DE LEGENDE PHILIP DUTRÉ

Philip Dutré: 'Ik wou al professor worden sinds ik acht jaar was'

Informaticastudenten kennen hem als de legendarische prof die hen ooit hun eerste sorteeralgoritme aanleerde. Anderen kennen hem als die ene prof op Reddit.  Philip Dutré schopt het met zijn unieke kijk op onderwijs tot levende legende.

Gepubliceerd
Leestijd: 7 min

De Legende >

Er komt een moment waarop je reputatie zich gestaag en genadeloos verspreidt en zich aan je vast­beitelt. Dat is het moment waarop je een legende wordt. In deze reeks voelen we verschil­lende befaamde professoren aan de tand. Wie zijn ze? Wat doen ze? En wat drijft hen? Lees hier alle afleveringen terug.

Verschillende onderscheidingen, posters van conferenties, een kleurenpalet, de raket van Kuifje en heel veel foto's. Allemaal vullen ze de muur van het kantoor van Philip Dutré, professor in de Computerweten­schappen. 'Dat moet ooit allemaal in de vuilbak als ik met emeritaat ga', vertelt hij ons terwijl onze ogen ronddwalen.

De meermaals bekroonde professor laat bachelorstudenten in de Informatica voor de eerste keer kennismaken met complexe algoritmen. In de master geeft hij zijn brede kennis in computer graphics mee. Die vakken zitten steevast ijzersterk in elkaar, iets waar Dutré al meermaals voor bekroond werd door studentenkringen.

'Een paar jaar geleden heb ik heel bewust de keuze gemaakt om me in het laatste kwart van mijn academische carrière volledig op onderwijs te gooien', vertelt hij ons. Een dappere keuze in een universitair klimaat dat steeds meer de focus legt op de resultaten van onderzoek, maar desondanks een keuze waar elke student baat bij heeft.

Waarom koos u voor de discipline Computerwetenschappen?
Philip Dutré: 'Het stond al wel langer op mijn agenda om burgerlijk ingenieur te gaan studeren. Dat was eigenlijk gewoon omdat ik in een wiskundig sterke richting zat en dat wel goed ging. Daarom zei iedereen in mijn omgeving me: "Jij moet zeker burgerlijk gaan doen".'

'De keuze voor de specialisatie in Computer­wetenschappen heeft een andere reden. Ik ben van 1966, dus in de jaren tachtig was ik een tiener. Dat was echt de periode waarin de eerste hobbycomputers opkwamen: de Commodore 64, de Spectrum of de Amiga. Allemaal computers van lang vervlogen tijden.'

Hoe kijkt u terug op uw studententijd?
'Ik vond mijn studies echt heel leuk. Het is niet zo dat ik een excellente student was. Ik behoorde niet tot de absolute top. Maar dat betekent niet dat ik niet hard werkte: ik hield al het werk doorheen het semester grondig bij en in de eerste twee jaren ging ik naar alle lessen.'

'In de tweede helft van mijn studenten­periode ben ik me meer en meer gaan engageren voor verschillende studenten­organisaties. Tijdens mijn laatste jaar zat ik dan ook in het praesidium van VTK en verbleef ik in een studentenkot van de vereniging. Dat waren nog pre-internet­tijden. Ik heb daar geen heimwee naar, wel een nostalgisch gevoel.'

Zou u zo'n studentenengagenment aan iedereen aanraden?
'Zeker. Of dat nu in een studentenkring is, een sportvereniging, of een vrijwilligers­vereniging, dat maakt niet uit. Aan de universiteit wordt er heel vaak gezegd: "We moeten studenten soft skills aanleren". In de context van burgerlijk ingenieur gaat het dan vaak over dingen als vergadertechnieken en werken in team.'

'Ik vind dat de universiteit daar eigenlijk maar een heel beperkte mogelijkheid toe kan geven. Om echt te leren samenwerken, moet je je wel in een vereniging engageren. Ik heb er ook geen spijt van dat ik dat gedaan heb. Achteraf gezien heeft dat mij doen openbloeien.'

Hoe bent u vervolgens in uw doctoraat verzeild geraakt?
'Ik heb daar echt wel achter zitten jagen toen. Ik wou al professor worden sinds ik acht jaar was. Toen heb ik ooit een opstelletje moeten maken in de lagere school over mijn toekomstwensen, en wens één was: ik wil professor worden. Mijn vader was professor, en kinderen worden vaak geïnspireerd door het beroep van hun ouders. Bij mij is dat blijven hangen.'

'Toen mijn masterproef op zijn einde liep, stapte ik naar mijn promotor en zei: "Ik wil onderzoek in computer graphics doen". Er was toen niemand die dat deed, dus ik heb computer graphics kunnen opstarten op het departement. Van het één is het ander gekomen.'

'Zo'n basisvak uitleggen aan eerstejaarsstudenten, daar kan je als didacticus ook wel je ei in kwijt.'

'Voor elke prof die op pensioen gaat of stopt, is er een positie die vrijkomt. Maar statis­tisch gezien wil dat zeggen dat van alle doctoraatsstudenten die een prof ooit gehad heeft, er maar één iemand het tot nieuwe prof kan schoppen. En dat schept soms wel valse verwachtingen bij veel beginnende doctoraatsstudenten.'

'Misschien ben ik daarom voorstander om meer proffen te hebben. Ook omdat ik denk dat we misschien te veel doctoraats­studenten hebben. Daar is op zich niets mis mee, maar ik heb de indruk dat het niet altijd ondersteund wordt door significant en zinvol onderzoek.'

De meeste studenten kennen u als docent van het vak Gegevensstructuren en Algoritmen. Vindt u het nog altijd leuk om daar alle sorteeralgoritmes uit te leggen?
'Absoluut. Ik blijf dat plezant vinden. Intellectueel gezien is dat vanuit mijn standpunt bekeken geen rocket science. Uiteindelijk zijn dat supereenvoudige algoritmen. Bij dat vak gaat het ook niet altijd precies over hoe dat algoritme precies werkt, maar wel over hoe je erover moet nadenken en hoe je het kan analyseren.'

'Zo'n basisvak uitleggen aan eerstejaars­studenten, daar kan je als didacticus ook wel je ei in kwijt. In een mastervak daarentegen, daar moet je niet met alle didactische truken van de foor afkomen. Dan is het echt gewoon een discussie met studenten die al vier, vijf jaar allerlei kennis hebben. Dus dat pak je op een heel andere manier aan.'

Uw expertise ligt in het domein van computer graphics. Hoe bent u daarbij terechtgekomen?
'Ik ben altijd wel geïnteresseerd geweest in grafische technieken. Een van mijn jongens­dromen was om ooit architect te worden. Maar toen de computer opkwam, werd dat plan snel in de ijskast gestoken. Mijn broer is dan maar architect geworden. (lacht)'

'Dingen grafisch voorstellen, tekenen, dat had een geweldige aantrekkingskracht op mij. Daarbovenop, toen ik student was, waren nog veel onderdelen binnen de informatica onontgonnen terrein.' 

'Een universiteit is een onderzoeks­gedreven onderwijs­instelling, geen onderwijs­gedreven onderzoeksinstelling'

'Ik vind computer graphics nog altijd een heel leuke discipline, omdat het natuurlijk aan de ene kant heel wiskundig en algoritmisch is. Als wiskundenerd die computergames speelt is dat natuurlijk al fantastisch. Maar aan de andere kant zit er ook altijd zo'n artistieke component in.'

'Dus op conferenties kom je ook heel vaak artistieke mensen tegen, zoals grafische kunstenaars, die dan al die technologieën gebruiken. Dat heb ik altijd heel verrijkend gevonden. Dat artistieke komt dan wel weer minder aan bod in mijn vakken, omdat het ingenieursvakken blijven, maar ik geef toch altijd enkele raakpunten mee. Het is dan aan de student zelf om die verder te exploreren.'

'Ik ben daar ook niet naïef in: de meeste studenten gaan gewoon dat stukje dat ze moeten kennen voor het examen blokken. Maar het is voor die vijf tot tien procent die heel geïnteresseerd zijn in je vak, dat je die bredere visie moet meegeven.'

Ligt volgens u de focus binnen de academische wereld te veel op resultaten van onderzoek en te weinig op resultaten van onderwijs?
'Persoonlijk vind ik van wel. Maar dat is altijd een heel genuanceerd verhaal. Als je kijkt naar hoe professoren beoordeeld worden, dan zie ik wel dat onderzoek een sterk gewicht heeft. Daar moeten we niet flauw over doen.'

'Ik ken collega's die heel sterk op onderzoek gefocust zijn. Zij zullen waarschijnlijk vinden dat er nooit genoeg gewicht op onderzoek kan liggen. Maar aan de andere kant: onderwijs is onze bestaansreden als universiteit. Daar hebben we een monopolie op. Dat kan niemand ons afpakken, voorlopig toch niet.' 

'Persoonlijk denk ik dat er soms te veel onderzoek aan de universiteit gebeurt. Ik zou liever hebben dat we wat meer tijd zouden hebben voor het onderwijs. Een universiteit is nog altijd een onderzoeks­gedreven onderwijsinstelling, geen onderwijsgedreven onderzoeksinstelling. Dat is niet hetzelfde.' 

Die passie voor onderwijsbeleid leverde u al meerdere gouden krijtjes voor beste cursus op. Kunnen andere proffen iets leren van u over onderwijs?
'Dat vind ik moeilijk. Ik kan alleen maar vertellen hoe ik het altijd aanpak. Ik heb zelf altijd heel veel gekeken naar hoe andere professoren lesgeven binnen en buiten de KU Leuven. Daarbovenop kijk ik naar hoe ik als student graag onderwijs zou krijgen. Als ik nu vandaag student zou zijn, wat zou me dan aanspreken?'

'Zo ontwikkelde ik een aantal kernprincipes. Eén van die principes is dat je voldoende afwisseling moet hebben in je werkvormen en onderwerpen. Als je een les hebt van twee uur, wil dat zeggen dat je om de tien of vijftien minuten een afgesloten onderwerp moet hebben. Daar gooi je dan een andere soort van werkvorm tussen: een videootje, een demo, een historische anekdote, zodanig dat je alle studenten mee hebt.'

'Ik kan niet goed tegen de trend van te veel handjes vasthouden'

'Want dat zijn natuurlijk, wat ik dan noem, "de knepen van het vak". In die zin vind ik het belangrijk dat je als prof mee bent met de technologie van onderwijs. Toen ik student was, was de technologie het krijtbord. Transparanten (projectietechniek, red.), dat was toen de upcoming technologie.' 

U wil een shift van quotering naar feedback. Zijn we in het onderwijs te veel bezig met quoteringen?
'Ja, absoluut. Het is natuurlijk een oude discussie aan de KU Leuven. Een semester is grosso modo twintig weken, daarvan zijn dertien weken les. Dan hebben we nog eens zes of zeven weken blokperiode, examen­periode en quotering. En dan in augustus, ook nog eens een week of drie, vier, vijf misschien, afhankelijk van hoe je telt.'

'Ik vind dat eigenlijk gewoon veel te veel. En dan tijdens het semester nog eens allerlei werkjes en opdrachten. Door er heel veel over te lezen, ben ik door de jaren heen meer en meer voorstander geworden van het semester maximaal te gebruiken om studenten te laten studeren. Een deftig examen op het einde zou voldoende moeten zijn voor de meeste vakken.'

'Ik kan niet goed tegen de trend van te veel handjes vasthouden. Misschien is het de ouderdom, maar ik vind wel dat we in de loop der jaren wel iets te veel zijn opgeschoven naar het micromanagen van het studieproces van studenten. Als ik daar zo wat tegengas kan geven, dan is dat mooi meegenomen.'

U bent actief aanwezig op sociale media. Studenten die geen les van u krijgen, komen u wellicht weleens tegen op Bluesky of Reddit. Vanwaar die aanwezigheid?
'Ja, dat gebeurt weleens. (lacht) Toen ik doctoraatsstudent was in de jaren negentig, begon het internet net op te komen. Er waren toen ook al allerlei discussieforums: de voorgangers van de Reddits, de Bluesky's en de TikToks van vandaag. En ik ben er altijd wel actief op geweest. '

'Ik vind het wel leuk om met mensen te discussiëren. Af en toe engageer ik me wel eens in politieke discussies online. Maar door de jaren heen ben ik dat minder en minder gaan doen. Dat kunnen rabbit holes en gigantische time sinks zijn. Dat gaat gewoon niet meer. Ik zie het voornamelijk als een soort van persoonlijk engagement.'

'Toen ik doctoraatsstudent was in de jaren 90, begon het internet net op te komen.'

'Ik ben ook heel lang actief geweest op Twitter. Ik vind dat je dat vandaag niet meer kan maken door Elon Musk en de huidige politieke context. Maar ja, binnen vijf jaar zijn dingen zoals Bluesky ook weer outdated. Of zijn er weer nieuwe tools.'

Gaat u dan de overstap maken naar TikTok?
'Nee. (lacht) Ik denk niet dat ik daar nog het doelpubliek voor ben. Ik hecht er ook niet zo gigantisch veel belang aan, aan zo'n online aanwezigheid. Maar het is wel leuk natuurlijk.'

Heb je vragen of opmerkingen bij dit artikel? Stuur ze ons.

Powered by Labrador CMS