Jeroen Olyslaegers: 'De twintigste eeuw is verschrikkelijk overschat'

Navraag

14 december 2020
Interview
Auteur(s): Remo Verdickt , Wolf France
Met Wildevrouw brengt Jeroen Olyslaegers zijn tweede historische roman uit. Hij neemt ons mee naar het 16e-eeuwse Antwerpen. Onderweg komen we drugs, het klimaat en de liefde tegen. Een wilderit.

Wildevrouw volgt de lotgevallen van Beer, een herbergier en weduwenaar van drie vrouwen. Tijd om te rouwen heeft hij echter niet, want er is van alles op til in zijn thuisbasis Antwerpen. Aan de vooravond van de Beeldenstorm blijkt Beers herberg een ontmoetingsoord voor tal van historische figuren. Zo ook Pieter Bruegel de Oude, wiens mysterieuze schilderij De Dulle Griet een centrale rol in het verhaal speelt.

Jeroen Olyslaegers: 'Het boek is ontstaan door mijn fascinatie voor dat schilderij. De Dulle Griet trok me als kind al aan, al had ik toen de illusie dat ik het op een intuïtieve manier volledig begreep. Pas toen ik met dit boek bezig was, besefte ik dat ik als kind eigenlijk gewoon het raadsel aanvaardde en niets in vraag stelde. Plots vroeg ik me af hoe het mogelijk was dat Bruegel zo’n gruwelijk, apocalyptisch werk maakte in een nochtans bloeiende tijd.'

'Die Dulle Griet wil overduidelijk iets zeggen, maar we weten nog steeds niet wat. We projecteren er meestal algemene dingen op zoals krijgsgeweld, hebzucht en drankzucht. Maar toch vraag je je af of er halverwege de zestiende eeuw niet iets aan het gisten was. Het boek vormde zich als antwoord op een vraag vanuit het niet-weten. Ik wilde een teletijdmachine maken. Om zelf in die 16e eeuw te raken en hem als 'echt' te kunnen beschouwen, maar ook om die sensatie door te geven aan de lezer.'

Tegelijk opent het boek met het onheilspellende citaat: 'De wereld wil bedrogen worden.'
'Ik maakte die bedenking toen Trump verkozen werd. Je kan zoveel analyses maken als je wil over die overwinning, maar toch blijft hij voor mij zo overduidelijk een bedrieger. Waarom hebben mensen de behoefte om in zo iemand te geloven? Ik kwam tijdens mijn onderzoek uit op dat citaat van Sebastian Franck, een radicale denker uit de 16e eeuw. Zijn werk gaat vaak over paradoxen. Dit citaat is er maar een klein deeltje uit, maar fascineert me mateloos.'

'Wij leven in een samenleving waar we voortdurend een grote liefde uiten voor de waarheid. Zogezegd moeten we die verdedigen, zeker in tijden van fake news. Heimelijk houden we echter veel meer van de leugen, omdat die meestal veel geiler en sexyer is dan de waarheid. Je hebt dan wel de uitdrukking 'de naakte waarheid', maar we houden eigenlijk meer van de striptease van de leugen dan van de naakte waarheid.'

'We houden eigenlijk meer van de ​striptease ​van de leugen dan van de naakte waarheid'

'In de 16e eeuw zie je in de hele samenleving dat er geen centraal nieuwsorgaan is. Het was perfect mogelijk dat mensen meldden dat de Turken aan de poorten van de stad stonden, terwijl dat overduidelijk gewoon bullshit was. Er was geen correctie op die geruchten, dus werd er ook nauwelijks iets voor waar aangenomen. Daar zitten we nu ook, want er is een wantrouwen tegen elke vorm van mainstream media. Vandaag de dag zitten we weer in het schimmenrijk van het gerucht. Dat beschouwen wij als problematisch. In de 16e eeuw zag men dat anders: het was gewoon de realiteit.'

Wat in elk geval waar is: 'Wildevrouw' is net als 'Wil' een stuk toegankelijker dan uw vroegere werk. Een bewuste keuze?
'In de aanloop naar Wil kwam ik plots tot het besef dat ik al meer dan twintig jaar als schrijver de optie van commercieel succes gewoon had uitgeschakeld. Ik was er zelfs niet mee bezig. Dat was tegelijk een vrijheid en een gevangenis. Ik kon met van alles bezig zijn zonder me over een publiek zorgen te maken, zolang ik maar overleefde.'

'Opeens besefte ik dat de sleutel tot succes voor een beter publiek bij mezelf lag. Ik had voordien nooit de mogelijkheid toelaten dat ik voor een breed publiek kan schrijven. Met Wil deed ik dat wel. Ik had meteen het vermoeden dat het me zou kunnen lukken.'

'Er was maar één vriend die me vroeg: "Jeroen, je bent nu zo zelfzeker over Wil, nog voor de publicatie. Wat gebeurt er als je voorspelling niet uitkomt?" Ik antwoordde dat ik al wist naar welke therapeut ik dan moest gaan. Ik had een plan B voor mijn geestelijke evenwicht, want het zou een serieuze slag zijn geweest. Volgens mij is er één ding dat je als schrijver niet mag doen, en dat is bitter worden.'

'Bitterheid legt de verbeelding van een schrijver aan banden'

Zijn er niet veel auteurs die precies met bitterheid hun beste werk hebben gemaakt? 'Ja, maar ik zou daar zeker niet bij horen. Ik heb me psychisch altijd voor teleurstelling en bitterheid behoed. Dat heeft me kracht gegeven. Met Wil vond ik dat het tijd was om meer risico te nemen. Wanneer het succes dan kwam, was ik een stuk ouder. Nu lijkt het dat het een plan was, maar dat was helemaal niet zo. (lacht) Consequent gedrag is niets voor mij.'

'Ik besef dat ik nu hoog spel speel. Na Wil had ik makkelijk nog een WO II-roman kunnen schrijven. Maar in plaats daarvan ben ik nu met dit ambitieus werk op de proppen gekomen en ben ik vier jaar op een trip gegaan waarvan ik niet wist of die me zou lukken. Ik moet bij aanvang faalangst hebben, anders ben ik niet geïnteresseerd. Dit is het meest ambitieuze wat ik ooit heb gedaan.'

Wordt die faalangst bij elk nieuw succes dan ook groter? Wat als u hierna weer bij een kleiner publiek uitkomt? 'Dat weet ik in alle eerlijkheid niet. Ik vind de liefde van de lezer voor mijn werk fenomenaal en ben er zeer dankbaar voor. Ik zit al op Facebook sinds 2008. Het is het perfecte medium voor mij als auteur om te communiceren met mijn lezers: ik praat er over mijn werk en wat me bezig houdt. Zo begin ik een boek al te verkopen vanaf het eerste idee. Dan organiseer ik een kleine samenzwering rond mijn eigen verbeelding. Zo zijn de mensen die me volgen betrokken bij wat ik creëer, en ontstaat er een honger naar het uiteindelijke boek.'

'Die strategie heb ik altijd heel open gespeeld, waardoor de interactie tussen mij en mijn lezers vrij intens is. Wanneer ik bij het schrijven er dan even door zit, zeg ik dat ook en moedigen mensen me aan dat ze op het boek wachten. Mocht dat nu wegvallen, dan zou dat zowel een emotioneel als strategisch probleem zijn, want dat zou betekenen dat de investering van de afgelopen twaalf jaar nergens naartoe heeft geleid.'

'Je bent ook organisch verbonden met je boek; op emotioneel vlak is er heel weinig afstand. Goede recensies en verkoop pompen dat nog ongelooflijk op. Als ik dat niet meer zou hebben, dan moet ik naar de therapeut of op z’n minst mezelf psychisch herijken. Dat is de keerzijde van zulke dingen.'


Heb je bij deze historische romans geen vrees voor anachronismen?

'Die zijn onvermijdelijk. Ik vind persoonlijk dat er ook fouten in mogen blijven zitten. Het blijft een roman. Ook bij Wildevrouw gaan er waarschijnlijk een heleboel zaken historisch niet kloppen, ondanks het uitgebreide onderzoek. Soms kon ik niet anders om het verhaal te doen kloppen. Net zoals een tv-reeks moet ik de geschiedenis soms manipuleren, omdat je het nu eenmaal anders niet vertelt krijgt.'

'Wel vermelden we onze bronnen heel transparant op wildevrouw.be. En als historici mij met de vinger wijzen op historische fouten, bekijk ik steeds of het iets is dat ik zou willen aanpassen.'

'De verantwoordelijkheid die ik opneem, is persoonlijk. Ik heb geen academische verantwoordelijkheid en die zal ik ook nooit nemen. That kind of spoils the fun. Zo vond Stef, mijn bloedbroeder en vaste researcher, één klein detail in het boek bijvoorbeeld compleet ontoelaatbaar, maar het moest er voor mij echt in: drugs.'

Er wordt in één scène subtiel hennep gerookt.
'Inderdaad. De stadsarcheologen van Antwerpen vertelden ons dat ze in de Spaanse vesting schuimen pijpjes gevonden hadden, waarvan aardig wat uit de eerste helft van de 16e eeuw. Toen was tabak nog niet populair in Antwerpen, dus wat rookte men dan? Hennep natuurlijk!'

'Hints naar historisch druggebruik worden zeer moeilijk erkend in een samenleving die drugs criminaliseert, maar ondertussen wel gigantische hoeveelheden medicijnen slikt en van psychiaters dealers maakt. Ik wou subtiel die dubbelzinnigheid aankaarten. Nu ja, hier zeg ik het nadrukkelijk. (lacht)'

'Ik heb steeds meer het gevoel dat we in de 21ste eeuw nog zeer weinig weten over de invloed van geestverruimende middelen door de eeuwen heen. Het gebruik van drugs is iets wat mij enorm fascineert. Er zijn allerhande theorieën over, maar ik denk dat het echt integraal deel uitgemaakt moet hebben van elke tijd. Een roes hoort bij het leven.'

'Met een morele superioriteit naar het verleden kijken zorgt ervoor dat we eigenlijk niet goed kijken'

'Onze samenleving kampt met een gigantisch moreel superioriteitsgevoel. We denken dat we het beter hebben dan vroeger en alles beter weten. Brandstapels zijn inderdaad uit de mode, maar wij hebben andere vormen van geweld die we zonder enig probleem toelaten. En dat is hetgeen dat een romancier wél kan bewerken.'

Met welk doel dan?
'Om het blik open te trekken. Het is toch interessant om te weten waar we vandaan komen. Ik schrijf geen geschiedenisboeken, maar hoop wel dat jonge mensen met een gezonde historische interesse door dit boek bijvoorbeeld zelf de 16e eeuw willen onderzoeken.'

'De twintigste eeuw wordt volgens mij verschrikkelijk overschat. Het is net alsof het alleen daarover gaat. Na de wereldoorlogen, waar ik met Wil zelf toe heb bijgedragen, stopt het precies. Wat is er bijvoorbeeld in de 19e eeuw gebeurd? Daar weten mensen bijzonder weinig over. Toch is er een grote honger naar kennis over eerdere periodes; kijk maar naar het succes van De Bourgondiërs van Bart Van Loo.'

'Er is dus langs de ene kant een grote behoefte aan kennis van het verleden. Maar naast die nieuwsgierigheid denken mensen nog steeds dat we beter zijn. Daar probeer ik als romancier een antwoord op te bieden.'

'Literatuur heeft zo’n ongelooflijke invloed op ons gehad, het is letterlijk een geestverruimend middel. Maar je kan niet meten wat die invloed is. En in onze samenleving geldt: als iets niet kan worden gemeten, dan bestaat het niet.'

Ook jongeren lijken in deze crisissen, zowel rond corona als het klimaat, weer even niet te bestaan. U hielp Anuna De Wever en Kyra Gantois bij het schrijven van 'Wij Zijn Het Klimaat'. Merkte u bij hen een wantrouwen tegenover oudere generaties?
'Ik kan niet voor Anuna spreken, maar ik voel wel het wantrouwen en ze heeft daar 100% gelijk in. Kijk, de clash tussen generaties is er altijd geweest. Maar nu zitten we in extreme tijden en mijn generatie mag echt wel een toontje lager zingen, want jullie gaan de wereld moeten uitbouwen. Wij zijn eigenlijk al aan het uitbollen. Ik merk bij mezelf dat ik nog wel kritiek durf leveren, maar niet meer aan elke betoging meedoe. Je krijgt het gevoel dat het aan de jonge mensen is, maar ik zal hen zeker niet in de weg staan.'

'De coronacrisis maakt duidelijk dat we maar zo sterk zijn als de zwakste schakel'

'De zorg zou centraal moeten staan. In plaats daarvan gaat het nog altijd over het heil op individueel vlak, en zijn de zwakste schakels nu de mensen die vijf citytrips met een vliegtuig per jaar willen doen. We moeten die mensen duidelijk maken dat we ons allemaal moeten aanpassen, en dat ze niet moeten zeuren over hun 'vrijheden'. Dat zijn geen vrijheden maar verworven rechten, een groot verschil.'

'Met die zucht naar normaliteit halen we het niet. Met een aantal mensen moet een serieus gesprek worden gevoerd, en dat gaan de jongeren moeten doen. Niet ik, mijn krediet is uitgespeeld. Gebeurt dat niet, dan is het letterlijk naar de kloten. Toch vinden er nog altijd mensen het onnodig alarmerend wat ik zeg.'

De ontkenningsfase?
'Ja, jongeren moeten hun zeggen dat we nu een versnelling hoger moeten schakelen: "Jullie mogen jullie gevoelens hebben, maar move over want er moet nu iets gebeuren en jullie zijn onze toekomst compleet aan het verknallen. En je bent er nog eens arrogant over ook." Zij worden onrealistisch genoemd, terwijl het net de gevestigde orde is die niet realistisch is. Ik vind dat ambetant, als iemand van de vorige generatie. Wij hadden veel meer kunnen doen, maar dat is ons niet gelukt.'

'Wildevrouw' heeft nog een tweede openingscitaat, en wel een Bijbelvers.
'Dat vers betekent: als je zonder liefde spreekt, dan zeg je niets. Ik probeer echt met liefde te spreken. Ik zie mijn lezers oprecht graag, en eigenlijk ook de samenleving. Mijn eindeloze fascinatie voor de mens is gewoon liefde. En ik verberg dat ook niet langer, die liefde staat centraal. Ik laat ook haar tragische kant zien via het verhaal van Beer.'

'Er is een heel positief aspect aan liefde, maar het confronteert je als je ook de donkere kant ervan opzoekt en aanvaardt. Daarom staat dat citaat daarbij. Het is iets wat Beer drijft en hij nog te verwerven heeft.'

En misschien wij wel allemaal.