REPORTAGE COMEDYWEDSTRIJD
Comedywedstrijd doet vak tot leven komen: 'Ik was op zoek naar een extra dimensie'
Om zijn vak over humor en creativiteit vanuit een ander perspectief te benaderen, organiseerde Taal- en Letterkundeprofessor Bert Oben een comedywedstrijd. Ondanks het onervaren deelnemersveld gingen we een komische avond tegemoet.
Met gemengde verwachtingen stapten we op maandagavond Groep T binnen op zoek naar de zaal waar die avond een improvisatorische comedywedstrijd zou plaatsvinden. Eens aangekomen in een fel verlichte aula werden we hartelijk begroet door Jules Vangeel, lid van het studentenimprovisatietheater Preparee.
Vangeel, die als publieksopwarmer en moderator het evenement in goede banen leidde, had alvast zin in een avondje lachen, gieren en brullen. 'Studenten, professoren en een AI-taalmodel nemen het twee uur lang tegen elkaar op in een wedstrijd spontane moppen tappen', vatte hij het concept vol enthousiasme samen.
Toch wist ook hij niet goed wat te verwachten. 'Voor een publiek staan is altijd een vreemd gevoel, dus ik ben benieuwd hoe onervaren studenten en professoren het ervan af zullen brengen'. Al snel bleek dat we ondanks een nerveus begin een aangename avond tegemoet gaan, waar de rake oneliners elkaar in sneltempo opvolgden.
'Voor mij was het evenzeer een grote gok', weet organisator en professor Taal- en Letterkunde Bert Oben ons achteraf te vertellen. 'Ik was op zoek naar een manier om mijn vak over humor en creativiteit in taal een extra dimensie te geven.'
Die zoektocht strandde uiteindelijk bij een dubbele formule. De posterpresentatie over onderzoek naar humor en taal die aan de comedywedstrijd vooraf ging, was een verplicht nummertje. De wedstrijd zelf verzorgde de vrijblijvende humoristische toets. Oben benaderde voor die toets Preparee, dat maar al te graag op het verzoek inging.
Een spel met verschillende rondes
Na een korte, maar originele en doeltreffende publieksopwarming werden de lichten gedimd en begon de wedstrijd. Die bestond uit drie rondes, waarvan de eerste twee toch vooral dienden om de ergste symptomen van plankenkoorts uit de wereld te helpen. Het spel 'de zeskoppige prof' diende bijvoorbeeld om op elkaar in te leren spelen, door om de beurt woorden aan te vullen en zo tot een grappig verhaal te komen.
Het zwaartepunt lag in de derde ronde, waar zes studenten en zes professoren de strijd met elkaar aangingen. In die shooter-ronde kregen de deelnemers telkens een stelling te horen.
Naar goede improgewoonte werd het publiek betrokken bij het verzinnen van die stellingen, wat uiteindelijk resulteerde in originele scenario's, zoals 'Wat is de slechtst denkbare manier om een wc te poetsen?' of 'Wat zijn openingszinnen voor een automechanieker?'. Het publiek was duidelijk goed opgewarmd, want aan komische suggesties geen gebrek.
Het was dan zaak een zo grappig mogelijk antwoord te verzinnen en vervolgens met de nodige overtuiging voor te dragen. Het antwoord dat op het meeste gelach en applaus vanuit het publiek kon rekenen, won. 'Je moet die antwoorden vooral organisch laten komen', klonk het daarover bij Vic Tormans, die aan de zijde van de studenten deelnam.
Thomas Winters, AI-onderzoeker aan de KU Leuven, gaf de wedstrijd bovendien een digitale draai. Met zijn hulp nam ook het AI-taalmodel Claude deel aan de wedstrijd. De stellingen en vragen werden als prompt in Claude ingegeven en op een scherm voor de spelers geprojecteerd. Professoren of studenten konden die grappen vervolgens gebruiken om het publiek naar hun hand te zetten. Indien de AI-grap won, kreeg Claude een punt.
AI en professoren verliezen
Uiteindelijk kon het taalmodel geen potten breken. 'Humor is dan ook iets heel menselijks', vertelde Winters over de nulscore. 'Een taalmodel voorspelt het volgende woord, maar als je een mop vertelt, moet je op voorhand de clou al weten.'
Om in te spelen op dat nadeel voegde Winters een 'planfase' toe. In die fase liet hij het model een aantal associaties maken tussen de woorden die uiteindelijk deel waren van de clou. Dan kon het taalmodel daar naar toe werken, met een aantal geslaagde grappen als resultaat. 'Taalmodellen zijn snel aan het verbeteren, en humor is een goede manier om dat te testen. Wie weet zal in een volgende editie AI wel een punt weten te scoren', klinkt het verder.
Het proffenteam kon evenmin potten breken, en droop met een – het mag gezegd worden – teleurstellende 3-0 af. Niettemin amuseerde Oben zich. 'We doen dit volgend jaar opnieuw', sloot hij dan ook veelbelovend de avond af, voor een publiek dat zeker warm is gemaakt voor improcomedy.
Heb je vragen of opmerkingen bij dit artikel? Stuur ze ons.