ANALYSE KUNSTENONDERWIJS

Kunstenonderwijs wordt fors duurder voor de niet-Europese student: 'Het is uit pure noodzaak'

Wie volgend academiejaar aan een Vlaamse School of Arts een opleiding wil beginnen, maar van buiten Europa komt, zal diep in de buidel moeten tasten. 'Met Frankrijk en Duitsland wordt het heel moeilijk concurreren', zegt fluitdocent Toon Fret.

Gepubliceerd
Leestijd: 4 min

Ook ver buiten de Europese grenzen zijn mensen bekend met de modeopleidingen aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen. Die academie trekt dan ook jaarlijks veel studenten van buiten de Europese Economische Ruimte (EER) aan. Waar die studenten tot dit jaar in de voetsporen van de Antwerpse Zes konden treden voor minder dan 9000 euro, zal hen dat het komende academiejaar 25.000 euro kosten.

De andere kunstopleidingen in Vlaanderen zitten in hetzelfde schuitje. De prijs van muziekopleidingen aan LUCA stijgt van ongeveer 8000 euro, naar bijna 10.000 euro. De prijzen aan het Conservatorium van Brussel gaan naar 17.500 euro. Zelfs het relatief goedkopere KASK in Gent ziet zijn inschrijvingsgeld van minder dan 3500 euro stijgen tot 8800 euro.

De oorzaak? Een maatregel die al sinds 2008 in de wetgeving rond het hoger onderwijs geschreven stond, maar nooit gefinaliseerd werd. Slechts twee procent van de studentenpopulatie aan een hogeronderwijsinstelling zou van buiten de EER mogen komen. Anders verliest de instelling haar financiering voor alle niet-EER-studenten boven die grens.

Enveloppe

In 2024 werd de regel opnieuw in het Vlaamse regeerakkoord opgenomen. 'In het kader van het nieuw financieringsmodel wordt de financiering van nieuwe studenten buiten de EER beperkt tot 2% per hogeronderwijsinstelling', klonk het toen. In december van vorig jaar volgde al een nieuw decreet. De kunsthogescholen schrokken zich toen een hoedje: in plaats van per instelling, wordt de tweeprocentregel nu per instelling én enveloppe berekend. 

'We zijn gigantisch hard in snelheid gepakt', zegt Pascal Desimpelaere, diensthoofd Studentenaangelegenheden van het Gentse conservatorium en KASK. Beide scholen behoren tot de HOGENT, maar omdat er binnen hogescholen aparte financieringenveloppes gelden voor de kunstopleidingen, zijn juist zij de dupe van de nieuwe regel. 

Want daar wringt het schoentje voor de conservatoria en andere Schools of Arts: hun buitenlands prestige is zeer hoog – en hun aandeel niet-EER-studenten ook. 'Geen enkele muziekstudent houdt zich aan grenzen. Er bestaat geen taalbarrière in de muziek', zegt Toon Fret, fluitdocent aan LUCA.

'Niet-EER-studenten hebben een andere culturele inbreng, en die diversiteit voedt de opleidingen'

Veerle Van der Sluys, algemeen directeur LUCA

Alle kunstinstellingen in Vlaanderen hebben meer dan 2% aan studenten van buiten de EER. Aan LUCA is dat percentage het laagst met 3,3%, maar aan de kunstinstellingen verbonden aan de AP Hogeschool klom dat percentage reeds tot 18,8%. 'Ons onderwijs is nu voor niet-EER-landen, maar ook andere Europese landen, enorm aantrekkelijk, alleen al vanwege de kostprijs', zegt Vlaams Parlementslid Brecht Warnez (cd&v).

Daarom vindt Warnez de nieuwe regels rond financiering van die studenten niet helemaal onterecht: 'Hoewel het hoger onderwijs versterkt wordt door de internationalisering, is het wel altijd in eerste plaats de bedoeling om onze Vlaamse studenten een plek te geven.'

Nu de financiering voor alle studenten boven de grens van 2% zou wegvallen, trekken ze hun inschrijvingsgelden fel op. En die nieuwe prijzen zijn niet min: waar een Vietnamees, Boliviaan of Algerijn aan het Antwerpse conservatorium of Koninklijke Academie voor Schone Kunsten dit academiejaar 8632 euro neerlegde, zal een nieuwe niet-EER-student 25.000 euro moeten betalen. Dat is een stijging van maar liefst 200%. 

Diversiteit en prestige

'We kunnen niet anders dan het wegvallen van de subsidies doorrekenen naar de studenten', vertelt Karolien Loriers van AP Hogeschool Antwerpen, waaraan de twee instellingen verbonden zijn. 'Dat is niet uit vrije keuze, maar uit pure noodzaak.'

De hogescholen maken zich sterk: dit gaat niet in tegen hun internationale ambities. 'We willen niet de volledige stijging naar de studenten doorrekenen. Daarom blijven we een deel van het inschrijvingsgeld bijschieten', zegt Desimpelaere. De eigenlijke kosten van de opleiding liggen namelijk nog veel hoger. 'Dat is een inhoudelijke keuze, omdat we vinden dat die groep studenten een grote meerwaarde biedt aan de school.'

Die redenering komt bij veel kunsthogescholen terug: de studenten hebben een grote bijdrage aan het creëren van een divers onderwijslandschap. Dat willen ze behouden. 'Niet-EER-studenten hebben een andere culturele inbreng, en die diversiteit voedt de opleidingen', vertelt Veerle Van der Sluys, algemeen directeur van LUCA.

'We bieden wel goed onderwijs, maar op deze manier gaan we er niet geraken'

Toon Fret, fluitdocent LUCA

'Als die studenten terug in hun eigen land, of in de rest van de wereld muziek gaan spelen met onze diploma's, dan heeft dat hetzelfde prestigieuze effect als wanneer we met onze orkesten naar daar gaan', zegt Fret. 'LUCA en andere Schools of Arts hebben duidelijk de ambitie uitgesproken om internationaal ingesteld te zijn. Dit gaat daar regelrecht tegenin.'

De verhoging van de inschrijvingsgelden kan een verschuiving in de studentenpopulatie veroorzaken. En nefast zijn voor de internationale aspiraties van de kunsthogescholen. 'Je merkt dat er een groot verschil is in financiële daadkracht tussen de studenten', aldus Desimpelaere. 'Je kan een maandloon uit Venezuela niet vergelijken met dat van een middenklasser uit China', verduidelijkt Fret. Daardoor dreigen vooral welgestelde studenten uit rijkere landen hun weg te vinden naar de Vlaamse kunstscholen.

Volgens Van der Sluys zullen studenten ook hogere verwachtingen hebben voor de Vlaamse kunstscholen. 'Internationale studenten vinden het vaak jammer dat onze campussen niet 24/7 open zijn. Je kunt namelijk niet overal zomaar je instrument beoefenen. Binnen LUCA hebben we op dat vlak nog veel werk aan de winkel', zegt Van der Sluys.

Concurrentie

De verhoging van het inschrijvingsgeld maakt ook dat de opleidingen in Vlaanderen steeds duurder worden in vergelijking met de opleidingen in sommige buurlanden. 'We zitten een beetje klem. Met Frankrijk en Duitsland is het heel moeilijk concurreren', zegt Fret. 'We bieden wel goed onderwijs, maar op deze manier gaan we er niet geraken.'

Hij heeft al weet van twee studenten die afgeschrikt worden door het hogere inschrijvingsgeld. Eén student staakt de opleiding, een andere start niet aan LUCA. Beide vinden ondertussen hun weg naar het kunstonderwijs in Bergen en Luik.

De impact van de prijsstijgingen is dus moeilijk voorspelbaar. Omdat de huidige studenten wel aan een verlaagd tarief kunnen blijven studeren, is vooral de instroom naar volgend jaar toe af te wachten. 'Voorlopig zien we geen daling bij de inschrijving voor onze toelatingsproeven', zegt Desimpelaere.

Dat alles maakt dat de instelling het gissen heeft naar hoe groot de financiële domper nu echt zal zijn. Als resultaat daarvan liggen de studiegelden verder uit elkaar dan ooit tevoren. 'Ik denk dat alle Schools of Arts het vervelend vinden dat we met verschillende gelden zitten', verduidelijkt Desimpelaere. 'Het interessantste zou natuurlijk zijn dat we allemaal hetzelfde inschrijvingsgeld hebben.'

Heb je vragen of opmerkingen bij dit artikel? Stuur ze ons.

Powered by Labrador CMS