IJkingsproeven verdringen studenten met handicap

Significant minder studenten met handicap starten lerarenopleiding na invoering instapproef

17 februari 2020
Artikel
Auteur(s): Daan Delespaul
Na de uitrol van de niet-bindende instapproef voor leraren, startten er beduidend minder studenten met een handicap aan de opleiding. Zulke proeven zouden nochtans de norm moeten worden in Vlaanderen.

Slechts zes studenten met een handicap begonnen in 2018 aan een opleiding tot leraar. Dat terwijl er het jaar voordien nog 46 studenten met datzelfde statuut aan zo'n opleiding begonnen. De scherpe daling wijst in één richting: de invoering van de niet-bindende ijkingsproef die in de tussentijd werd ingevoerd. 

De instapproef is geen 'harde' toelatingsproef, maar een niet-bindende test die beginnende studenten zou moeten helpen het niveau van hun te verkiezen studierichting beter in te schatten. Het gebruik van die ijkingsproeven ligt al een tijdje onder vuur. Hoewel de toetsen een goede voorspeller zijn voor het studiesucces van een student, zou het de verdere democratisering van het hoger onderwijs in de weg staan. 

Eerder wees een rapport van de VLIR (Vlaamse Interuniversitaire Raad, red.) al aan dat meisjes significant minder geneigd zijn te starten na een negatieve ijkingsproef. Datzelfde lijkt nu ook het geval te zijn voor studenten met een handicap. 

'Deze cijfers tonen alvast aan dat instapproeven een groot risico inhouden bepaalde groepen uit te sluiten van het hoger onderwijs', meent SP.A-fractieleider Hannelore Goeman, die de cijfers opvroeg bij Onderwijsminister Weyts. 'Er kan geen sprake zijn van een algemene invoering van niet-bindende toelatingsproeven zonder eerst een grondige evaluatie van de negatieve effecten van zo’n proef', aldus Goeman.

'Volgens deze cijfers houden instapproeven een groot risico in bepaalde groepen uit te sluiten'

Hannelore Goeman, Vlaams SP.A-fractieleider

De nieuwe Vlaamse regering verduidelijkte in haar regeerakkoord nochtans de ambitie om die proeven in te voeren voor heel wat meer opleidingen in het hoger onderwijs. Momenteel zijn ze enkel verplicht in de bachelor burgerlijk ingenieur(-architect) en de verschillende lerarenopleidingen. 

Minister Weyts erkent zelf de problematiek bij de lerarenopleiding, maar wenst 'voor alle doelgroepen in te zetten op een betere werving van potentiële studenten'. De minister hoopt via gerichte acties een diverser lerarenkorps aan te trekken, zonder aan de ijkingstoetsen zelf te sleutelen. 

Wel meer op Erasmus

Het kabinet van minister Weyts gaf eveneens cijfers vrij over de internationale mobiliteit van studenten met een beperking. De afgelopen jaren werd er fel ingezet op het faciliteren van een buitenlandse studieperiode voor studenten met een beperking, onder meer in het kader van het 'Brains on the Move'-actieplan. 

Over een periode van twee jaar verdubbelde die groep van 57 tot 117 studenten in het academiejaar 2017-2018. Een deel van die stijging kan wel verklaard worden door een algemene groei van het aantal Erasmusstudenten. De procentuele groei van deze groep (van 0,63% naar 0,75%) blijft daardoor miniem.