Regisseurs Peter Brosens en Jessica Woodworth over King of the Belgians

'Peter Van den Begin is eigenlijk de inversie van koning Filip'

12 december 2016
Interview
Auteur(s): Gilles Michiels
Al filmend reist het regisseurskoppel Peter Brosens en Jessica Woodworth de wereld rond. In 'King of the Belgians' richtten ze hun camera op de koning van een gesplitst België. Vanuit het buitenland.

Uit films als De Premier en tv-series als Als de dijken breken en De 16 blijkt dit najaar één constante: de interne keuken van onze vaderlandse politiek is met geen cordon sanitaire van het scherm weg te branden. Op de koop toe kruipt Peter Van den Begin in King of the Belgians in de huid van Nicolaas III, een Belgische koning die tijdens een staatsbezoek in Turkije verneemt dat zijn land in tweeën splitst. En die vervolgens op de vlucht slaat door de Balkan.

KU Leuven-alumnus Peter Brosens en Jessica Woodworth maakten naam met documentaires tot ze zich zo’n tien jaar geleden op arthousecinema richtten. Van een jonge Mongoolse sjamaan in Khadak (2006) over een kwikvervuiling in Peru in Altiplano (2009) tot een klimaatcrisis in La Cinquième Saison (2012): Brosens en Woodworth werpen in hun films steevast een warme blik op andere culturen.

Woodworth: ‘In fictie hebben we meer vrijheid gevonden. Op het moment dat je iets framet, beoordeel je al een situatie: licht, tijd of zelfs de ruimte tussen je personage en de camera. Ik geloof niet in objectieve films.’

Is het fictieve personage van Nicolaas III gemodelleerd naar een bestaande koning?
Brosens: 'De inspiratie komt uit een krantenartikel over Toomas Ilves, de toenmalige president van Estland. Hij was op staatsbezoek in Istanbul toen de vulkaan Eyjafjallajökull uitbarstte en hij dringend moest terugkeren naar Estland. Omdat een vliegtuig uitgesloten was, kochten ze toen in allerijl een minibus om de Balkan mee te doorkruisen. We hebben de president door een koning vervangen omdat die geen keuze heeft om koning te worden.'

Woodworth: 'We wilden niet met het echte koningshuis spelen. We zeiden tegen Peter: bouw maar je eigen koning op.'

Brosens: 'Peter Van den Begin is eigenlijk de inversie van Filip: hij spreekt goed Nederlands, maar zijn Frans is niet zo goed. Bij het Koningshuis is dat omgekeerd. Om die inversie te maken, hebben we net Wallonië zich onafhankelijk laten verklaren. We hebben trouwens - tevergeefs - het koningspaar uitgenodigd voor de première in Venetië, de Belgische première in Gent en dan nog eens in de Bozar. Dichter kun je niet komen bij het paleis hé?'

Geen deel van Europa

In de film wordt de haast van de vluchtende koning gecontrasteerd met de rust van onder meer Bulgarije. Hoe belangrijk is dat tijdsaspect?
Brosens: 'Wij hebben een heel lineair tijdsgevoel, consumeren tijd in feite. In Mongolië en Peru is tijd essentieel cyclisch, op de maat van de natuur.'

Woodworth: 'In Bulgarije hebben ze een soort traagheid. Met onze ploeg, die heel kosmopolitisch was, kon je moeilijk vaste plannen maken. We waren op zoek naar juiste locaties, maar gastronomie is hun sleutel tot harmonie. (lacht)'

Brosens: 'Je wilt drie dorpen zien en na het eerste dorp beginnen ze al te praten over: lunch. ‘Ze hebben de beste ingewandensoep in dat dorp daar!’'

Woodworth: 'Een dorp dat twee uur verder ligt. (lacht) In Bulgarije zijn ze ook erg trots op hun yoghurt.'

Brosens: 'Het mogelijke conflict met Griekenland is dat het nog altijd niet duidelijk is wie yoghurt nu ontdekt heeft. De reclame van die Griekse Oikos-yoghurt: daar moet je in Bulgarije dus niet mee komen aandraven. (lacht)'

Jullie hebben een enorme vrijheid tijdens het filmproces.
Woodworth: 'Voor sommigen is een script een handleiding. Maar de natuur en de mensen die wij tegenkomen zijn een geschenk. Als je daar met een strak te volgen script komt, zou je die missen. Onze manier van werken laat veel ruimte voor improvisatie, het is heel organisch. Voor een bepaalde scène in de film hebben we 45 minuten aan één stuk gefilmd. Wat je daar ziet, is pure improvisatie tussen de Belgische, Servische en Bulgaarse acteurs.'

Brosens: 'Een centraal punt voor een filmmaker is ook altijd zijn onderzoek. Het is belangrijk dat je geen films maakt in Mongolië en Peru, maar mét Mongolië en Peru. Wij hebben daar jaren geleefd om onze films te maken. Eens je de mensen mee hebt - je toont respect, je spreekt de taal - dan krijg je heel veel. Plots maken zij deel uit van het project. Dat is de enige zinvolle manier om films te maken in een niet-westerse situatie.'

‘De Bulgaarse crew was teleurgesteld omdat er geen helikoptercrashes in de film zaten’

Peter Brosens

Er is in België nauwelijks interesse voor landen als Peru of Bulgarije.
Brosens: 'Inderdaad. Wanneer hoorde je in de media nog iets over Bulgarije of Peru? Er is een soort van resistentie. Dat is raar, ik begrijp het niet goed. Je denkt: alles is open en er is zo’n vrijheid om dingen te ontdekken.'

'Als je hier over Bulgaren hoort spreken is dat helaas vaak met een negatieve connotatie. Bulgaren zijn zelf ook niet trots op hun land, ze lijken soms te worstelen met hun zelfbeeld. Het is gek: ze spreken vaak over ons met ‘You Europeans’, alsof ze zelf geen deel van Europa zijn.'

Bulgaarse humor

Hoe verloopt de communicatie op een multiculturele set?
Woodworth: 'De humor van Bulgaren ligt dicht bij die van Belgen.'

Brosens: 'Er is zelden miscommunicatie. Het is wel heel grappig bij Bulgaren dat ze knikken als ze ‘nee’ willen zeggen en omgekeerd. Dat diende vroeger om de Ottomanen te misleiden.'

Woodworth: 'Ik weet niet of dat een mythe is. (lacht)'

Brosens: 'De Bulgaarse crew was trouwens erg teleurgesteld omdat er geen helikoptercrashes in de film zaten. Het land heeft veel ervaring met films omwille van hun studio’s in Sofia, die Hollywood gebruikt om popcornfilms als The Expendables te maken.'

Is de aandacht die jullie in Vlaanderen krijgen te vergelijken met de internationale aandacht?
Brosens: 'We hebben de film eerst in Venetië voorgesteld en nu speelt hij in de hele wereld. De Brazilianen zijn wild enthousiast. Jessica is net terug van Marrakesh en ze vertrekt overmorgen naar Dubai … Dat is de hele paradox: we hebben een distributeur in Japan, Georgië en zelfs Turkmenistan, maar niet in België. Hier moeten we het zelf doen.'

'Je zegt dat mensen niet geïnteresseerd zijn in Bulgarije. Wel, La Cinquième Saison was de eerste Vlaamse film ooit in de officiële competitie van het festival van Venetië. De internationale pers was fabuleus. En de Vlaamse pers? Bij de radio en tv hoorden we: onze kijkers zijn niet geïnteresseerd in Wallonië, dat is Franstalig.'

Woodworth: '(lacht) Wij hebben lang in Wallonië gewoond en het is heel bizar, dit land. De Fransen begrijpen daar niets van. In Frankrijk hebben we de film getoond aan mogelijke distributeurs en die zeiden: ‘Wat is dat? Die koning spreekt geen Frans?’ België is voor hen gewoon een Franstalig land.'

Wat biedt de toekomst?
Brosens: 'Er is voor de koning nog een lange weg te gaan van Albanië naar België. We zijn eigenlijk aan een soort van sequel aan het werken, met dezelfde personages. Het wordt geen roadmovie of mockumentary, deze keer zullen we het hebben over extreem rechts dat Europa overneemt.'

Op woensdag 21 december komt Peter Brosens de film toelichten in Cinema ZED. De film speelt er op 21, 22, 23, 26 en 27 december.