SPLINTER FILOSOFIE
Wie Nietzsche citeert, heeft nog geen gelijk
Links en rechts worden filosofen geciteerd om indruk te maken. Doodvervelend, vindt Noah Put. 'Wie citeert of parafraseert, moet kunnen uitleggen waarom een gedachte overtuigt zonder zich achter de naam van de auteur te verschuilen.'
In krantenartikels, nieuwsprogramma's en politieke toespraken vliegen citaten van filosofen ons om de oren. Wie zijn belezenheid etaleert volgens de formule 'was het niet … die ooit zei …', krijgt de zaal vaak in stille vervoering. De discussie lijkt dan plots beslecht. Onterecht. Wie in het wilde weg citeert en parafraseert moet kunnen verantwoorden waarom die gedachte steekhoudt.
Was het niet Nietzsche die ooit zei: 'Als je een kakkerlak doodt, ben je een held; als je een vlinder doodt, ben je kwaadaardig. Moraliteit heeft esthetische criteria.'? Dat klopt: het was inderdaad niet Nietzsche. Het citaat stamt uit een tweet uit 2012, maar zou vermoedelijk nooit zoveel weerklank hebben gekregen zonder de valse toeschrijving aan dé filosofische autoriteit van vertwijfelde tieners (mezelf destijds inbegrepen). Zo blijkt weer: vaak weegt de naam zwaarder dan de inhoud.
Aha-erlebnis
Tegelijk zit er wel iets in. Zoals moraliteit volgens dat citaat esthetische criteria zou hebben, geldt dat ook voor geloofwaardigheid: een mooi geformuleerd idee voelt overtuigend. De schoonheid die we bij een aha-erlebnis ervaren, verwarren we al snel met waarheid. Daarom zijn filosofische citaten zo verleidelijk. Veel publieke intellectuelen gebruiken ze als stijlfiguur, in plaats van als een vertrekpunt voor kritische reflectie.
Neem Dirk De Wachter, die in De Afspraak Heideggers begrip 'Dasein' liet vallen zonder noemenswaardige toelichting. Hij gebruikte filosofisch jargon als een elegant rookgordijn: hoe abstracter de taal, hoe minder iemand zich nog geroepen voelt om erop door te vragen. De indruk van diepgang volstond om het publiek aan zijn lippen te laten hangen.
Nog treffender was de rectorale rede van Petra De Sutter, waarin de vermeende 'citaten' van Einstein en filosoof Hans Jonas AI-fabricaties bleken. Als De Sutter de citaten van inhoudelijk belang had gevonden, had hun authenticiteit ertoe gedaan. Door zich vervolgens op de autoriteit van die namen te beroepen was de cirkel rond, en kon ze haar eigen standpunten meer gewicht geven.
Als die ene vriend op café met spinozistisch jargon zit te goochelen, kan je ervan op aan dat hij even weinig over het onderwerp weet als jij
Van cafégesprekken tot debatten in nieuwsprogramma's: voor velen staat de autoriteit van een historisch genie bijna op gelijke voet met experimentele data uit wetenschappelijk onderzoek. Maar in feite is een filosofisch citaat een retorische placebo: het klinkt als een argument zonder er één te zijn. Het is hoogstens een uitnodiging daartoe.
Filosofie leent zich helaas goed tot wollige argumentatie. Ze probeert dingen te benoemen waarvoor soms nog geen uitdrukkingen bestaan. Jargon is dus nodig, maar vaak ook heel rekbaar. Wie opzettelijk context achterwege laat, kan er makkelijk tegelijk alles en niets mee zeggen.
Begrijp me niet verkeerd: ik studeer filosofie, maar ben geen pretentieuze purist. Filosofie mag geen ivoren toren zijn. Ook ik schreef al artikels over filosofie en gebruikte zelfs eens een filosofisch citaat als aanzet van een opiniestuk. Maar net daarin zit de angel. Een filosofisch citaat moet het begin zijn van een discussie, niet het besluit. De Filosofie is geen bundel van aforismen die je naar wens kan inzetten als overredingstechniek.
Verantwoord u!
Het is gezond om ervan uit te gaan dat uiteindelijk iedere filosoof ook maar wat zei. Hoe briljant ook, geen enkele denker had een bevoorrechte toegang tot de werkelijkheid. Ze spreken elkaar én zichzelf voortdurend tegen. Voor elk standpunt bestaat dus wel een filosoof die het ondersteunt. Het komt er dus op aan om redenen te vinden waarom een citaat overtuigt, en niet een citaat te zoeken dat jouw overtuiging bevestigt.
Wie citeert of parafraseert, moet kunnen uitleggen waarom een gedachte overtuigt zonder zich achter de autoriteit van een auteur te verschuilen. Als die ene vriend op café tot vervelens toe met spinozistisch jargon zit te goochelen, maar weigert het helder uit te leggen, kan je ervan op aan dat hij even weinig over het onderwerp weet als jij.
Wees dus niet bang om in te gaan tegen sprekers die langs hun neus weg filosofen aanhalen. Het is net de bedoeling dat zij zich verantwoorden voor het gebruik ervan. Moeten we voortaan gewoon zwijgen zodra iemand een filosoof citeert? Zoals Nietzsche waarschijnlijk ooit zei: 'Nein.'
Noah Put is redacteur Opinie en student Wijsbegeerte aan de KU Leuven.