Kleinschalig, maar structureel racisme op Leuvense kotenmarkt

Dossier: Ahmad vindt moeilijker kot dan Willem-Jan

05 oktober 2020
Analyse
Auteur(s): Daan Delespaul
Kotbazen hanteren regelmatig racistische criteria bij de selectie van huurders, zo concludeert een onderzoek met praktijktesten van Veto. Het kotlabel blijkt daarmee niet resistent voor discriminatie.

'Ahmad' of 'Willem-Jan', een naam blijft een verschil uitmaken in maatschappelijke context. Veto stuurde onder de aliassen Ahmad Boulas en Willem-Jan Paridaens twintig mails naar dezelfde kotbazen, alternerend als eerste of tweede. Willem-Jan kreeg veertien antwoorden, Ahmad slechts elf.

Bovendien verschilde de inhoud van die antwoorden dan nog eens sterk op basis van de afzender. Ahmad kreeg meermaals te horen dat de kamers reeds verhuurd waren. Slechts vier keer kreeg hij effectief een uitnodiging tot bezichtiging. Daarbij vergeleken was Willem-Jan succesvoller: hij kreeg na zijn eerste mail elf uitnodigingen. 

Vooral dat tweede cijfer geeft een beeld van etnische discriminatie, meent Pieter-Paul Verhaeghe, socioloog aan de VUB en Vlaams expert in praktijktesten. 'Vaak zullen verhuurders wel formeel antwoorden, maar wimpelen ze een bezoek van een huurder met een migratieachtergrond af.' Ahmad krijgt zo meermaals te horen dat een kamer al verhuurd is, terwijl de advertentie wel nog dagen lang online blijft staan. 

'Bent u wel student?'

Bepaalde kotbazen steken hun voorkeuren ook niet onder stoelen of banken. Een verhuurder uit de Prelatenstraat liet aan Willem-Jan weten 'een rustige student te zoeken waarvan de ouders in België wonen.' Hoewel Ahmad haar later een mailtje in het Nederlands stuurde, kreeg hij nooit antwoord terug. 

'Het probleem is bewijs: je zal zelden een huisbaas direct horen zeggen dat hij je discrimineert'

Jogchum Vrielink, professor discriminatierecht (Université Saint-Louis)

Een huurder weigeren op basis van huidskleur, geslacht of zelfs taal kan in beginsel nochtans niet, vertelt Jogchum Vrielink, professor discriminatierecht aan de Université Saint-Louis. 'Het probleem is bewijs: je zal zelden een huisbaas direct horen zeggen dat hij je discrimineert. Je moet vaak zelf al een halve praktijktest gaan opzetten om een enigszins gestaafd vermoeden te krijgen van de eventueel discriminatoire reden voor die weigering.'

Ook Laura*, een studente van Afrikaanse origine, herkent zulke verdoken discriminatie: 'Mijn moeder en ik hadden afgesproken om een kot te bezichtigen. Hoewel de kotbazin wist dat we voor de deur wachtten, liep ze ons starend voorbij. Toen ze ons vlak daarna belde, leek ze verbaasd dat wij effectief degenen waren met wie ze een afspraak had gemaakt.'

Tijdens het effectieve bezoek aan het kot gaf de verhuurder nauwelijks info en hield ze Laura en haar moeder voortdurend in de gaten. 'Ze wilde ook absoluut weten of ik wel student was en bleef daarop doorvragen alsof ze me niet vertrouwde.' De verhuurder zou dan wel niets expliciet discriminerend gezegd hebben, maar 'door haar gedrag voelden we ons erg onwelkom'.

Kotlabel

Voorvallen zoals die van Laura bevatten onvoldoende bewijs voor een klacht. Net dat maakt de problematiek onzichtbaar voor beleidsmakers. 'Een van de klassieke oplossingen daarvoor zijn praktijktests. In steden waar dat werd ingevoerd, lijkt dat wel een verschil te maken', aldus Vrielink.

'We kennen het kotlabel toe aan huurders die studentvriendelijk zijn. Natuurlijk is discriminatie daarmee in strijd'

Ludo Clonen, hoofd Huisvestingsdienst KU Leuven

Praktijktesten staan ook in Leuven op de agenda, alleen zouden die niet voor koten gelden. Leuvense schepen van Wonen en Gelijke Kansen Lies Corneillie (Groen) erkent dat studenten niet de prioriteit van het testbeleid uitmaken, 'maar,' zegt Corneillie, 'het actieplan dat uit die tests zal volgen, kan op zich ook worden doorgetrokken naar de studentenhuurmarkt.'

De Stad Leuven werkte wel samen met de KU Leuven het kotlabel uit, een instrument dat naar veiligheid, kwaliteit en conformiteit van het huurcontract peilt. 'Niet discrimineren' is een van de kernprincipes die een verhuurder met een kotlabel moet waarborgen. Desondanks zijn alle koten die in onze steekproef gebruikt worden in het bezit van het label. 

'We kennen het kotlabel toe aan verhuurders die studentvriendelijk zijn', verklaart Ludo Clonen, hoofd van de Huisvestingsdienst van de KU Leuven. 'Natuurlijk is discriminatie daarmee in strijd.' Bij klachten kan een schending van die voorwaarde leiden tot het stopzetten van een samenwerking. 'Maar proactieve controle is er niet', geeft hij toe. 

Zowel Corneillie als Clonen reageren evenwel bezorgd op de cijfers. 'Als stad zijn we niet echt bevoegd voor studentenhuisvesting in deze vorm,' stelt Corneillie, 'maar we zouden wel kunnen streven naar een diversiteitscriterium bij het kotlabel. Het groene kotlabel zou eigenlijk alles moeten garanderen; discriminatie zou daarbij haaks op de filosofie van het attest staan.'

Stereotypering

Clonen ziet namens de Huisvestingsdienst vooral problemen bij internationale studenten. 'Het is ook al voorgevallen dat verhuurders internationale studenten weigerden vanuit het idee een gezonde 'mix' tussen Belgische en internationale studenten te waarborgen.' Vrielink ziet specifiek voor internationale huurders nog een tweede probleem: 'Dat zijn vaak maar slechts voor maximaal een jaar, terwijl veel verhuurders liever mensen voor langere periodes in hun kamers hebben.'

'Je hebt jammer genoeg nog altijd stereotypering, bijvoorbeeld van Spanjaarden die te veel zouden feesten'

Ludo Clonen, hoofd Huisvestingsdienst KU Leuven

Alleen zijn niet al die voorvallen even onschuldig. Twee afzonderlijke getuigen herinneren gesprekken met verhuurders die hen spontaan 'geruststelden' niet aan Chinese studenten te verhuren omdat ze niet goed integreren of niet hygiënisch zouden zijn. Zelfs een beheerder van een KU Leuven-residentie liet optekenen Chinese studenten om die reden 'liever te vermijden'. 

Discriminatie in het bijzonder ten aanzien van Chinese studenten wordt door getuigen ook meermaals in verband gebracht met huurkantoor Studentencomfort. Een voormalig werknemer verklaarde vorig jaar in Veto dat hij de raad kreeg niet aan Chinezen te verhuren omdat die 'kakken in de douche'. Kotbaas Javedani deed die beschuldigingen destijds af als onwaar. 

Een tweede ex-werknemer kan dat beeld nochtans bevestigen: 'Ik heb ooit een Chinese studente aan het onthaal gehad die interesse had in een kot. Nadat ik met haar het formulier had ingevuld, ging ik ermee naar mijn bazin. Zij keek naar die naam en vroeg me van welke afkomst de student was. Toen ik zei dat ik dacht dat ze Chinees was, kreeg ik de instructie haar te vertellen dat ze niet mocht huren.' 

Verhaeghe is niet verrast dat net Chinese huurders moeite hebben in Leuven: 'De wereldwijde stereotypering is ten gevolge van COVID-19 bij hen wel toegenomen. We merken dat ze het daardoor ook moeilijker krijgen op de huurmarkt.' Clonen merkte vooralsnog wel geen impact voor Aziaten op de kotenmarkt specifiek: 'Al heb je ook daar jammer genoeg nog altijd algemene stereotypering, bijvoorbeeld van de Spanjaarden die te veel feesten.'

'Eigenaars vragen nu meer informatie op vooraf. Dat zijn steeds vaker ongeoorloofde vragen met verholen discriminatie'

Lies Corneillie, schepen van Wonen en Gelijke Kansen

Vrielink bevestigt dat je een huurder wel kan weigeren vanuit objectieve, individuele elementen, 'maar die mogen niet simpelweg gebaseerd zijn op zijn of haar behoren tot een groep. Dat kan dan bijvoorbeeld via een intakegesprek.' 

Beroepsdeontologie

Binnen de Leuvense huurmarkt blijkt de kennis van zulke gewichtige redenen kennelijk nog steeds ondermaats. Opnieuw onder de alias van Willem-Jan, ditmaal een koteigenaar die de hulp inroept voor de verhuur van koten, sturen we een bericht naar drie Leuvense immokantoren. Willem-Jan heeft als verhuurder wel de expliciete voorkeur voor kotstudenten van Belgische afkomst, want 'dat is makkelijker voor de communicatie'. 

Dat criterium is juridisch onvoldoende om een discriminatie te verantwoorden. Taalproblemen zijn een befaamde grijze zone, maar zijn enkel te verantwoorden als de verhuurder mee inwoont in het pand en zeker niet op basis van een 'afkomst'. Twee van de drie kantoren reageren evenwel positief op de vraag. Het derde immokantoor wijst dan weer meteen op haar beroepsdeontologie. 

En ook hier is de coronacrisis geen hulp. Corneillie merkt op dat verhuurders zich makkelijker kunnen verschuilen achter vooroordelen door de communicatie op afstand : 'Eigenaars vragen nu meer informatie op vooraf. Dat zijn steeds vaker ongeoorloofde vragen met verholen discriminatie.'

*Laura is een gefingeerde naam. De naam van de betrokkene is gekend bij de redactie.