gestaag naar de top van de ranglijst. In 2016 stonden er slechts twee Chinese universiteiten in de top 200, tegenwoordig zijn dat er tien. Daarnaast staan er ook twee universiteiten in de top twintig, terwijl in 2016 de hoogst aangeschreven Chinese universiteit op plaats 42 stond.

Ook in de gerenommeerde QS World University Rankings van 2022 staan vijf Chinese universiteiten in de top 50 en twee in de top 20. Dat terwijl in de ranking van 2019 er slechts drie waren in de top 50 en maar één in de top 20.

Op vlak van onderzoeks- en onderwijsreputatie scoren Chinese universiteiten minder goed dan westerse instituties

Times Higher Education wijst erop dat Amerikaanse universiteiten stagneren op de lijst en sommigen zelfs achteruit gaan. Dat doet vragen rijzen over de implicaties van deze verschuivingen voor het internationale academische landschap.

Er moet echter wel een kanttekening gemaakt worden bij de plaats van China in deze ranglijst. Times Higher Education houdt rekening met heel wat indicatoren om universiteiten een plaats toe te kennen. Het gaat dan om kwantitatieve gegevens betreffende onderwijs, onderzoek, citaties en institutioneel inkomen. Op die indicatoren scoort China heel goed.

Op vlak van onderzoeks- en onderwijsreputatie scoren Chinese universiteiten echter veel minder goed dan westerse instituties. Dat zijn indicatoren die zwaar doorwegen in de THE-ranking. 

Daarnaast scoren ze ook slechter op het aandeel internationale staf, internationaal co-auteurschap en internationale studenten. Dat zijn dus zaken waar Chinese onderzoeksinstellingen nog meer aandacht aan zouden kunnen besteden.

Uitbouw academisch landschap

Om die evolutie te verklaren moet er gekeken worden naar de bredere context. Professor Nicolas Standaert, hoofd van de onderzoeksgroep Sinologie aan de KU Leuven, benadrukt dat het Chinees hoger onderwijs de afgelopen dertig jaar in een staat van ontwikkeling verkeerde.

'Wanneer je kijkt naar de opleidingsgraad van dertig jaar geleden, dan zat China op het niveau van de minst ontwikkelde landen', stelt Standaert. 'Slechts drie procent van de leeftijdsgroep van twintigjarigen genoot toen van hoger onderwijs. In 2010 was dat reeds negentien procent, nu is dat meer dan veertig procent. Dat is een ongelofelijke vooruitgang die gepaard is gegaan met heel grote investeringen.'

De uitbouw van uitgebreid hoger onderwijs in China is dus een relatief recente ontwikkeling. Tegenwoordig begint die ontwikkeling steeds meer haar vruchten af te werpen. Er zijn verschillende manieren waarop China actief inzet op het uitbouwen van kwaliteitsvol hoger onderwijs.

Ten eerste zijn er enorme investeringen in onderwijs. Daarbij speelt het Double First Class University Plan een heel belangrijke rol in. Dat is een Chinees beleidsproject dat universiteiten van een hoge kwaliteitsklasse op wereldniveau moet uitbouwen.

De geselecteerde universiteiten krijgen extra fondsen om te investeren in onderwijs en onderzoek. Daarmee kunnen ze prestige opbouwen en de beste studenten aantrekken.

‘China heeft sinds twintig jaar veel geïnvesteerd om studenten met een beurs uit te sturen in de hoop dat ze terugkeren met hun opgedane kennis en ervaring’

Nicolas Standaert, hoofd onderzoeksgroep Sinologie KU Leuven

Daarnaast voerde China ook een actief beleid. 'China heeft sinds twintig jaar veel geïnvesteerd om studenten met een beurs uit te sturen in de hoop dat ze terugkeren met hun opgedane kennis en ervaring', stelt Standaert.

Bovendien onderscheidt het onderwijssysteem in China zich van het onze door het bestaan van een nationaal examen. Studenten die willen studeren in China kunnen op basis van hun quotering naar een topuniversiteit gaan. Zulke studenten worden dus geselecteerd op hun merite. En dat komt de onderwijskwaliteit ten goede.

Standaert vat het succes van het Chinese beleid samen. 'Door nationale investeringen, de betere selectie door hun examensysteem en door in te zetten op bepaalde criteria zoals het aantal publicaties is China een succesverhaal. Daarnaast wordt onderwijs positief ervaren binnen de Chinese cultuur: jongeren willen graag studeren en families willen daarin investeren.'

Van copy-paste tot innovator 

Wat de academische vooruitgang van China op internationaal niveau betekent, is een pertinente vraag. De uitbouw van een kenniseconomie heeft immers verregaande gevolgen op economisch en zelfs geopolitiek vlak.

'Vroeger werd China beschouwd als copy-paste cultuur, die tijd is al lang voorbij. Bij al wat elektronisch en digitaal is, staat China mee aan de leiding’

Nicolas Standaert, hoofd onderzoeksgroep Sinologie KU Leuven

Een diepere blik op de onderzoeksgebieden van Chinese universiteiten maakt duidelijk dat het zwaartepunt van het Chinese systeem vooral ligt bij STEM-opleidingen. Onderzoek wees uit dat meer dan vijftig procent van toegekende beurzen naar het gebied van STEM ging.

De voorkeur voor STEM-onderzoek in China heeft gevolgen voor het technologische succes van China. 'Gewoon al als je kijkt naar het toegenomen aantal patenten in China wordt de technologische innovatie duidelijk. Vroeger werd China beschouwd als copy-paste cultuur, die tijd is al lang voorbij. Bij al wat elektronisch en digitaal is, staat China mee aan de leiding', stelt Standaert.

Op economisch vlak voelen de technologische sectoren in de Verenigde Staten en Europa de hete adem van China in hun nek. Door het aandeel van de STEM-sectoren in het Chinees hoger onderwijs, lijkt het onwaarschijnlijk dat het belang van China op vlak van technologische innovatie snel zal dalen.

Academische impact

Ook voor de academische wereld heeft die ontwikkeling gevolgen. Het kan betekenen dat Chinese universiteiten in de toekomst een tegengewicht kunnen bieden aan westerse dominantie over de academische wereld.

Toch kan er ook een kritische bedenking gemaakt worden over de academische onafhankelijkheid in China. Zo zou er binnen China sprake zijn van politieke inmenging in het onderwijs. 

Onderzoekers aan de Universiteit Leiden stelden zich eerder al vragen over de samenwerking tussen Europese universiteiten met China. Maar dat hoeft niet per se te weerhouden dat er nog altijd kwaliteitsvol wetenschappelijk werk wordt geleverd.

Voor het Westen zijn de gevolgen ook voornamelijk positief, aldus Standaert. 'We plukken in de eerste plaats de positieve gevolgen van de academische vooruitgang. Als je kijkt hoeveel Chinese studenten hier studeren, dan is dat een groot voordeel dat deze studenten kwaliteitsvol onderwijs hebben genoten.'

Daarnaast zijn er ook zaken die we kunnen leren van het Chinese academische landschap. Zo verwijst Standaert naar het bestaan van een gemeenschappelijke publicatiedatabank (China National Knowledge Infrastructure (CNKI)) voor onderzoek tussen universiteiten, waarin meer dan 8.500 Chinese tijdschriften, 470.000 doctoraten en vier miljoen masterthesissen zijn opgenomen. Een dergelijke bundeling van kennis is een groot voordeel voor instellingen.

'De academische vooruitgang van China kan vooral beschouwd worden als een uitbreiding van de wetenschappelijke gemeenschap. Dat is enkel ten voordele van onderzoek en wetenschap', concludeert Standaert.